Het leven van Siddhartha Gautama
Wie was Siddhartha Gautama voordat hij bekend werd als de Boeddha? Volgens de boeddhistische traditie was hij een jonge man die opgroeide in een welvarende familie, trouwde en een zoon kreeg, maar steeds sterker werd geconfronteerd met de vergankelijkheid van het leven. Uiteindelijk liet hij zijn vertrouwde bestaan achter zich om antwoord te vinden op een vraag die hem niet meer losliet: hoe kunnen mensen omgaan met ouderdom, ziekte, dood en het lijden dat daarmee samenhangt?
Zijn zoektocht bracht hem langs verschillende leraren en vormen van ascese. Na jaren van zoeken vond hij volgens de boeddhistische traditie een andere weg. Onder een bodhiboom bereikte hij verlichting en werd hij een Boeddha: iemand die ontwaakt is.
Daarna trok hij ongeveer 45 jaar door Noord-India om te onderwijzen. Uit zijn onderricht ontstond een gemeenschap die uiteindelijk uitgroeide tot het boeddhisme zoals we dat nu kennen.
Het verhaal van Siddhartha Gautama is echter niet alleen een religieus verhaal. Het is ook een historisch verhaal waarin feiten, mondelinge overlevering en later ontstane legenden door elkaar zijn geraakt. Juist daarom is het interessant om te kijken wat we eigenlijk over zijn leven weten.
Wie was Siddhartha Gautama?
Siddhartha Gautama was een spiritueel leraar die waarschijnlijk in Noord-India of het gebied rond de huidige grens tussen India en Nepal leefde. Hij wordt door moderne onderzoekers meestal geplaatst in de vijfde of vierde eeuw v.Chr., hoewel er geen volledige overeenstemming bestaat over zijn exacte levensdata. De traditionele jaartallen 563–483 v.Chr. zijn tegenwoordig niet de enige voorgestelde datering. Sommige onderzoekers plaatsen zijn leven enkele decennia later.
Zijn naam wordt in het Pali geschreven als Siddhattha Gotama en in het Sanskriet als Siddhārtha Gautama. In de boeddhistische traditie wordt hij ook aangeduid als Śākyamuni, de “wijze van de Śākya’s”.
“Boeddha” is geen achternaam en eigenlijk ook geen persoonlijke naam. Het woord komt van een werkwoord dat zoiets betekent als “ontwaken” of “wakker worden”. Het is een titel. Siddhartha Gautama werd pas na zijn ontwaken een Boeddha genoemd.
Dat onderscheid is belangrijk. Wanneer we spreken over Siddhartha, hebben we het over de mens die volgens de overlevering op zoek was naar bevrijding. Wanneer we spreken over de Boeddha, bedoelen we dezelfde persoon nadat hij deze bevrijding had bereikt.
Waar en wanneer werd Siddhartha Gautama geboren?
Volgens de boeddhistische traditie werd Siddhartha geboren in Lumbini, in het huidige Nepal. Lumbini is tegenwoordig een belangrijk bedevaartsoord en staat sinds 1997 op de UNESCO-Werelderfgoedlijst.
Er is ook archeologisch bewijs dat Lumbini al zeer vroeg als een belangrijke boeddhistische heilige plaats werd beschouwd. De beroemde zuil van de Mauryaanse keizer Ashoka dateert uit 249 v.Chr. en bevat een inscriptie die Lumbini met de geboorte van de Boeddha verbindt. Dat betekent niet dat we daarmee ieder detail van het geboorteverhaal kunnen bevestigen, maar het laat wel zien dat de traditie over Lumbini al enkele eeuwen na de vermoedelijke levensperiode van de Boeddha bestond.
In traditionele verhalen wordt zijn moeder Māyādevī genoemd. Zij zou hem hebben gebaard tijdens een reis naar haar ouderlijk huis. Volgens de bekende overlevering gebeurde dit in de tuin van Lumbini, terwijl zij zich vasthield aan een tak van een boom.
De meer wonderlijke onderdelen van dit verhaal, zoals bovennatuurlijke gebeurtenissen rond zijn geboorte, behoren tot de religieuze traditie. Ze kunnen niet op dezelfde manier als historische gebeurtenissen worden vastgesteld.
De familie van Siddhartha
Siddhartha zou afkomstig zijn geweest uit de Śākya-clan. Zijn vader wordt in de boeddhistische bronnen Śuddhodana genoemd en zijn moeder Māyā.
Māyā zou kort na de geboorte van Siddhartha zijn overleden. Hij werd vervolgens volgens de overlevering opgevoed door Mahāpajāpatī Gotamī, de zus van zijn moeder en de tweede vrouw van zijn vader.
De bronnen beschrijven Siddhartha als iemand die uit een welvarende en invloedrijke familie kwam. De latere traditie maakte daar een veel duidelijker koninklijk verhaal van en stelde hem voor als een prins die in grote luxe leefde. De historische werkelijkheid was waarschijnlijk ingewikkelder. Het is niet zeker dat Śuddhodana letterlijk een koning was in de betekenis die wij tegenwoordig aan dat woord geven.
Dit is een goed voorbeeld van het verschil tussen de historische Siddhartha en de manier waarop zijn leven later in boeddhistische literatuur werd verteld.
Siddhartha als jonge man
Volgens de vroege boeddhistische teksten trouwde Siddhartha en kreeg hij een zoon, Rāhula.
De naam van zijn vrouw wordt in verschillende bronnen anders weergegeven. In de Pali-traditie is zij vooral bekend als Yasodharā. Andere teksten gebruiken andere namen of aanduidingen.
De traditionele biografie vertelt dat Siddhartha ondanks zijn comfortabele leven ontevreden was. Hij werd zich steeds meer bewust van het feit dat niemand aan ouderdom, ziekte en dood kan ontsnappen.
Later ontstond het bekende verhaal van de vier ontmoetingen.
Siddhartha zou tijdens uitstapjes buiten het paleis achtereenvolgens een oude man, een zieke, een dode en een asceet hebben gezien. De eerste drie ontmoetingen lieten hem de onvermijdelijkheid van ouderdom, ziekte en dood zien. De vierde liet hem een mogelijke weg uit deze menselijke situatie zien.
Dit verhaal is een van de bekendste onderdelen van het leven van de Boeddha, maar we moeten voorzichtig zijn om het niet zonder meer als een historisch verslag te presenteren. De vier ontmoetingen spelen vooral een belangrijke rol in de boeddhistische uitleg van waarom Siddhartha besloot zijn leven drastisch te veranderen.
Waarom verliet Siddhartha zijn huis?
Uiteindelijk besloot Siddhartha zijn leven als huisvader achter zich te laten en als rondtrekkende asceet op zoek te gaan naar bevrijding.
In de boeddhistische traditie wordt dit vaak de Grote Vertrek genoemd.
Het idee dat Siddhartha zijn vrouw en pasgeboren zoon midden in de nacht verliet terwijl iedereen sliep, komt vooral uit latere biografische verhalen. De vroegere teksten geven een minder geromantiseerd beeld. Daarin wordt juist gezegd dat zijn ouders verdriet hadden en hem niet wilden laten gaan.
Dit detail is interessant, omdat het laat zien hoe de biografie in de loop van de tijd veranderde. Een verhaal dat in latere versies een bijna mythische vorm krijgt, kan in oudere bronnen veel menselijker en minder dramatisch worden verteld.
Siddhartha schoor zijn hoofd, trok het leven van een rondtrekkende asceet in en begon aan zijn zoektocht naar bevrijding.
De zoektocht naar verlichting
Siddhartha sloot zich niet onmiddellijk aan bij een bestaande boeddhistische school. Die bestond immers nog niet.
Hij zocht eerst aansluiting bij andere spirituele zoekers. In de vroege teksten worden onder meer Āḷāra Kālāma en Uddaka Rāmaputta genoemd als leraren bij wie hij meditatieve technieken leerde.
Siddhartha bereikte volgens de overlevering zeer verfijnde meditatieve toestanden bij deze leraren, maar concludeerde dat ze hem niet brachten tot het definitieve einde van het lijden waarnaar hij zocht. Hij ging daarom verder.
Daarna koos hij voor een zeer strenge vorm van ascese.
Zes jaar van zelfkastijding
Siddhartha zou ongeveer zes jaar als asceet hebben geleefd.
Samen met andere zoekers beoefende hij extreme vormen van zelfonthouding. Hij at nauwelijks, verzwakte zijn lichaam sterk en probeerde door lichamelijke ontbering tot bevrijding te komen.
Maar ook deze weg bracht hem niet wat hij zocht.
Dit onderdeel van zijn leven is belangrijk voor het begrijpen van een van de centrale ideeën van het boeddhisme: de Middenweg.
De Boeddha beschreef later zowel een leven dat volledig gericht is op zintuiglijk genot als extreme zelfkwelling als twee uitersten die niet naar bevrijding leiden. In zijn eerste leerrede wordt de Middenweg verbonden met het Edele Achtvoudige Pad.
Siddhartha besloot daarom zijn lichaam weer te voeden. Zijn vijf metgezellen dachten dat hij zijn zoektocht had opgegeven en verlieten hem.
Volgens de traditie was dat juist het moment waarop zijn zoektocht een beslissende wending nam.
De verlichting onder de bodhiboom
Siddhartha ging naar wat tegenwoordig Bodh Gaya wordt genoemd. Daar nam hij plaats onder een boom en besloot hij volgens de traditie niet meer op te staan voordat hij het antwoord had gevonden.
De boom werd later bekend als de bodhiboom, de boom van de verlichting.
Tijdens zijn meditatie zou Siddhartha diep inzicht hebben gekregen in de aard van het bestaan, het ontstaan van lijden en de manier waarop lijden kan eindigen.
Daarmee bereikte hij bodhi, ontwaken.
Vanaf dat moment werd hij de Boeddha genoemd.
Wat betekent verlichting hier?
“Verlichting” is een handige Nederlandse vertaling, maar kan ook verwarrend zijn. Het gaat in het boeddhisme niet om een plotselinge intellectuele ontdekking of een mystieke ervaring die iemand simpelweg gelukkig maakt.
In de vroege boeddhistische traditie betekent bodhi dat iemand de werkelijkheid diepgaand heeft doorzien en daardoor bevrijd is van de oorzaken van het lijden en van de kringloop van wedergeboorte.
De precieze manier waarop dit ontwaken wordt uitgelegd verschilt later tussen boeddhistische tradities. In vroege teksten spelen onder meer vergankelijkheid, afhankelijk ontstaan, karma, wedergeboorte en het loslaten van begeerte een grote rol.
Wat gebeurde er na de verlichting?
Na zijn ontwaken stond Siddhartha voor een nieuwe vraag: moest hij zijn inzicht eigenlijk wel aan anderen uitleggen?
Volgens de boeddhistische overlevering twijfelde hij of mensen in staat zouden zijn te begrijpen wat hij had ontdekt. Uiteindelijk besloot hij toch te onderwijzen.
Zijn eerste toehoorders waren de vijf asceten met wie hij eerder had samengeleefd.
Hij reisde naar het Hertenkamp bij Sarnath, in de buurt van het huidige Varanasi. Daar gaf hij volgens de boeddhistische traditie zijn eerste leerrede.
Deze tekst staat bekend als de Dhammacakkappavattana Sutta, vaak vertaald als “De leerrede over het in beweging zetten van het wiel van de Dhamma”.
Daarin onderwijst de Boeddha onder andere de Middenweg, de Vier Edele Waarheden en het Edele Achtvoudige Pad. De tekst geldt binnen de boeddhistische traditie als zijn eerste leerrede.
Met deze eerste onderrichtingen begon ook de gemeenschap van volgelingen die uiteindelijk zou uitgroeien tot de boeddhistische sangha.
De Boeddha werd een rondtrekkende leraar
Na zijn ontwaken bleef de Boeddha niet op één plaats.
Volgens de traditie trok hij ongeveer 45 jaar door het gebied van de Gangesvlakte. Hij onderwees monniken en nonnen, maar ook gewone mannen en vrouwen, kooplieden, heersers en mensen uit verschillende sociale groepen.
Plaatsen zoals Rājagaha, Sāvatthī, Vesālī en Kosambī komen regelmatig terug in de vroege boeddhistische teksten.
De Boeddha vormde geen religie met een centraal hoofdkwartier zoals we dat bij sommige moderne religies kennen. Zijn gemeenschap bestond grotendeels uit rondtrekkende monniken en nonnen, aangevuld met leken die de gemeenschap ondersteunden.
Tijdens het regenseizoen verbleven monniken vaker op één plaats. Uit dergelijke verblijfplaatsen ontstonden later vaste kloosters.
Wie waren de belangrijkste leerlingen van de Boeddha?
In de loop van zijn leven verzamelde de Boeddha een grote groep leerlingen om zich heen.
Twee van zijn bekendste mannelijke leerlingen waren Sāriputta en Moggallāna. Zij worden in de Pali-traditie beschouwd als zijn twee belangrijkste discipelen.
Ook Ānanda speelde een belangrijke rol. Hij was een neef van de Boeddha en diende gedurende een groot deel van diens latere leven als zijn persoonlijke begeleider.
Ānanda is vooral bekend vanwege zijn grote geheugen. Volgens de traditie was hij na de dood van de Boeddha een van de mensen die veel van diens onderricht kon reciteren.
Een andere belangrijke figuur was Mahāpajāpatī Gotamī, de pleegmoeder van Siddhartha. Volgens de boeddhistische traditie vroeg zij de Boeddha om vrouwen toe te laten tot het monastieke leven. Uiteindelijk ontstond zo ook een orde van boeddhistische nonnen.
De confrontatie met Devadatta
Het leven van de Boeddha wordt in de bronnen niet voorgesteld als een periode zonder conflicten.
Een opvallend voorbeeld is Devadatta, die volgens de traditie familie van de Boeddha was en uiteindelijk een rivaliserende positie tegenover hem innam.
In latere verhalen krijgt Devadatta de rol van bijna klassieke tegenstander. Sommige verhalen vertellen zelfs over pogingen om de Boeddha te doden.
Hoe historisch betrouwbaar alle details zijn, is moeilijk vast te stellen. Wel is het opvallend dat verschillende vroege boeddhistische tradities een conflict tussen de Boeddha en Devadatta kennen. Dat past bij het beeld van een historische gemeenschap waarin ook interne meningsverschillen en machtsconflicten voorkwamen.
Het is dus te simpel om de vroege boeddhistische gemeenschap voor te stellen als een groep mensen die het altijd volledig met elkaar eens was.
De laatste jaren van zijn leven
Volgens de traditie bleef de Boeddha tot op hoge leeftijd onderwijzen.
Een belangrijke bron voor zijn laatste levensfase is de Mahāparinibbāna Sutta, de tekst over zijn laatste dagen. Er bestaan verschillende versies van dit verhaal binnen verschillende boeddhistische tradities. Ze komen op veel punten overeen, maar verschillen ook in details.
De Boeddha reisde uiteindelijk richting Kusinārā, het huidige Kushinagar in India.
Daar werd hij ziek.
Volgens de Mahāparinibbāna Sutta at hij een maaltijd die werd aangeboden door een man genaamd Cunda. Daarna werd de Boeddha ernstig ziek. De precieze aard van zijn ziekte en de betekenis van het voedsel zijn onderwerp van discussie, en het is niet verantwoord om met zekerheid te zeggen dat hij aan een specifieke ziekte of door voedselvergiftiging stierf.
Uiteindelijk ging hij liggen tussen twee sāla-bomen.
Volgens de overlevering bereikte hij daar zijn parinibbāna.
Wat is parinibbāna?
Voor een gewoon mens betekent de dood in de boeddhistische leer niet noodzakelijk het einde van wedergeboorte. Zolang de oorzaken van wedergeboorte aanwezig zijn, gaat de kringloop van geboorte en dood door.
De Boeddha zou tijdens zijn leven echter al bevrijd zijn geraakt van deze oorzaken.
Daarom wordt zijn overlijden niet simpelweg gezien als zijn “laatste wedergeboorte”. Het wordt parinibbāna genoemd: het volledige heengaan van iemand die het nirvana heeft bereikt.
In de Mahāparinibbāna Sutta wordt beschreven hoe de Boeddha in Kusinārā tussen de twee bomen lag voordat hij overleed.
De plaats werd later een van de belangrijkste bedevaartsoorden van het boeddhisme.
Hoe betrouwbaar is het verhaal over het leven van de Boeddha?
Hier wordt het interessant.
Er bestaat namelijk geen biografie van de Boeddha die tijdens zijn leven is geschreven.
De vroegste boeddhistische teksten bevatten wel veel informatie over hem, zijn leerlingen, zijn onderricht en gebeurtenissen uit zijn leven. Maar ze vormen geen chronologische biografie van geboorte tot dood.
De teksten zijn gedurende lange tijd mondeling doorgegeven voordat ze uiteindelijk schriftelijk werden vastgelegd. Bovendien ontwikkelden verschillende boeddhistische gemeenschappen hun eigen teksttradities.
Daarom kunnen we niet ieder detail uit de traditionele levensbeschrijving historisch bevestigen.
Wat weten we waarschijnlijk wel?
Onderzoekers zien verschillende onderdelen van het verhaal als historisch aannemelijk. Dat geldt bijvoorbeeld voor het bestaan van Gautama als religieuze leraar, zijn afkomst uit de Śākya-gemeenschap, zijn keuze voor een leven als rondtrekkende asceet, zijn zoektocht naar bevrijding, zijn onderricht en het ontstaan van een gemeenschap van volgelingen.
Ook zijn dood in Kusinārā behoort tot de elementen die in verschillende vroege tradities terugkomen.
Maar details zoals wonderlijke gebeurtenissen bij zijn geboorte, goddelijke wezens die bij zijn ontwaken aanwezig zouden zijn geweest en uitgebreide verhalen over zijn vorige levens behoren tot de religieuze en literaire ontwikkeling van de traditie.
De historische Boeddha blijft daardoor gedeeltelijk verborgen achter de verhalen die zijn volgelingen later over hem vertelden.
De eerste teksten over zijn leven
De oudste boeddhistische tradities bevatten geen boek dat simpelweg “Het leven van de Boeddha” heet.
In plaats daarvan vinden we informatie verspreid over verschillende teksten, waaronder de sutta’s en vinaya-teksten van de vroege boeddhistische tradities.
Pas later ontstonden uitgebreidere biografieën.
Een belangrijk voorbeeld is de Buddhacarita van Aśvaghoṣa. Dit werk werd waarschijnlijk in de eerste of tweede eeuw n.Chr. geschreven, dus eeuwen na het leven van de Boeddha. Het is een uitgebreid literair gedicht over zijn leven. De eerste veertien hoofdstukken zijn in het Sanskriet bewaard gebleven; de rest is onder andere bekend uit Chinese en Tibetaanse vertalingen.
Andere belangrijke biografische werken zijn de Lalitavistara en de Mahāvastu.
Deze teksten vertellen het leven van de Boeddha veel uitgebreider en bevatten ook steeds meer wonderlijke en kosmische elementen.
Dat betekent niet dat ze “waardeloos” zijn als historische bronnen. Ze laten juist goed zien hoe boeddhisten in verschillende perioden over de Boeddha dachten. Maar ze moeten niet worden gelezen alsof ze een moderne biografie zijn die kort na zijn dood werd geschreven.
De vier belangrijkste plaatsen uit het leven van de Boeddha
In de boeddhistische traditie worden vier plaatsen bijzonder sterk verbonden met het leven van Siddhartha Gautama:
- Lumbini – de plaats van zijn geboorte.
- Bodh Gaya – de plaats waar hij verlichting bereikte.
- Sarnath – de plaats van zijn eerste leerrede.
- Kushinagar – de plaats van zijn overlijden en parinibbāna.
Deze plaatsen werden belangrijke bedevaartsoorden.
Vooral Lumbini levert daarbij een interessant voorbeeld van de combinatie tussen traditie en archeologie. De Ashokazuil uit 249 v.Chr. vormt een zeer vroege aanwijzing dat de plaats al eeuwen na de vermoedelijke levensperiode van de Boeddha als zijn geboorteplaats werd vereerd.
Is het verhaal van de vier ontmoetingen historisch?
Waarschijnlijk moeten we de vier ontmoetingen vooral zien als een religieuze manier om Siddhartha’s ontwikkeling uit te leggen.
Het verhaal is eenvoudig: hij ziet ouderdom, ziekte, dood en uiteindelijk een asceet. Daardoor begrijpt hij dat het gewone leven geen blijvende zekerheid kan bieden en besluit hij op zoek te gaan naar bevrijding.
De kern van het verhaal past goed bij de manier waarop de vroege boeddhistische teksten over het ontstaan van Siddhartha’s zoektocht spreken. Maar de precieze scène met vier afzonderlijke uitstapjes en de manier waarop zijn vader geprobeerd zou hebben hem tegen deze werkelijkheid af te schermen, is waarschijnlijk onderdeel van de latere biografische vormgeving.
De historische ontwikkeling is hier belangrijker dan de vraag of iedere scène letterlijk heeft plaatsgevonden.
Het verhaal maakt namelijk zichtbaar waarom de Boeddha’s latere leer zo sterk draait om vergankelijkheid, lijden en de vraag hoe mensen zich daartoe kunnen verhouden.
Was Siddhartha echt een prins?
Dat wordt vaak zo verteld, maar het woord “prins” kan een verkeerd beeld geven.
Siddhartha kwam volgens de bronnen uit de Śākya-gemeenschap, een politiek georganiseerde clan of kleine staat in Noord-India. Zijn familie had aanzien en middelen, maar het is niet zeker dat zijn vader een koning was zoals een moderne lezer zich daarbij iets voorstelt.
De voorstelling van Siddhartha als een prins die in drie paleizen woonde en volledig werd afgeschermd van alles wat onaangenaam was, werd vooral in latere biografische tradities sterk uitgewerkt.
Het onderliggende historische punt lijkt eenvoudiger: Siddhartha kwam uit een relatief bevoorrechte omgeving en koos bewust voor het leven van een rondtrekkende religieuze zoeker.
Had Siddhartha een vrouw en een kind?
Volgens de vroege boeddhistische tradities wel.
Zijn zoon heette Rāhula en werd later monnik.
De relatie met zijn vrouw krijgt in latere boeddhistische literatuur veel meer aandacht dan in de oudste bronnen. Daardoor is het moeilijk om een gedetailleerd beeld te geven van hun huwelijk of van Siddhartha als echtgenoot en vader.
Wat wel opvalt, is dat de traditie niet probeert te verbergen dat hij een gezin achterliet. Juist dat maakt zijn vertrek moreel en menselijk gezien een ingewikkeld onderdeel van zijn levensverhaal.
Waarom is het leven van Siddhartha zo belangrijk voor het boeddhisme?
De Boeddha is binnen het boeddhisme niet alleen belangrijk omdat hij de oprichter van een religie was.
Zijn leven wordt gezien als een voorbeeld van een proces dat ook andere mensen kunnen aangaan.
Hij werd niet volgens de vroegste leer simpelweg door een god verteld wat de waarheid was. Hij zocht, oefende, onderzocht en ontdekte volgens de boeddhistische traditie zelf de weg naar bevrijding.
Daarom speelt zijn levensverhaal zo’n grote rol in het boeddhisme.
Zijn vertrek uit het huiselijke leven staat voor het loslaten van vanzelfsprekendheden. Zijn jaren van ascese laten zien dat extreme zelfkwelling volgens zijn eigen ervaring niet werkte. Zijn ontwaken staat voor het doorzien van de oorzaken van lijden. En zijn tientallen jaren van onderricht laten zien dat het ontwaken niet als een puur persoonlijke ervaring werd opgevat, maar als iets dat hij met anderen wilde delen.
Van Siddhartha naar Boeddha
Misschien is het belangrijkste onderscheid in zijn levensverhaal wel dat tussen Siddhartha Gautama en de Boeddha.
Siddhartha was de naam van de man voordat hij ontwaakte. De naam Boeddha beschrijft wat hij volgens de boeddhistische traditie bereikte.
Daarmee vertelt zijn levensverhaal niet alleen hoe een historische religieuze leraar leefde. Het vertelt ook hoe het boeddhisme zelf naar de mogelijkheid van ontwaken kijkt.
De historische gegevens over zijn leven zijn beperkt. We weten niet precies in welk jaar hij werd geboren, hoe alle gebeurtenissen chronologisch verliepen of hoeveel van de bekende verhalen letterlijk teruggaan op zijn eigen leven. Maar de grote lijn is opvallend stabiel in verschillende vroege tradities: een man uit de Śākya-gemeenschap verliet zijn bevoorrechte bestaan, leefde als asceet, vond volgens zijn eigen onderricht een weg naar bevrijding en bracht vervolgens de rest van zijn leven door met het onderwijzen daarvan.
Juist in die combinatie van geschiedenis en religieuze overlevering ligt de bijzondere plaats van Siddhartha Gautama. De persoon achter het boeddhisme is niet volledig terug te halen uit de bronnen, maar zijn zoektocht, zijn onderricht en de gemeenschap die hij opbouwde hebben een traditie voortgebracht die ruim tweeduizend jaar later nog steeds wordt beoefend.
De man die volgens de overlevering ooit op zoek ging naar een antwoord op ouderdom, ziekte en dood, werd daardoor zelf het middelpunt van een van de grote religieuze en filosofische tradities van Azië.