Is boeddhisme een religie?

Is boeddhisme een religie, een levensfilosofie of iets daar tussenin? Het antwoord hangt voor een groot deel af van wat je precies onder het woord religie verstaat.

Wie bij religie vooral denkt aan een almachtige God, een schepper van de wereld en een geloofssysteem waarin die God centraal staat, kan het boeddhisme in eerste instantie vreemd vinden. Het boeddhisme kent namelijk geen scheppergod die verantwoordelijk is voor het ontstaan van het universum en van wie de mens afhankelijk is voor verlossing. Toch wordt het boeddhisme door historici en religiewetenschappers gewoon als religieuze traditie beschouwd. 

Dat lijkt misschien tegenstrijdig. Maar het laat vooral zien dat religie meer kan zijn dan geloof in God.

Wat verstaan we onder een religie?

Er bestaat geen algemeen aanvaarde definitie van religie. Dat maakt de vraag of boeddhisme een religie is ingewikkelder dan ze op het eerste gezicht lijkt.

In veel westerse culturen is het begrip religie sterk gevormd door het jodendom, christendom en de islam. Daarin speelt geloof in één God een belangrijke rol. Wanneer je dat als voorwaarde voor religie gebruikt, valt het boeddhisme buiten de definitie.

Religiewetenschappers kijken daarom vaak breder. Ze letten bijvoorbeeld op een gedeelde leer, rituelen, morele voorschriften, religieuze praktijken, gemeenschappen, opvattingen over het bestaan en manieren waarop mensen proberen een vorm van bevrijding of verlossing te bereiken. Ook binnen zo’n bredere benadering past het boeddhisme duidelijk in het begrip religie. 

Het is dus nuttig om twee vragen uit elkaar te houden:

Gelooft het boeddhisme in een scheppergod zoals die bijvoorbeeld centraal staat in het christendom? Over het algemeen niet.

Heeft het boeddhisme kenmerken die we met religie associëren? Ja, heel duidelijk.

Dat verschil verklaart een groot deel van de verwarring.

Waarom wordt boeddhisme dan toch als religie gezien?

Het boeddhisme bestaat al ongeveer 2.500 jaar als een geheel van tradities met eigen teksten, leerstellingen, gemeenschappen, rituelen en religieuze praktijken.

Vanaf de tijd van de historische Boeddha ontstond bijvoorbeeld de Sangha, de gemeenschap van monniken en nonnen. Daarnaast ontstonden gemeenschappen van leken die de boeddhistische leer ondersteunden en zelf beoefenden.

Boeddhisten hebben door de eeuwen heen tempels en kloosters gebouwd, rituelen ontwikkeld, teksten gereciteerd, offers gebracht, pelgrimstochten ondernomen en religieuze ceremonies uitgevoerd. In verschillende landen bestaan bovendien uitgebreide tradities rond Boeddha’s, bodhisattva’s, beschermgoden en andere bovennatuurlijke wezens.

Dat betekent niet dat iedere boeddhist dezelfde dingen doet. Het boeddhisme kent grote verschillen tussen bijvoorbeeld Theravada, Mahayana en Vajrayana. Maar als geheel heeft het boeddhisme veel van de kenmerken die we normaal gesproken met een religieuze traditie verbinden. 

Het boeddhisme heeft geen scheppergod

Een van de belangrijkste redenen waarom mensen twijfelen of boeddhisme wel een religie is, is het ontbreken van een almachtige scheppergod.

De vroege boeddhistische teksten presenteren het bestaan namelijk niet als het werk van een eeuwige, almachtige God. De leer van afhankelijk ontstaan (paṭiccasamuppāda / pratītyasamutpāda) beschrijft verschijnselen juist als afhankelijk van voorwaarden en oorzaken.

Ook bestaan er in de vroege boeddhistische teksten verhalen over goddelijke wezens die ervan overtuigd zijn dat zij de schepper van het universum zijn. Een bekend voorbeeld staat in de Brahmajāla Sutta (DN 1). Daar wordt beschreven hoe Brahma, een zeer hoog goddelijk wezen, zichzelf als schepper en vader van andere wezens gaat beschouwen omdat hij eerder dan hen in een bepaalde bestaanswereld is verschenen. De andere wezens nemen vervolgens aan dat hij hen heeft geschapen. De Boeddha presenteert dit juist als een vergissing. 

Ook in de Kevaddha Sutta (DN 11) verschijnt Brahma als een machtig goddelijk wezen dat door anderen als schepper wordt beschouwd. Wanneer een monnik hem een vraag stelt waarop hij het antwoord niet weet, doet Brahma eerst alsof hij de vraag wel kan beantwoorden. Uiteindelijk geeft hij tegenover de monnik toe dat hij het antwoord niet weet. 

De boodschap hiervan is niet simpelweg dat boeddhisten zeggen: “God bestaat niet.” Het punt ligt genuanceerder. Het idee van een eeuwige, almachtige scheppergod past niet bij de manier waarop de vroege boeddhistische leer het ontstaan en voortbestaan van verschijnselen verklaart.

Maar het boeddhisme kent wel goden

Dat betekent niet dat het boeddhisme helemaal geen goddelijke wezens kent.

Dat is een belangrijk onderscheid.

In veel boeddhistische teksten komen deva’s en andere bovennatuurlijke wezens voor. Ook Brahma komt regelmatig voor. In sommige boeddhistische kosmologieën bestaan er zeer veel verschillende goddelijke of hemelse bestaanswerelden.

Deze wezens zijn echter niet hetzelfde als een almachtige scheppergod.

Binnen de traditionele boeddhistische kosmologie zijn ook goden onderhevig aan vergankelijkheid en wedergeboorte. Een goddelijke geboorte kan bijzonder aangenaam zijn en enorm lang duren, maar uiteindelijk komt ook daaraan een einde. Een god is daarmee niet automatisch bevrijd van samsara, de kringloop van geboorte en dood.

Dit verschil is belangrijk: het boeddhisme kan het bestaan van goden erkennen zonder dat God het fundament van de leer vormt.

Moderne onderzoekers wijzen er daarom op dat de eenvoudige omschrijving “boeddhisme is een atheïstische religie” ook tekort kan schieten. De rol van goddelijke wezens verschilt bovendien sterk per boeddhistische traditie en cultuur. 

Als er geen God is, waarvan word je dan verlost?

Hier ligt een van de grootste verschillen met veel theïstische religies.

In het boeddhisme komt bevrijding niet tot stand doordat een scheppergod iemand vergeeft, uitkiest of naar een hiernamaals brengt. Het centrale probleem is dukkha: het onbevredigende en lijdende karakter van het bestaan zoals we dat normaal ervaren.

De Boeddha beschreef een weg om daaruit bevrijd te worden. De Vier Edele Waarheden en het Edele Achtvoudige Pad vormen daarbij een belangrijk uitgangspunt.

Bevrijding, nirvana, wordt binnen de boeddhistische traditie verbonden met het beëindigen van begeerte, gehechtheid en onwetendheid. Het gaat dus niet primair om het herstellen van een relatie tussen mens en God, maar om het doorzien van de werkelijkheid en het beëindigen van de oorzaken die tot lijden en wedergeboorte leiden. De leer van de historische Boeddha draait volgens de vroege teksten in belangrijke mate om precies die zoektocht naar bevrijding. 

Dat maakt het boeddhisme niet automatisch een filosofie. Het doel van de leer is namelijk niet alleen om bepaalde ideeën over de wereld te begrijpen. Het gaat om een manier van leven en beoefening die uiteindelijk tot bevrijding moet leiden.

Is boeddhisme dan een levensfilosofie?

Je hoort regelmatig dat boeddhisme “eigenlijk geen religie maar een levensfilosofie” is.

Daar zit een deel van de waarheid in, maar als volledige omschrijving is het te beperkt.

Het boeddhisme bevat inderdaad een uitgebreide filosofische traditie. Boeddhistische denkers hebben door de eeuwen heen diep nagedacht over onderwerpen als bewustzijn, identiteit, oorzaak en gevolg, kennis, werkelijkheid en de aard van het zelf. 

Tegelijkertijd bestaat het boeddhisme uit veel meer dan filosofische ideeën.

Denk bijvoorbeeld aan meditatie, monastieke regels, rituelen, tempelpraktijken, devotie, gebed, het reciteren van teksten, offers en pelgrimages. In veel boeddhistische gemeenschappen spelen deze zaken een grote rol.

Wie alleen naar meditatie en filosofie kijkt, krijgt daarom maar een deel van het historische en hedendaagse boeddhisme te zien.

Waar komt het idee vandaan dat boeddhisme geen religie is?

Het beeld van boeddhisme als “filosofie in plaats van religie” heeft ook te maken met de manier waarop het boeddhisme in het Westen bekend is geworden.

Vanaf de negentiende eeuw werd het boeddhisme door Europese onderzoekers en schrijvers steeds vaker beschreven in termen die aansloten bij westerse ideeën over filosofie, rationaliteit en religie. Sommige schrijvers zagen in het vroege boeddhisme vooral een rationele leer over ethiek en lijden.

Een bekend voorbeeld is de Britse oriëntalist Monier Monier-Williams. In een negentiende-eeuws werk stelde hij dat het vroege boeddhisme eigenlijk geen religie was, maar vooral een systeem van moraal en filosofie. 

Dat soort interpretaties hebben invloed gehad op het moderne beeld van het boeddhisme.

Tegenwoordig zijn onderzoekers veel voorzichtiger met zulke scherpe tegenstellingen. Het probleem is namelijk dat begrippen als “religie”, “filosofie” en “spiritualiteit” zelf afkomstig zijn uit bepaalde historische en culturele contexten. Wanneer je die begrippen zonder meer op een Aziatische traditie toepast, kun je belangrijke onderdelen van die traditie over het hoofd zien. 

Het boeddhisme is niet overal hetzelfde

Er bestaat bovendien niet één manier waarop alle boeddhisten hun traditie beleven.

Theravada

In Theravada-landen zoals Sri Lanka, Thailand en Myanmar spelen de monastieke gemeenschap, de Pali Canon, meditatie, verdienste (puñña) en rituele praktijken verschillende rollen. De verhouding tussen monniken en leken is daarbij van groot belang.

Mahayana

Binnen Mahayana ontstonden nieuwe teksten, filosofische ontwikkelingen en vormen van religieuze beoefening. Bodhisattva’s zoals Avalokiteshvara en Manjushri kregen in verschillende tradities een belangrijke plaats.

Vajrayana

In Vajrayana, zoals het Tibetaans boeddhisme, bestaan onder andere uitgebreide rituelen, mantra’s, visualisaties en tantrische praktijken. Ook daar komen allerlei goddelijke en bovennatuurlijke figuren voor.

Zen

Zen wordt in het Westen vaak vooral geassocieerd met meditatie en eenvoud. Maar historische Zentradities bevatten eveneens rituelen, kloosterregels, teksten, ceremonies en vormen van devotie.

Deze verschillen laten zien waarom het lastig is om één uitspraak te doen over “wat het boeddhisme” precies is. Wat iemand in een Japanse Zen-tempel tegenkomt, kan er heel anders uitzien dan wat iemand in een Theravada-klooster in Sri Lanka of een Tibetaanse tempel ervaart.

Is boeddhisme atheïstisch?

Ook hier is voorzichtigheid nodig.

Als met atheïsme wordt bedoeld dat het boeddhisme geen geloof kent in een almachtige, eeuwige scheppergod, dan is die omschrijving voor veel boeddhistische tradities bruikbaar.

Maar als met atheïsme wordt bedoeld dat boeddhisten helemaal geen bovennatuurlijke wezens of religieuze werkelijkheid erkennen, wordt het een stuk ingewikkelder.

De vroege teksten spreken immers uitgebreid over goden en andere bestaanswerelden. En in sommige latere tradities kunnen Boeddha’s en bodhisattva’s een sterk devotionele rol krijgen. Een recente studie van Signe Cohen benadrukt daarom dat het beeld van boeddhisme als simpelweg “een religie zonder goden” te eenvoudig is. 

Het is meestal nauwkeuriger om te zeggen dat het boeddhisme niet-theïstisch is in de zin dat een almachtige scheppergod geen centrale plaats inneemt in de boeddhistische leer.

Een interessant verschil tussen leer en praktijk

Misschien wel het interessantste aan deze discussie is dat het boeddhisme tegelijkertijd heel filosofisch én heel religieus kan zijn.

Een boeddhist kan bijvoorbeeld mediteren om inzicht te ontwikkelen in de werking van de geest. Dat kan voor een buitenstaander bijna psychologisch of filosofisch lijken.

Diezelfde persoon kan vervolgens een tempel bezoeken, een buiging maken voor een Boeddhabeeld, wierook offeren, een monnik ondersteunen, een tekst reciteren of een bodhisattva aanroepen.

Vanuit een modern westers beeld kunnen die twee dingen moeilijk bij elkaar lijken te passen. Binnen boeddhistische culturen is dat onderscheid echter lang niet zo scherp.

Daarom kan het misleidend zijn om te vragen of boeddhisme óf een religie óf een filosofie is. Het boeddhisme heeft door zijn geschiedenis heen beide dimensies gekend, naast ethiek, meditatie, ritueel, gemeenschap en religieuze kosmologie.

Is boeddhisme een religie of niet?

Ja, het boeddhisme wordt terecht beschouwd als een religie.

Maar het is geen religie in precies dezelfde betekenis als het christendom, de islam of andere godsdiensten waarin een scheppergod centraal staat.

Het boeddhisme heeft geen almachtige scheppergod nodig om zijn belangrijkste vragen te beantwoorden. Het uitgangspunt ligt ergens anders: waarom ervaren mensen lijden en onbevredigdheid, waardoor blijft dat voortduren en hoe kan iemand daarvan bevrijd worden?

Tegelijkertijd is het boeddhisme door de eeuwen heen uitgegroeid tot een enorme verzameling religieuze tradities met kloosters, monniken en nonnen, rituelen, heilige plaatsen, teksten, kosmologieën, devotie en verschillende vormen van religieuze praktijk. Dat maakt het moeilijk om het alleen maar een filosofie of levenswijze te noemen. 

Misschien is de meest bruikbare conclusie daarom niet dat het boeddhisme “eigenlijk” een religie of “eigenlijk” een filosofie is. Het is een religieuze traditie waarin filosofische analyse, ethiek, meditatie en religieuze praktijk al vanaf de vroegste geschiedenis nauw met elkaar verbonden zijn.

En juist het ontbreken van een scheppergod maakt het boeddhisme niet minder religieus. Het laat vooral zien dat religie niet altijd begint met de vraag “In welke God geloof je?”, maar ook kan beginnen met een heel andere vraag: “Waarom lijden we, en hoe kunnen we daarvan vrij worden?”