Wat is Boeddhisme?

Boeddhisme is een religieuze en filosofische traditie die ongeveer 2.500 jaar geleden ontstond in Zuid-Azië rond de leer van Siddhartha Gautama, de historische Boeddha. In de kern gaat het boeddhisme over een vraag die verrassend herkenbaar is: waarom ervaren mensen ontevredenheid, stress en lijden, en is het mogelijk om daar vrijer van te worden?

Het antwoord van de Boeddha draait niet alleen om wat iemand moet geloven. Zijn leer gaat vooral over het begrijpen van de werkelijkheid, het onderzoeken van de eigen geest en het ontwikkelen van een manier van leven die uiteindelijk tot bevrijding kan leiden. De boeddhistische tradities die zich daarna in Azië ontwikkelden, gaven daar op verschillende manieren vorm aan.

Daarom is er niet één eenvoudig antwoord op de vraag wat boeddhisme precies is. Het is tegelijk een religieuze traditie, een levensbeschouwing, een verzameling filosofische ideeën en een geheel van praktijken. Wat die verschillende vormen met elkaar verbindt, is de zoektocht naar bevrijding van dukkha: het onbevredigende en pijnlijke karakter van het bestaan.

Waar komt het boeddhisme vandaan?

Het boeddhisme ontstond in Noord-India, in een religieuze omgeving waarin verschillende groepen rondtrokken op zoek naar bevrijding uit het bestaan. Siddhartha Gautama maakte deel uit van deze bredere wereld van asceten en spirituele zoekers.

Over het precieze leven van Gautama bestaat minder historische zekerheid dan soms wordt voorgesteld. De belangrijkste informatie over hem komt uit boeddhistische teksten die pas langere tijd na zijn leven schriftelijk werden vastgelegd. Moderne onderzoekers plaatsen zijn leven doorgaans ergens in de vijfde eeuw voor Christus, maar ook daarover bestaat discussie.

Volgens de boeddhistische overlevering verliet Gautama zijn comfortabele leven, ging hij op zoek naar een oplossing voor het menselijk lijden en beoefende hij verschillende vormen van ascese en meditatie. Uiteindelijk koos hij voor een middenweg tussen een leven dat volledig gericht is op zintuiglijk genot en extreme zelfkastijding.

Na zijn ontwaken werd hij bekend als de Boeddha. Het woord Boeddha betekent ongeveer “de ontwaakte” of “degene die ontwaakt is”. Het is dus oorspronkelijk geen achternaam of persoonlijke naam, maar een titel. In de boeddhistische traditie kunnen er bovendien meerdere boeddha’s zijn; Siddhartha Gautama is de Boeddha van onze historische wereldperiode.

Wat betekent boeddhisme?

Het Nederlandse woord boeddhisme verwijst naar de tradities die zijn ontstaan rond de leer van de Boeddha. In het boeddhisme zelf wordt vaak gesproken over Dhamma in het Pali of Dharma in het Sanskriet. Dat woord kan afhankelijk van de context onder meer verwijzen naar de leer van de Boeddha, de werkelijkheid zoals die is en de weg die naar bevrijding leidt.

Een belangrijk uitgangspunt is dat menselijke problemen niet alleen worden veroorzaakt door omstandigheden buiten onszelf. Volgens de boeddhistische leer spelen ook onze reacties op die omstandigheden een grote rol.

We willen vasthouden aan wat prettig is, duwen weg wat onaangenaam is en proberen voortdurend zekerheid te vinden in dingen die van nature veranderen. Juist dat vasthouden en verlangen vormt een belangrijk onderdeel van het probleem.

Het boeddhisme vraagt daarom niet alleen: wat gebeurt er met mij? Het vraagt ook: hoe ga ik om met wat er gebeurt?

Dat verschil is belangrijk. Het boeddhisme beweert niet dat pijn simpelweg verdwijnt zodra iemand anders leert denken. Het onderzoekt eerder hoe verlangen, afkeer, onwetendheid en gehechtheid onze ervaring van het leven beïnvloeden.

De Vier Edele Waarheden

Een van de bekendste onderdelen van de boeddhistische leer zijn de Vier Edele Waarheden. In de Dhammacakkappavattana Sutta (SN 56.11), een tekst die in de Pali Canon wordt beschouwd als het eerste onderricht van de Boeddha, worden deze vier waarheden uiteengezet.

De vier waarheden zijn:

  1. Er is dukkha.
  2. Dukkha heeft oorzaken.
  3. Dukkha kan tot een einde komen.
  4. Er is een weg die naar het einde van dukkha leidt.

Het woord dukkha wordt vaak vertaald als “lijden”. Dat is niet verkeerd, maar het Nederlandse woord dekt niet alle betekenissen. Dukkha kan ook verwijzen naar onbevredigdheid, instabiliteit of het feit dat iets uiteindelijk niet de blijvende voldoening kan geven waarnaar we zoeken.

De eerste waarheid gaat daarom niet simpelweg over het idee dat “het leven slecht is”. De Boeddha noemt onder meer geboorte, ouderdom, ziekte, dood, verlies en het niet krijgen van wat men verlangt. Maar hij brengt het ook terug tot de vijf groepen van lichamelijke en mentale processen waaraan we ons vastklampen.

De tweede waarheid wijst verlangen of begeerte (taṇhā) aan als een belangrijke oorzaak van dukkha. In de klassieke formulering gaat het onder meer om verlangen naar zintuiglijk genot, verlangen naar bestaan en verlangen naar niet-bestaan.

De derde waarheid stelt dat het mogelijk is om dit proces tot een einde te brengen. Dat wordt verbonden met Nibbāna of Nirvana: bevrijding door het uitdoven van de oorzaken die dukkha in stand houden.

De vierde waarheid beschrijft vervolgens de weg daarheen: het Edele Achtvoudige Pad.

Het Achtvoudige Pad

Het Achtvoudige Pad bestaat uit acht onderdelen:

  • juist begrip;
  • juiste intentie;
  • juiste spraak;
  • juist handelen;
  • juist levensonderhoud;
  • juiste inspanning;
  • juiste opmerkzaamheid;
  • juiste concentratie.

Deze acht onderdelen vormen geen stappenplan waarbij je eerst één onderdeel volledig afrondt voordat je aan het volgende begint. Ze zijn eerder verschillende kanten van dezelfde beoefening. In de eerste preek van de Boeddha wordt het Achtvoudige Pad bovendien omschreven als de Middenweg tussen twee uitersten: het najagen van zintuiglijk genot en extreme zelfkastijding.

Het pad gaat daardoor over veel meer dan meditatie. Hoe iemand spreekt, handelt, werkt, denkt en zijn aandacht gebruikt, hoort allemaal bij de boeddhistische beoefening.

Wat leert het boeddhisme over het zelf?

Een van de meest opvallende boeddhistische ideeën is anattā of anātman, meestal vertaald als “niet-zelf”.

Dit wordt soms uitgelegd alsof het boeddhisme zegt: “Je bestaat helemaal niet.” Dat is te simpel.

De klassieke boeddhistische leer verzet zich vooral tegen het idee van een blijvend, onafhankelijk en onveranderlijk zelf. Wat wij “ik” noemen bestaat volgens deze analyse uit voortdurend veranderende lichamelijke en mentale processen. In de vroege boeddhistische teksten worden die onder meer beschreven aan de hand van de vijf khandha’s, of vijf groepen: vorm, gevoelens, waarnemingen, mentale formaties en bewustzijn.

Dat betekent niet dat het boeddhisme ontkent dat er in het dagelijks leven mensen bestaan. We kunnen gewoon zeggen “ik”, “jij” en “zij”. Het punt is dat daar volgens de boeddhistische analyse geen onveranderlijke kern achter zit die volledig losstaat van oorzaken en omstandigheden.

Dit hangt samen met een ander belangrijk begrip: afhankelijk ontstaan (paṭiccasamuppāda). Dingen ontstaan niet zomaar uit zichzelf, maar zijn afhankelijk van oorzaken en voorwaarden. De Boeddha gebruikte dit principe onder meer om uit te leggen hoe lijden en wedergeboorte ontstaan en hoe dat proces kan worden beëindigd.

Juist hierdoor is het boeddhistische idee van niet-zelf subtieler dan de uitspraak “er is geen zelf”. Het gaat om de vraag wat we eigenlijk bedoelen wanneer we zeggen dat er een “ik” bestaat.

Karma en wedergeboorte

Het boeddhisme ontstond in een cultuur waarin ideeën over karma en wedergeboorte al bestonden. De Boeddha nam deze begrippen over, maar plaatste ze binnen zijn eigen leer.

Karma betekent in de boeddhistische context in de eerste plaats intentionele handeling. Handelingen van lichaam, spraak en geest hebben gevolgen. Het gaat dus niet simpelweg om een soort kosmisch puntensysteem waarbij goede daden automatisch beloningen opleveren.

Karma hangt samen met wedergeboorte en met de voortdurende cyclus van samsara, het bestaan waarin we steeds opnieuw worden geboren en sterven.

Hier ontstaat een interessante vraag: als het boeddhisme geen permanent zelf aanneemt, wat wordt er dan wedergeboren?

De vroege boeddhistische benadering probeert juist te voorkomen dat deze vraag wordt beantwoord door een blijvende ziel aan te nemen. Er is volgens deze leer geen onveranderlijke persoon die van het ene lichaam naar het volgende verhuist. Tegelijkertijd wordt wedergeboorte ook niet voorgesteld als iets dat volledig losstaat van het voorafgaande leven. Oorzaken en gevolgen verbinden de processen met elkaar.

Een bekende manier om dit te begrijpen is daarom niet als “dezelfde persoon wordt opnieuw geboren”, maar ook niet als “een volledig andere persoon ontstaat zonder verband”. Het is een voortgaand proces van oorzakelijkheid.

Is boeddhisme een religie of een filosofie?

Dat hangt deels af van wat met die woorden wordt bedoeld.

Het boeddhisme heeft veel kenmerken die mensen met religie associëren: rituelen, tempels, monniken en nonnen, heilige teksten, gebeden of recitaties, religieuze feestdagen, kosmologische ideeën en verschillende vormen van devotie.

Tegelijkertijd heeft het boeddhisme een sterk filosofische kant. Boeddhistische denkers hebben eeuwenlang vragen onderzocht over bewustzijn, kennis, werkelijkheid, identiteit en ethiek. De traditie ontwikkelde daardoor uitgebreide filosofische systemen.

Daarom is het meestal te beperkt om te zeggen dat boeddhisme óf een religie óf een filosofie is. Het kan beide aspecten bevatten, afhankelijk van de traditie en de manier waarop iemand het beoefent.

Ook het beeld dat boeddhisme “eigenlijk geen religie is, maar alleen een levensfilosofie” klopt historisch niet goed. In veel boeddhistische samenlevingen is het boeddhisme al eeuwenlang duidelijk als religieuze traditie beleefd.

Moet je in het boeddhisme in God geloven?

Het boeddhisme draait niet om geloof in één scheppende God.

Dat betekent echter niet dat alle boeddhistische tradities een volledig wereldbeeld zonder goddelijke wezens hebben. In veel klassieke boeddhistische teksten komen goden, hemelse wezens en andere vormen van bestaan voor. Deze wezens zijn alleen niet de schepper van het universum en ook zij bevinden zich binnen de kringloop van samsara.

De belangrijkste vraag van de Boeddha was bovendien niet hoe het universum door een god geschapen was. Zijn aandacht lag bij het ontstaan van dukkha en de mogelijkheid om daarvan bevrijd te worden.

Daarom kan iemand zich tot het boeddhisme aangetrokken voelen zonder in een scheppende God te geloven. Tegelijkertijd verschilt de manier waarop bovennatuurlijke wezens, rituelen en religieuze devotie worden benaderd sterk per boeddhistische traditie.

Het boeddhisme bestaat uit verschillende tradities

Het boeddhisme is in de loop van ruim tweeduizend jaar sterk veranderd. Al vroeg ontstonden verschillende boeddhistische scholen en interpretaties. Veel daarvan verdwenen later weer, terwijl andere tradities zich verder ontwikkelden in verschillende delen van Azië.

Tegenwoordig worden drie grote tradities onderscheiden:

Theravada

Theravada betekent ongeveer “leer van de ouderen”. Deze traditie is vooral sterk aanwezig in onder meer Sri Lanka, Thailand, Myanmar, Laos en Cambodja.

Theravada hecht veel waarde aan de Pali Canon, de vroegst bewaard gebleven grote verzameling boeddhistische canonieke teksten in een Indiase taal. De monastieke traditie en het bereiken van bevrijding door inzicht en beoefening spelen een belangrijke rol.

Mahayana

Mahayana, “Grote Voertuig”, ontstond enkele eeuwen na de historische Boeddha in India en ontwikkelde nieuwe teksten, filosofische ideeën en vormen van beoefening.

Een belangrijk ideaal binnen veel Mahayana-tradities is dat van de bodhisattva: iemand die zich richt op het bereiken van boeddhaschap en het welzijn en de bevrijding van alle levende wezens.

Binnen Mahayana ontstonden onder meer filosofische tradities zoals Madhyamaka en Yogacara. Madhyamaka ontwikkelde bijvoorbeeld het idee van leegte (śūnyatā): verschijnselen hebben geen volledig onafhankelijke, onveranderlijke eigen aard.

Vajrayana

Vajrayana, het “Diamanten Voertuig”, wordt doorgaans gezien als een vorm van Mahayana waarin tantrische methoden een belangrijke plaats innemen.

De traditie is vooral bekend uit Tibet en de Himalaya, maar heeft ook historische wortels en vormen in andere delen van Azië. Rituelen, visualisaties, mantra’s en specifieke meditatietechnieken kunnen binnen Vajrayana een grote rol spelen.

Tradities zoals Zen en Pure Land worden meestal binnen de bredere Mahayana-wereld geplaatst. Ze kunnen onderling echter behoorlijk verschillen in hun nadruk en manier van beoefenen.

Daarom is het beter om niet te spreken over één uniforme “boeddhistische leer”. De verschillende tradities delen een historische oorsprong en veel belangrijke begrippen, maar hebben in de loop van de tijd ook hun eigen ideeën en praktijken ontwikkeld.

Wat is nirvana?

Nirvana, in het Pali Nibbāna, is een van de belangrijkste maar ook moeilijkst uit te leggen begrippen binnen het boeddhisme.

In de vroege boeddhistische teksten wordt nirvana verbonden met het uitdoven van verlangen en de beëindiging van de oorzaken van lijden. In de eerste preek van de Boeddha wordt het beschreven als het verdwijnen en loslaten van de begeerte die tot verdere bestaansvorming leidt.

Het is daarom misleidend om nirvana simpelweg te omschrijven als “een soort hemel”. Nirvana is in de vroege boeddhistische leer juist verbonden met bevrijding uit samsara.

Latere boeddhistische tradities ontwikkelden daarnaast verschillende filosofische en religieuze interpretaties van nirvana. Het begrip is daardoor niet overal precies hetzelfde uitgelegd.

Wat maakt boeddhisme anders dan alleen positief denken?

Een modern beeld van boeddhisme is dat het vooral gaat over rust, mindfulness en leren om positief in het leven te staan. Daar zit een deel van de waarheid in, maar het laat veel weg.

De boeddhistische leer gaat juist vrij direct in op onderwerpen die mensen liever vermijden: ouderdom, ziekte, dood, verlies, verlangen, onzekerheid en de vraag waarom zelfs prettige ervaringen uiteindelijk onbevredigend kunnen worden.

Ook is het doel niet simpelweg om je beter te voelen. Meditatie kan rust geven en boeddhistische oefeningen kunnen bijdragen aan welzijn, maar binnen de klassieke tradities hebben ze een veel breder doel: inzicht ontwikkelen en uiteindelijk bevrijding bereiken.

Mindfulness is daar een goed voorbeeld van. Het moderne begrip is sterk beïnvloed door het boeddhisme, maar mindfulness zoals het tegenwoordig in bijvoorbeeld de gezondheidszorg of het bedrijfsleven wordt gebruikt, is niet hetzelfde als de volledige boeddhistische beoefening. In het boeddhisme maakt opmerkzaamheid deel uit van een veel groter pad waarin ook ethiek, concentratie en inzicht een plaats hebben.

Een minder bekende kant van het boeddhisme: het is niet alleen een verzameling ideeën

Het boeddhisme kan van buitenaf gemakkelijk lijken op een verzameling filosofische uitspraken: alles verandert, verlangen veroorzaakt lijden, er bestaat geen permanent zelf.

Maar binnen de boeddhistische traditie zijn deze ideeën in de eerste plaats verbonden met praktijk.

De Vier Edele Waarheden zijn daar een goed voorbeeld van. In de eerste preek van de Boeddha heeft iedere waarheid niet alleen een inhoud, maar ook iets wat ermee gedaan moet worden: dukkha moet volledig worden begrepen, de oorzaak ervan moet worden losgelaten, het einde ervan moet worden gerealiseerd en het pad moet worden ontwikkeld.

Dat verandert de manier waarop je de boeddhistische leer kunt lezen.

Het is niet alleen de vraag of je het eens bent met de uitspraak dat alles vergankelijk is. Het gaat er ook om of je die vergankelijkheid daadwerkelijk leert zien in je eigen ervaring, en wat er vervolgens gebeurt met je gehechtheid.

In die zin is boeddhisme niet alleen een antwoord op de vraag “Wat moet ik geloven?”, maar ook op de vraag “Wat moet ik onderzoeken en beoefenen?”

Veelvoorkomende misverstanden over het boeddhisme

“Boeddhisten moeten altijd rustig en gelukkig zijn”

Nee. Boeddhisme leert niet dat een beoefenaar nooit boos, verdrietig of bang mag zijn.

De beoefening richt zich eerder op het begrijpen van zulke ervaringen en op de manier waarop we ermee omgaan. Een boeddhist kan dus gewoon verdriet ervaren. Het ideaal is niet om menselijke emoties weg te drukken.

“Boeddhisme gaat alleen over meditatie”

Meditatie is belangrijk binnen veel boeddhistische tradities, maar het is maar één onderdeel van de beoefening.

Ethiek, wijsheid, gedrag, aandacht, studie, rituelen en in sommige tradities devotie spelen eveneens een belangrijke rol.

“Boeddha was een god”

In de historische en vroege boeddhistische context wordt Gautama niet simpelweg voorgesteld als een scheppende god. Hij wordt gezien als iemand die ontwaakte en de weg naar bevrijding ontdekte en onderwees.

Latere boeddhistische tradities ontwikkelden wel zeer uitgebreide opvattingen over boeddha’s en bodhisattva’s. Ook hier is het dus belangrijk om niet alle boeddhistische tradities over één kam te scheren.

“Boeddhisme zegt dat alles lijden is”

De uitspraak “alles is lijden” is een grove vereenvoudiging.

Het begrip dukkha heeft een bredere betekenis. Zelfs iets prettigs kan dukkha zijn wanneer we eraan gehecht raken en verwachten dat het blijvend geluk oplevert, terwijl het onvermijdelijk verandert.

“Boeddhisme gelooft helemaal niet in een zelf”

Ook dit is te simpel.

In het dagelijks taalgebruik gebruiken boeddhistische teksten gewoon woorden voor “ik”, “jij” en “persoon”. De leer van niet-zelf richt zich vooral tegen het idee van een blijvende, onafhankelijke en onveranderlijke kern achter onze ervaring.

Wat betekent boeddhisme voor iemand die vandaag wil beginnen?

Wie tegenwoordig met boeddhisme in aanraking komt, hoeft niet meteen alles te begrijpen of een bepaalde identiteit aan te nemen.

Een goede eerste kennismaking begint bijvoorbeeld met de Vier Edele Waarheden, het Achtvoudige Pad en de begrippen dukkha, karma, wedergeboorte, samsara, niet-zelf en nirvana.

Daarna wordt het interessant om te kijken naar de praktijk. Hoe werken aandacht en meditatie? Wat betekent boeddhistische ethiek in het dagelijks leven? Wat betekent het om minder gehecht te zijn? En hoe kijken verschillende boeddhistische tradities naar dezelfde vragen?

Ook is het goed om te onthouden dat “boeddhist worden” in verschillende culturen iets anders kan betekenen. Voor sommige mensen betekent het vooral het bestuderen en beoefenen van de leer. Voor anderen horen daar ook toevlucht nemen tot de Boeddha, Dhamma en Sangha, rituelen, een bepaalde gemeenschap en religieuze overtuigingen bij.

Er bestaat dus niet één manier waarop een boeddhistisch leven eruitziet.

Dus: wat is boeddhisme?

Boeddhisme is een verzameling religieuze, filosofische en praktische tradities die teruggaan op de leer van de Boeddha, Siddhartha Gautama.

In de kern probeert het boeddhisme te begrijpen waarom mensen gevangen kunnen raken in verlangen, gehechtheid en dukkha, en hoe daar bevrijding van mogelijk is. De Vier Edele Waarheden en het Achtvoudige Pad vormen daarbij een belangrijke basis. Ideeën als vergankelijkheid, niet-zelf, karma, wedergeboorte en afhankelijk ontstaan bouwen daarop voort.

Maar het boeddhisme is nooit één onveranderlijk systeem gebleven. Vanuit de vroege boeddhistische gemeenschappen ontstonden uiteenlopende tradities die zich over grote delen van Azië verspreidden. Theravada, Mahayana en Vajrayana delen belangrijke uitgangspunten, maar verschillen ook sterk in filosofie, teksten, rituelen en praktijk.

Wie het boeddhisme echt wil begrijpen, komt daarom uiteindelijk steeds bij dezelfde grotere vraag uit: niet alleen wat leert het boeddhisme?, maar ook wat gebeurt er wanneer je die leer daadwerkelijk gaat onderzoeken en beoefenen?