Wie was Boeddha?
Wanneer we het over het boeddhisme hebben, gaat het al snel over meditatie, karma, wedergeboorte of verlichting. Maar achter deze leer staat een historische figuur: Siddhartha Gautama, die later bekend werd als de Boeddha.
Wie was deze man eigenlijk? Waar kwam hij vandaan, waarom verliet hij zijn leven als huisbewoner en wat ontdekte hij tijdens zijn zoektocht? En hoeveel weten we daar werkelijk over?
Het korte antwoord is dat Gautama waarschijnlijk een rondtrekkende religieuze leraar was die in het noorden van het huidige India en Nepal leefde, ergens in de vijfde eeuw voor Christus. Hij werd de grondlegger van de boeddhistische traditie. Tegelijkertijd is het beeld dat we tegenwoordig van zijn leven hebben niet volledig historisch vast te stellen. De verhalen over zijn leven werden lange tijd mondeling doorgegeven en pas eeuwen later op schrift gesteld. Daardoor lopen historische herinneringen, religieuze overleveringen en latere verhalen door elkaar.
Om te begrijpen wie Boeddha was, moeten we daarom onderscheid maken tussen de historische Gautama en de manier waarop verschillende boeddhistische tradities hem later zijn gaan zien.
Siddhartha Gautama
De man die wij tegenwoordig meestal Siddhartha Gautama noemen, wordt in de vroegboeddhistische teksten vooral aangeduid als Gautama, of in het Pali als Gotama.
Hij behoorde volgens de overlevering tot de Śākya-clan, een groep die leefde in het grensgebied van het huidige Nepal en India. Zijn geboorteplaats wordt traditioneel geïdentificeerd als Lumbini, in het huidige Nepal. Zijn familie behoorde niet tot de allerhoogste koninklijke dynastieën van India, zoals latere verhalen soms suggereren. De historische situatie was waarschijnlijk eerder die van een invloedrijke clan met politieke en sociale status.
Ook zijn exacte naamgeving verdient enige uitleg. Siddhartha is vooral bekend geworden via latere biografische tradities. In de vroegste teksten wordt hij veel vaker aangeduid als Gotama of Gautama. Daarnaast komen titels voor als Tathāgata, Bhagavā en Buddha.
Dat laatste is belangrijk: Boeddha was oorspronkelijk geen eigennaam.
Het Pali-woord Buddha is verwant aan een werkwoord dat betrekking heeft op ontwaken of inzicht krijgen. Een boeddha is in die betekenis een “ontwaakte”. Het woord beschrijft dus wat Gautama volgens de boeddhistische traditie bereikte, en niet simpelweg wie hij bij zijn geboorte was.
Wanneer leefde Boeddha?
Over de precieze jaartallen van zijn leven bestaat geen volledige overeenstemming.
Lange tijd werd vaak aangenomen dat Boeddha ongeveer van 563 tot 483 v.Chr. leefde. Moderne historici plaatsen zijn leven echter doorgaans later. Sommige onderzoekers dateren zijn overlijden rond het begin van de vierde eeuw v.Chr., terwijl andere reconstructies andere jaartallen geven. De Stanford Encyclopedia of Philosophy merkt bijvoorbeeld op dat veel hedendaagse onderzoekers zijn overlijden rond 405 v.Chr. plaatsen.
Daarom is het verstandiger om te spreken over de vijfde of vierde eeuw voor Christus, in plaats van één exact geboorte- en sterfjaar alsof die met zekerheid bekend zijn.
Dat gebrek aan zekerheid is niet zo vreemd. De boeddhistische teksten waarin het leven van Boeddha wordt beschreven, werden niet tijdens zijn leven geschreven. Zijn onderricht werd aanvankelijk mondeling doorgegeven. De teksten die uiteindelijk zijn opgeschreven, ontstonden pas generaties later en verschillende overgeleverde versies verschillen op belangrijke punten van elkaar.
We kunnen dus vrij zeker zijn dat er een historische Gautama was, maar veel minder zeker over alle details die later over zijn leven zijn verteld.
Hoe was het leven van Siddhartha voordat hij Boeddha werd?
Volgens de vroegboeddhistische overlevering groeide Gautama op in relatief comfortabele omstandigheden. Hij trouwde en kreeg een zoon. Toch raakte hij steeds meer bezig met een vraag die uiteindelijk zijn hele leven zou veranderen: hoe kan een mens ontsnappen aan lijden?
In de Majjhima Nikāya beschrijft de Boeddha zelf zijn zoektocht. Hij vertelt dat hij, toen hij nog een jonge man was, nadacht over het feit dat alles wat geboren wordt ook onderhevig is aan ouderdom, ziekte en dood. Het had volgens hem weinig zin om uitsluitend zekerheid te zoeken in zaken die zelf vergankelijk zijn.
Dit is een belangrijk verschil met het bekende verhaal van de zogenaamde vier tekenen.
In veel latere biografieën wordt verteld dat Siddhartha vanuit zijn paleis achtereenvolgens een oude man, een zieke, een dode en een monnik zag. Deze ervaringen zouden hem hebben laten beseffen dat niemand aan ouderdom, ziekte en dood kan ontsnappen.
Het verhaal is bijzonder belangrijk geworden binnen het boeddhisme, maar we moeten voorzichtig zijn met de historische status ervan. De meer gedetailleerde biografische verhalen over Siddhartha zijn in de loop van de tijd verder ontwikkeld. In de vroegste teksten vinden we wel degelijk de fundamentele confrontatie met geboorte, ouderdom, ziekte, dood en lijden, maar niet ieder detail uit de latere levensbeschrijvingen kan als historisch feit worden vastgesteld.
Waarom verliet hij zijn leven?
Volgens de vroegboeddhistische teksten verliet Gautama als jonge man het huiselijke leven om een spirituele oplossing te vinden voor geboorte, ouderdom, ziekte, dood en lijden. Hij liet zijn haar en baard afscheren, trok het gewaad van een rondtrekkende asceet aan en ging op zoek naar leraren.
Dit was geen vreemde keuze in de samenleving waarin hij leefde.
In het Noord-India van die periode waren er verschillende rondtrekkende spirituele zoekers, vaak śramaṇa’s genoemd. Zij trokken rond, leefden als asceten en probeerden door meditatie, zelfdiscipline en filosofisch onderzoek bevrijding te bereiken.
Gautama sloot zich aanvankelijk aan bij bestaande leraren. De teksten noemen onder andere Āḷāra Kālāma en Uddaka Rāmaputta. Hij leerde hun meditatieve methoden en bereikte volgens zijn eigen latere beschrijving zeer verfijnde bewustzijnstoestanden. Toch vond hij dat deze praktijken niet tot de uiteindelijke bevrijding leidden waarnaar hij op zoek was. Daarom ging hij verder.
De periode van extreme ascese
Na zijn studie bij andere leraren koos Gautama voor een zeer strenge vorm van ascese.
Hij leefde met een kleine groep andere zoekers en onderwierp zichzelf aan zware lichamelijke beperkingen. Het doel was om verlangens en gehechtheid volledig te overwinnen.
Volgens de boeddhistische traditie ontdekte hij uiteindelijk dat deze extreme aanpak niet werkte.
Dat inzicht werd later verbonden met een van de belangrijkste ideeën uit het boeddhisme: de middenweg.
De middenweg betekent hier niet simpelweg “een beetje van alles”. Het gaat om het vermijden van twee uitersten: enerzijds een leven dat volledig gericht is op zintuiglijk genot en anderzijds extreme zelfkwelling. Gautama kwam tot de conclusie dat geen van beide tot de bevrijding leidde die hij zocht.
Daarmee nam hij afstand van de extreme ascese die hij zelf jarenlang had beoefend.
De verlichting onder de bodhiboom
Volgens de boeddhistische overlevering ging Gautama vervolgens naar Uruvelā, in de buurt van het huidige Bodh Gaya. Daar ging hij mediteren met het voornemen niet op te staan voordat hij de waarheid had doorzien.
Tijdens deze meditatie bereikte hij volgens de traditie bodhi, verlichting of ontwaken.
Vanaf dat moment werd hij de Boeddha genoemd: de Ontwaakte.
Wat hij precies “ontwaakte” is binnen de boeddhistische traditie nauw verbonden met het inzicht in de aard van lijden, het ontstaan ervan en de mogelijkheid om eraan voorbij te gaan. Zijn latere onderricht zou worden samengevat in de Vier Edele Waarheden en het Edele Achtvoudige Pad.
De vroegboeddhistische teksten leggen daarbij sterk de nadruk op inzicht dat iemand zelf moet ontwikkelen. In de Majjhima Nikāya wordt Gautama bijvoorbeeld beschreven als iemand die verschillende bestaande leerstellingen onderzocht, maar uiteindelijk verder zocht omdat hij ze niet voldoende vond om tot volledige bevrijding te leiden.
Wat ontdekte Boeddha?
Het is verleidelijk om te zeggen dat Boeddha één specifieke “geheime waarheid” ontdekte. Zijn leer is echter veel uitgebreider.
Een belangrijk uitgangspunt is dat het menselijk bestaan wordt gekenmerkt door dukkha. Dat wordt vaak vertaald als “lijden”, maar het woord heeft een bredere betekenis. Het verwijst ook naar onbevredigdheid, kwetsbaarheid en het feit dat geen enkel vergankelijk verschijnsel ons blijvende zekerheid kan geven.
Daarbij zag Boeddha volgens de vroegste traditie een verband tussen dukkha en verlangen en gehechtheid.
Het doel was daarom niet om de wereld simpelweg te ontvluchten, maar om de mechanismen waardoor lijden steeds opnieuw ontstaat daadwerkelijk te begrijpen.
In een van de vroege teksten vat de Boeddha het doel van het spirituele leven zelf samen als het volledig begrijpen van lijden. De weg daarheen noemt hij het Edele Achtvoudige Pad.
Dit maakt duidelijk dat “verlichting” in het boeddhisme niet simpelweg betekent dat iemand plotseling een bijzonder gevoel of een mystieke ervaring heeft. Het gaat om een diepgaande verandering in inzicht en de beëindiging van de oorzaken van gebondenheid.
Waarom begon Boeddha zijn leer te onderwijzen?
Na zijn ontwaken had Gautama volgens de overlevering een probleem.
Hij had iets ontdekt wat volgens hem moeilijk onder woorden te brengen was. Waarom zou hij proberen het aan anderen uit te leggen als mensen het waarschijnlijk toch niet zouden begrijpen?
Uiteindelijk besloot hij toch om te onderwijzen.
Zijn eerste onderricht zou volgens de boeddhistische traditie hebben plaatsgevonden in het Hertenpark van Sarnath, bij Varanasi. Daar ontmoette hij vijf voormalige metgezellen uit zijn periode van ascese.
Dit eerste onderricht staat bekend als de Dhammacakkappavattana Sutta, het “in beweging zetten van het wiel van de Dhamma”.
Daarin worden de Vier Edele Waarheden en het Edele Achtvoudige Pad uiteengezet.
De vijf asceten vormden vervolgens de eerste groep leerlingen rond Gautama. In de Majjhima Nikāya wordt beschreven hoe zij aanvankelijk sceptisch waren over Gautama’s bewering dat hij volledige bevrijding had bereikt, maar uiteindelijk zijn onderricht accepteerden.
Hier begint wat later zou uitgroeien tot de boeddhistische Saṅgha, de gemeenschap van mensen die de weg van Boeddha volgen.
Boeddha als leraar
Na zijn ontwaken bleef Gautama volgens de teksten nog tientallen jaren onderwijzen.
Hij trok door verschillende gebieden in Noord-India en sprak met monniken, nonnen, leken, koningen, rijke kooplieden, andere religieuze leraren en gewone mensen.
Zijn onderwijs was daardoor niet beperkt tot één soort publiek.
Hij gaf ook niet altijd hetzelfde soort antwoord. Soms gaf hij een uitgebreide filosofische uitleg, terwijl hij op andere momenten een praktische vraag beantwoordde over gedrag, meditatie of het omgaan met conflicten.
Dat is een van de redenen waarom de boeddhistische geschriften zo omvangrijk zijn geworden.
De teksten bevatten toespraken over onder andere ethiek, meditatie, karma, wedergeboorte, de aard van het zelf, verlangen, bewustzijn, wijsheid en bevrijding.
Was Boeddha een god?
Binnen de meeste boeddhistische tradities wordt Boeddha niet gezien als een scheppende god.
Dat betekent echter niet dat het boeddhisme overal een puur seculier beeld van hem heeft.
In de vroegboeddhistische teksten wordt Gautama voorgesteld als een mens die door zijn eigen inspanning tot ontwaken kwam. Tegelijkertijd bevatten diezelfde teksten verhalen over goden, hemelse wezens en bovennatuurlijke gebeurtenissen.
Later ontwikkelden verschillende boeddhistische tradities bovendien veel uitgebreidere ideeën over de aard van een boeddha.
Daarom is het te simpel om te zeggen dat “Boeddha gewoon een mens was” als daarmee wordt bedoeld dat iedere boeddhistische traditie hem uitsluitend als een gewone historische persoon ziet.
Aan de andere kant is het ook onjuist om hem zonder meer als een god te beschrijven.
De titel Buddha verwijst in de eerste plaats naar ontwaken. Volgens de boeddhistische leer is Gautama niet de enige mogelijke boeddha. Een boeddha is iemand die de weg naar bevrijding zelf ontdekt en deze vervolgens aan anderen onderwijst.
Wat betekent de naam Boeddha?
Het woord Buddha betekent ongeveer “de Ontwaakte”.
Dat geeft meteen een belangrijk inzicht in hoe Gautama binnen het boeddhisme wordt gezien.
Hij wordt niet in de eerste plaats belangrijk gevonden omdat hij een bepaalde familie had, een machtige positie bezat of door een god werd uitgekozen. Zijn bijzondere status komt voort uit het ontwaken dat hij volgens de traditie zelf bereikte.
Daarom kan het woord “Boeddha” ook breder worden gebruikt.
Binnen boeddhistische tradities bestaan ideeën over eerdere boeddha’s en toekomstige boeddha’s. Gautama wordt daarom vaak aangeduid als Śākyamuni Boeddha, de “wijze van de Śākya’s”, om hem te onderscheiden van andere boeddha’s.
Wat weten we historisch gezien echt over Boeddha?
Hier wordt het interessant.
We hebben geen tekst die rechtstreeks uit de tijd van Gautama zelf komt. De vroegste boeddhistische teksten zijn het resultaat van een lange periode van mondelinge overdracht. Ze werden bovendien in verschillende talen en binnen verschillende teksttradities doorgegeven.
Dat betekent niet dat de verhalen daarom waardeloos zijn.
Onderzoekers kunnen juist door verschillende vroege teksttradities met elkaar te vergelijken proberen te achterhalen welke elementen waarschijnlijk teruggaan op een oudere gemeenschappelijke traditie. Maar volledige zekerheid is vaak niet mogelijk.
De Stanford Encyclopedia of Philosophy benadrukt bijvoorbeeld dat onze kennis van Boeddha’s leer afkomstig is uit teksten die pas eeuwen na zijn dood op schrift zijn gesteld, in talen die waarschijnlijk niet precies zijn eigen gesproken taal waren, en dat de verschillende overgeleverde teksttradities op belangrijke punten van elkaar verschillen.
Daarom kunnen we grofweg drie lagen onderscheiden:
Historische Gautama
Een religieuze leraar uit Noord-India die waarschijnlijk in de vijfde of vierde eeuw v.Chr. leefde en rond wie een gemeenschap van leerlingen ontstond.
De Boeddha uit de vroege teksten
Een leraar die wordt beschreven als iemand die door ontwaken bevrijding bereikte en vervolgens tientallen jaren onderricht gaf.
De Boeddha uit latere tradities
Een steeds verder uitgewerkt religieus en filosofisch ideaal, waaraan verschillende boeddhistische stromingen nieuwe betekenissen en eigenschappen verbonden.
Die drie lagen zijn met elkaar verbonden, maar zijn niet precies hetzelfde.
Hoe stierf Boeddha?
Volgens de boeddhistische traditie bereikte Gautama op ongeveer tachtigjarige leeftijd zijn parinibbāna in Kusinārā, het huidige Kushinagar in India.
Het verslag hiervan staat uitgebreid in de Mahāparinibbāna Sutta, een van de belangrijkste teksten over de laatste periode van zijn leven. De tekst beschrijft hoe de oude Boeddha met zijn leerlingen reisde, uiteindelijk tussen twee bomen ging liggen en daar stierf.
Zijn dood wordt binnen het boeddhisme niet simpelweg beschreven als “de dood van een heilige man”. Het begrip parinibbāna verwijst naar het volledige uitdoven van het bestaan van iemand die volledige bevrijding heeft bereikt.
In het verhaal van zijn laatste momenten benadrukt Boeddha bovendien een gedachte die centraal staat in zijn leer: alles wat ontstaat is vergankelijk.
Na zijn dood bleef zijn onderricht volgens de traditie de leidraad voor zijn leerlingen. In de Mahāparinibbāna Sutta wordt zelfs expliciet gezegd dat zijn leerlingen niet moesten denken dat ze na zijn dood zonder leraar zouden zijn; de Dhamma en de training die hij had onderwezen zouden hun leidraad zijn.
Van historische leraar naar Boeddha van vele tradities
Na zijn dood bleef het boeddhisme zich ontwikkelen.
In de eerste eeuwen ontstonden verschillende gemeenschappen en scholen met eigen interpretaties van Boeddha’s leer. Uiteindelijk ontwikkelden zich grote tradities zoals Theravada en Mahayana. Vajrayana ontstond later binnen de bredere Mahayana-ontwikkeling.
Ook het beeld van Boeddha veranderde daardoor.
Binnen Theravada ligt de nadruk sterk op Gautama als de historische Boeddha die het pad naar bevrijding zelf ontdekte en onderwees.
Binnen Mahayana-tradities ontwikkelden zich daarnaast uitgebreidere opvattingen over wat een boeddha is. Gautama bleef daarbij de historische Śākyamuni Boeddha, maar hij werd geplaatst binnen een veel groter beeld van boeddhaschap en werkelijkheid.
In sommige Mahayana-tradities wordt bijvoorbeeld gesproken over verschillende boeddha’s, zoals Amitābha. Dat betekent niet dat deze figuren allemaal als historische personen uit dezelfde periode worden beschouwd. Amitābha verschijnt bijvoorbeeld pas veel later in de ontwikkeling van de boeddhistische literatuur.
Dit laat zien waarom er eigenlijk niet één universeel beeld van “Boeddha” bestaat.
Een belangrijk misverstand: Boeddha was niet de eerste boeddhist
Dat klinkt misschien vreemd, maar het is inhoudelijk belangrijk.
Gautama gebruikte het woord “boeddhist” natuurlijk niet om zichzelf te beschrijven. Het boeddhisme ontstond als traditie rond zijn onderricht en de gemeenschap van mensen die dat onderricht volgden.
Bovendien zag Gautama zichzelf volgens de vroege traditie niet als iemand die een volledig nieuwe wereldbeschouwing uit het niets had bedacht.
Zijn zoektocht speelde zich af binnen een samenleving waarin al verschillende religieuze en filosofische tradities bestonden. Hij nam bepaalde ideeën over, verwierp andere en gaf aan weer andere begrippen een nieuwe betekenis.
Het boeddhisme ontstond dus niet in een leegte.
Was Boeddha een filosoof?
Dat hangt deels af van wat je onder filosofie verstaat.
Boeddha hield zich bezig met vragen die wij tegenwoordig filosofisch zouden noemen: Wat is een persoon? Waarom lijden mensen? Wat veroorzaakt verlangen? Wat betekent kennis? Hoe ontstaat bevrijding?
Maar zijn doel was niet om een abstract systeem te bouwen.
Zijn onderricht was vooral gericht op een probleem dat volgens hem praktisch opgelost kon worden: het menselijk lijden en de oorzaken daarvan.
Daarom is het misschien beter om hem zowel als religieuze leraar als denker te zien. Moderne filosofische studies van het boeddhisme behandelen zijn leer dan ook als een serieuze filosofische traditie, naast de religieuze betekenis ervan.
Waarom is Boeddha nog steeds belangrijk?
Meer dan tweeduizend jaar na zijn dood wordt Gautama nog steeds gevolgd door honderden miljoenen mensen en bestudeerd door mensen die zichzelf niet noodzakelijk als boeddhist beschouwen.
Dat heeft te maken met de manier waarop zijn leer rond een aantal heel menselijke vragen draait.
We worden ouder. We worden ziek. Mensen van wie we houden sterven. Dingen veranderen terwijl we willen dat ze hetzelfde blijven. We proberen geluk vast te houden en raken juist daardoor soms ontevreden.
Boeddha’s antwoord was niet dat deze problemen simpelweg moeten worden geaccepteerd omdat het leven nu eenmaal zo is.
Zijn benadering was om heel precies te onderzoeken hoe lijden ontstaat, welke rol verlangen en gehechtheid daarin spelen en of het mogelijk is om daar daadwerkelijk van bevrijd te raken.
Dat onderzoek vormt de kern van het boeddhisme.
Wie was Boeddha uiteindelijk?
Historisch gezien was Gautama waarschijnlijk een religieuze leraar en rondtrekkende asceet uit Noord-India die in de vijfde of vierde eeuw v.Chr. leefde. Rond zijn onderricht ontstond een gemeenschap die zich na zijn dood verder ontwikkelde.
Volgens de boeddhistische traditie was hij meer dan alleen een leraar. Hij was iemand die door eigen onderzoek en beoefening het ontwaken bereikte en vervolgens anderen de weg daarnaartoe wees.
Juist het onderscheid tussen die twee perspectieven is belangrijk. We kunnen de historische Gautama niet volledig reconstrueren. Tegelijkertijd hoeven we de latere boeddhistische verhalen niet allemaal als historische feiten te beschouwen om te begrijpen waarom ze zo belangrijk zijn geworden.
Wie Boeddha wil begrijpen, moet daarom niet alleen vragen “wat gebeurde er met Siddhartha Gautama?”, maar ook “wat betekende zijn ontwaken voor de mensen die na hem kwamen?”
Het antwoord op die tweede vraag verklaart uiteindelijk waarom een leraar uit het oude India meer dan tweeduizend jaar later nog steeds centraal staat in een levende religieuze en filosofische traditie.