Tempels

Boeddhistische tempels: wat zijn ze en wat gebeurt er?

Een boeddhistische tempel kan er heel verschillend uitzien. Een gouden tempel in Thailand, een Zen-tempel in Japan, een klooster in Tibet en een stupa in Sri Lanka lijken op het eerste gezicht misschien weinig met elkaar te maken te hebben. Toch zijn ze allemaal verbonden met dezelfde brede religieuze traditie.

Daarbij is het goed om meteen één misverstand uit de weg te ruimen: een boeddhistische tempel is niet overal hetzelfde en heeft niet overal dezelfde functie. In sommige landen staat het kloosterleven centraal, terwijl een tempel elders vooral een plek is voor rituelen, offers, herdenkingen, onderwijs of meditatie. De vorm van de gebouwen is bovendien sterk beïnvloed door de cultuur waarin het boeddhisme terechtkwam.

Maar waarom zijn tempels eigenlijk ontstaan? Wat gebeurt er binnen een boeddhistische tempel? En bidden boeddhisten daar tot een god?

Wat is een boeddhistische tempel?

Een boeddhistische tempel is in algemene zin een religieuze plaats waar boeddhisten samenkomen voor bijvoorbeeld meditatie, rituelen, onderwijs, ceremonies en het tonen van eerbied aan de Boeddha.

Het Nederlandse woord tempel is daarbij eigenlijk een verzamelnaam. Binnen verschillende Aziatische talen bestaan allerlei namen voor boeddhistische religieuze gebouwen en complexen. Een tempel kan bovendien onderdeel zijn van een groter kloostercomplex waarin monniken of nonnen wonen.

Historisch gezien bestond er ook niet vanaf het begin één gebouw dat we zonder meer een "boeddhistische tempel" zouden kunnen noemen. In het vroege boeddhisme waren vooral drie soorten religieuze architectuur belangrijk:

  • vihāra: een verblijfplaats of klooster voor de monastieke gemeenschap;
  • stūpa: een monument dat verbonden was met relieken en de verering van heilige personen;
  • caitya: een heiligdom of gebedsruimte, vaak gebouwd rond een stūpa.

Deze vormen ontwikkelden zich in de loop van de geschiedenis verder en kregen in verschillende landen nieuwe vormen.

Daarom is het eigenlijk nauwkeuriger om niet te denken aan "de boeddhistische tempel", maar aan een grote familie van religieuze plaatsen die zich op verschillende manieren heeft ontwikkeld.

Waarom hebben boeddhisten tempels?

De historische Boeddha, Siddhartha Gautama, leefde als rondtrekkende leraar en monnik. In de eerste periode van het boeddhisme hadden monniken geen permanente tempels nodig zoals we die tegenwoordig kennen. Tijdens bepaalde perioden van het jaar verbleven zij wel op vaste plaatsen, bijvoorbeeld tijdens het regenseizoen.

Geleidelijk ontstonden permanente verblijfplaatsen voor de monastieke gemeenschap. Donaties van leken maakten deze ontwikkeling mogelijk. Mensen konden voedsel, kleding, onderdak en andere benodigdheden geven aan monniken en nonnen en daarmee verdienste (puṇya) verwerven.

Dat had grote gevolgen. Kloosters werden niet alleen plaatsen waar monniken woonden, maar ontwikkelden zich tot centra voor onderwijs, rituelen, kunst, literatuur en religieus leven.

In sommige perioden werden zulke kloostercomplexen zelfs zeer groot en rijk. In India groeiden bepaalde boeddhistische kloosters uit tot belangrijke economische en politieke instellingen, met grondbezit en uitgebreide netwerken van ondersteuning.

Een tempel is dus niet alleen een "huis van aanbidding". Historisch gezien kan een boeddhistisch religieus complex tegelijk woonplaats, leercentrum, heiligdom, ontmoetingsplek en rituele ruimte zijn.

De stupa: een van de oudste vormen van boeddhistische heilige architectuur

Wie over boeddhistische tempels leest, komt al snel de stupa tegen.

Een stupa is meestal een koepel- of heuvelvormig monument dat oorspronkelijk sterk verbonden was met relieken. Het woord verwijst naar een opgehoopte of opgeworpen structuur. Stupa's bestonden als graf- en herdenkingsmonumenten al vóór het boeddhisme, maar kregen binnen het boeddhisme een bijzondere religieuze betekenis.

Volgens de Mahāparinibbāna Sutta, een tekst uit de Pali Canon, werd na het overlijden van de Boeddha over zijn relieken beschikt en werden deze verdeeld. Verschillende groepen richtten vervolgens stupa's op om de relieken te bewaren en te eren. De tekst beschrijft bovendien vier soorten personen die volgens deze traditie geschikt waren voor een stupa: een volledig ontwaakte Boeddha, een pratyekaboeddha, een arahant en een universele heerser.

Dit is een interessant punt, omdat het laat zien dat de verering van heilige plaatsen en relieken al vroeg onderdeel werd van het boeddhistische leven.

De stupa was dus niet simpelweg een monument ter decoratie. Het was een plaats waarmee de aanwezigheid en herinnering van een gerespecteerde persoon verbonden werd.

Waarom lopen boeddhisten rond een stupa?

Een belangrijk ritueel rond een stupa is het met de klok mee rondlopen ervan. Dit wordt pradakṣiṇā genoemd, of in Pali padakkhiṇā.

Het gaat daarbij niet om een wandeling zonder betekenis. De beweging is een vorm van eerbied. De stupa staat in het middelpunt en de bezoeker beweegt eromheen.

Ook de architectuur kan dit mogelijk maken. In vroege boeddhistische gebedshallen, de zogenaamde caitya-hallen, werd bijvoorbeeld ruimte rondom de stupa vrijgelaten zodat bezoekers eromheen konden lopen.

De fysieke beweging wordt zo onderdeel van de religieuze praktijk.

Wat staat er in een boeddhistische tempel?

Dat verschilt sterk per land en traditie. Toch komen bepaalde elementen vaak terug.

Een Boeddhabeeld

In veel hedendaagse tempels staat een beeld van de Boeddha op een centrale plaats. Dat beeld wordt echter niet overal op dezelfde manier begrepen.

Een Boeddhabeeld is in de eerste plaats een voorstelling van de Boeddha en kan dienen als herinnering aan zijn leven, zijn ontwaken en zijn onderricht. In veel tradities wordt eerbied getoond door bijvoorbeeld te buigen, bloemen neer te leggen, wierook te branden of lampen aan te steken.

Dat betekent niet automatisch dat men gelooft dat het beeld zelf een god is.

In veel boeddhistische tradities heeft het beeld vooral een symbolische en rituele functie. Het helpt de aandacht te richten op de Boeddha en zijn leer.

Historisch gezien kwamen antropomorfe afbeeldingen van de Boeddha bovendien niet vanaf het allereerste begin van de boeddhistische kunst voor. De vroegste Indiase boeddhistische kunst die we kennen, legde lange tijd sterk de nadruk op stupa's en andere symbolische vormen. Pas later werden afbeeldingen van de Boeddha steeds belangrijker.

Een altaar

Veel tempels hebben een altaar of heilige ruimte waar een Boeddhabeeld, afbeeldingen van andere figuren, bloemen, wierook, lampen of voedseloffers te vinden zijn.

De precieze betekenis daarvan verschilt per traditie.

Bloemen kunnen bijvoorbeeld herinneren aan vergankelijkheid: ze zijn mooi, maar verwelken uiteindelijk. Het aanbieden ervan kan daarom tegelijk een daad van eerbied en een contemplatie op vergankelijkheid zijn.

Relieken

Sommige heilige plaatsen bevatten relieken van de Boeddha of van andere gerespecteerde personen. Dat kunnen lichamelijke relieken zijn, maar binnen verschillende boeddhistische tradities kunnen ook andere objecten of teksten een reliekachtige betekenis krijgen.

Hierdoor kan een tempel of stupa een bijzondere pelgrimsbestemming worden.

Een meditatie- of gebedsruimte

In veel tempels zijn ruimtes waar mensen gezamenlijk mediteren, teksten reciteren of luisteren naar onderricht.

Hoe zo'n ruimte eruitziet, verschilt sterk. Een Zen-tempel in Japan heeft bijvoorbeeld een andere inrichting en sfeer dan een Theravada-klooster in Sri Lanka of een Tibetaanse tempel.

Bidden boeddhisten in een tempel?

Dat hangt af van wat je onder bidden verstaat.

Boeddhistische tempelpraktijken kunnen bestaan uit recitatie, eerbetoon, meditatie, geloften, het uitspreken van wensen, het aanbieden van wierook of bloemen en het vragen om bescherming of welzijn. In sommige tradities spelen devotionele praktijken een zeer belangrijke rol.

Toch is het te simpel om dit gelijk te stellen aan gebed in een monotheïstische religie.

De Boeddha wordt in de meeste boeddhistische tradities niet gezien als een scheppende god die de wereld bestuurt. Het boeddhistische doel draait uiteindelijk om inzicht, bevrijding en het beëindigen van het lijden.

Dat betekent echter niet dat boeddhisme puur "mediteren en niets anders" is. In veel boeddhistische culturen bestaat juist een rijk religieus leven waarin devotie, rituelen, offers, pelgrimage en gebedachtige praktijken een duidelijke plaats hebben.

Waarom brengen mensen bloemen, wierook en voedsel?

Een bezoek aan een boeddhistische tempel kan gepaard gaan met allerlei offers.

Bloemen, wierook, licht en voedsel zijn veelvoorkomende voorbeelden. De betekenis ervan kan per traditie verschillen, maar het aanbieden van iets aan de Boeddha of aan de monastieke gemeenschap kan verbonden zijn met eerbied, dankbaarheid en het ontwikkelen van vrijgevigheid.

Dat laatste is belangrijk. Dāna, vrijgevigheid, is een fundamentele boeddhistische praktijk.

In het traditionele boeddhistische leven bestaat een nauwe relatie tussen leken en de monastieke gemeenschap. Leken kunnen bijvoorbeeld voedsel of andere benodigdheden geven aan monniken en nonnen. De monastieke gemeenschap biedt daar onderricht, rituele begeleiding en een levende drager van de boeddhistische traditie tegenover.

Onderzoek naar vroege boeddhistische gemeenschappen laat zien dat deze relatie tussen de saṅgha en leken al vroeg een belangrijke rol speelde in de ontwikkeling van religieuze plaatsen.

Een tempel is niet hetzelfde als een klooster

Deze twee begrippen worden in het Nederlands gemakkelijk door elkaar gehaald.

Een klooster is in de eerste plaats een plaats waar monniken of nonnen wonen en hun religieuze leven leiden. Een tempel verwijst eerder naar een plaats of gebouw met een religieuze functie.

In de praktijk kunnen beide functies echter in één complex samenkomen.

Een boeddhistisch klooster kan dus een tempelruimte bevatten. En een tempel kan onderdeel zijn van een groter kloostercomplex.

In Sri Lanka bestaat bijvoorbeeld een duidelijke architectonische relatie tussen verschillende soorten gebouwen binnen een klooster, waaronder rituele gebouwen, gebouwen voor de monastieke gemeenschap en woonruimtes.

Hoe zijn boeddhistische tempels ontstaan?

De geschiedenis van boeddhistische tempels begint niet met één moment waarop iemand besloot het eerste tempelgebouw te bouwen.

De ontwikkeling verliep geleidelijk.

De eerste periode

In de tijd van de historische Boeddha bestond de boeddhistische gemeenschap vooral uit rondtrekkende monniken en nonnen. Vaste verblijfplaatsen werden later belangrijker.

Archeologisch onderzoek laat zien dat de vroegste grote overgebleven boeddhistische monumenten vooral uit de eeuwen na de tijd van de Boeddha stammen. Er zijn geen overgebleven grote bouwwerken waarvan we met zekerheid kunnen zeggen dat ze uit zijn eigen leven dateren. De vroegste belangrijke overblijfselen zijn onder meer stupa's en andere monumenten uit de eeuwen daarna.

Kloosters worden groter

Vanaf enkele eeuwen voor het begin van onze jaartelling ontstonden grotere monastieke centra. Vooral in India groeiden sommige plaatsen uit tot belangrijke religieuze instellingen.

Stupa's vormden daarbij belangrijke centra van devotie. Daarnaast ontstonden kloosters en gebedshallen. In rotsen uitgehouwen complexen, zoals die van Ajanta, laten goed zien hoe wonen, religie en kunst samen konden komen.

De Boeddha krijgt een menselijke afbeelding

Een belangrijke ontwikkeling vond plaats in de eerste eeuwen van onze jaartelling, toen afbeeldingen van de Boeddha steeds belangrijker werden.

Dit veranderde ook de architectuur. In sommige kloosters kwamen afbeeldingen van de Boeddha in ruimten die eerder vooral als woon- of monastieke ruimtes functioneerden.

Vanaf dat moment werd de religieuze ruimte dus steeds meer ingericht rond zichtbare voorstellingen van de Boeddha en, later, andere boeddha's en bodhisattva's.

Waarom zien tempels in verschillende landen er zo anders uit?

Toen het boeddhisme zich vanuit India naar andere delen van Azië verspreidde, nam het niet simpelweg de Indiase architectuur mee.

Het werd aangepast aan lokale bouwtradities, materialen, klimaten en religieuze culturen.

Dat is een van de opvallendste eigenschappen van boeddhistische architectuur. De stupa bleef bijvoorbeeld herkenbaar als religieuze vorm, maar ontwikkelde zich in verschillende regio's tot uiteenlopende monumenten. In Oost-Azië ontstonden onder meer pagodes uit ontwikkelingen van de stupa-vorm.

In Japan kregen boeddhistische tempels weer andere vormen. In Tibet ontstonden tempelcomplexen waarin Vajrayana-symboliek en lokale architectuur samenkwamen. In Zuidoost-Azië kregen tempels en kloosters opnieuw andere vormen.

Je kunt daarom vaak aan een tempel zien waar en binnen welke culturele omgeving het boeddhisme zich heeft ontwikkeld.

Theravada, Mahayana en Vajrayana

Ook tussen boeddhistische tradities bestaan verschillen in tempelpraktijk.

Theravada

In landen als Thailand, Myanmar, Sri Lanka, Laos en Cambodja spelen kloosters en tempels een belangrijke rol in het religieuze leven.

De relatie tussen leken en de saṅgha is daarbij vaak duidelijk zichtbaar. Leken kunnen voedsel en andere benodigdheden aanbieden aan monniken, deelnemen aan ceremonies en naar het klooster komen voor onderricht.

Maar ook binnen Theravada bestaat veel regionale variatie. Het is daarom niet juist om te doen alsof iedere Theravada-tempel hetzelfde functioneert. De traditie zelf heeft door de eeuwen heen verschillende lokale vormen aangenomen.

Mahayana

Binnen Mahayana-tradities kunnen tempels naast de historische Boeddha ook afbeeldingen bevatten van verschillende boeddha's en bodhisattva's.

In China, Korea, Japan en Vietnam ontwikkelden zich bijvoorbeeld uitgebreide tempeltradities rond figuren zoals Amitābha en Guanyin, hoewel de precieze betekenis en praktijk per traditie verschilt.

Een tempel kan daarnaast een plaats zijn voor meditatie, sutrarecitatie, ceremonies, herdenkingen en onderwijs.

Vajrayana

Binnen Vajrayana-boeddhisme, vooral zichtbaar in Tibet en de Himalayaregio, zijn tempels vaak rijk aan symboliek.

Afbeeldingen van boeddha's, bodhisattva's, beschermende figuren en mandala's kunnen een belangrijke rol spelen. Rituelen, mantra's en visualisaties zijn in veel Vajrayana-tradities onderdeel van de beoefening.

Een bezoeker die alleen bekend is met een eenvoudige voorstelling van het boeddhisme als "mediteren onder een boom" kan daardoor behoorlijk verrast zijn door de hoeveelheid ritueel en symboliek in zo'n tempel.

Is een boeddhistische tempel een heilige plek?

Ja, maar ook hier is nuance nodig.

Sommige plaatsen hebben een bijzondere status vanwege hun historische of religieuze betekenis. De Mahāparinibbāna Sutta noemt bijvoorbeeld vier plaatsen die volgens de tekst bijzonder geschikt zijn voor pelgrimage: de plaats waar de Boeddha geboren werd, waar hij ontwaakte, waar hij zijn eerste onderricht gaf en waar hij overleed.

Een tempel kan daarnaast heilig worden doordat er relieken worden bewaard, doordat een belangrijke leraar ermee verbonden is of doordat een bepaalde traditie de plek als bijzonder beschouwt.

Maar het idee dat ieder tempelgebouw op zichzelf een bovennatuurlijk heilige plek is, is te eenvoudig. De betekenis van een tempel komt voort uit de functies, tradities, geschiedenis en praktijken die ermee verbonden zijn.

Waarom zijn tempels soms zo groot en rijk versierd?

Dat lijkt op het eerste gezicht misschien vreemd wanneer je bedenkt dat boeddhistische monniken traditioneel een eenvoudig leven leiden.

Toch zijn monumentale tempels en rijk versierde boeddhistische kunst al eeuwenlang onderdeel van het boeddhisme.

Een belangrijke verklaring ligt in patronage en vrijgevigheid. Koningen, handelaren, rijke families, gilden en gewone gelovigen hebben door de geschiedenis heen bijgedragen aan de bouw en inrichting van boeddhistische religieuze plaatsen. Het geven aan de saṅgha of het laten maken van religieuze kunst kon worden gezien als een verdienstelijke handeling.

Daardoor ontstonden soms enorme tempelcomplexen.

Dit laat ook een interessante spanning zien binnen de boeddhistische geschiedenis: individuele monniken konden streven naar eenvoud en onthechting, terwijl de gemeenschap waarvan zij deel uitmaakten afhankelijk was van materiële steun van de samenleving.

Zijn tempels nodig om boeddhist te zijn?

Nee.

Er bestaat geen algemene boeddhistische regel dat iemand regelmatig naar een tempel moet om boeddhist te zijn. De manier waarop mensen hun boeddhistische praktijk vormgeven verschilt sterk.

Iemand kan thuis mediteren, boeddhistische teksten lezen, de vijf voorschriften volgen, een tempel bezoeken, deelnemen aan ceremonies of zich aansluiten bij een monastieke gemeenschap.

Voor sommige boeddhisten is de tempel een belangrijk onderdeel van hun religieuze leven. Voor anderen speelt hij een veel kleinere rol.

Ook dat verschil is historisch interessant: het boeddhisme heeft nooit uitsluitend uit monniken bestaan. Vanaf een vroeg stadium waren er zowel monastieke als lekenvolgelingen, met verschillende rollen en vormen van religieuze betrokkenheid.

Een paar veelvoorkomende misverstanden

"Boeddhisten aanbidden een standbeeld"

Niet per se.

Boeddhisten kunnen voor een Boeddhabeeld buigen of offers brengen, maar dat betekent niet automatisch dat ze geloven dat het beeld zelf een god is. De betekenis van eerbetoon verschilt bovendien tussen tradities.

"Alle boeddhistische tempels zijn hetzelfde"

Verre van.

Een Theravada-klooster in Thailand, een Zen-tempel in Japan en een Tibetaanse tempel kunnen sterk van elkaar verschillen in architectuur, beelden, rituelen en dagelijks gebruik.

"De Boeddha was een god en daarom staat hij centraal in de tempel"

In de meeste boeddhistische tradities wordt de historische Boeddha niet gezien als een scheppende god. Hij wordt gezien als iemand die volledige ontwaking heeft bereikt en de weg naar bevrijding heeft onderwezen.

Dat neemt niet weg dat latere boeddhistische tradities een zeer uitgebreide religieuze wereld rond verschillende boeddha's en bodhisattva's hebben ontwikkeld.

"Een tempel is alleen bedoeld voor monniken"

Ook dat klopt niet.

In veel boeddhistische culturen spelen leken juist een grote rol in het leven rond de tempel. Ze komen er voor ceremonies, onderwijs, offers, meditatie, feestdagen, herdenkingen en soms simpelweg om een monnik of leraar te bezoeken.

Wat gebeurt er als je een boeddhistische tempel bezoekt?

Dat hangt volledig af van de tempel.

Je kunt er bijvoorbeeld monniken zien die hun dagelijkse activiteiten uitvoeren, mensen die bloemen of wierook aanbieden, bezoekers die mediteren of reciteren, en families die een ceremonie bijwonen.

Bij een bezoek is het meestal verstandig om rekening te houden met de lokale regels. In veel tempels wordt verwacht dat bezoekers zich bescheiden kleden, hun schoenen uitdoen wanneer dat wordt gevraagd en zich rustig gedragen.

Ook is het goed om niet zomaar aan beelden of religieuze voorwerpen te komen. Wat voor een toerist een interessant object lijkt, kan voor iemand anders een belangrijk religieus symbool zijn.

Tempels zijn meer dan gebouwen

Een boeddhistische tempel is uiteindelijk moeilijk terug te brengen tot één functie.

Historisch gezien begon de boeddhistische religieuze architectuur met onder meer verblijfplaatsen voor monniken, stupa's en heiligdommen. In de loop van ruim tweeduizend jaar ontwikkelden deze vormen zich in allerlei richtingen.

Een tempel kan vandaag een plek zijn om te mediteren, een klooster waar monniken wonen, een centrum voor onderwijs, een plaats voor rituelen, een bestemming voor pelgrims of een ontmoetingsplek voor een lokale gemeenschap.

En juist de grote verschillen tussen tempels vertellen iets belangrijks over het boeddhisme. Het boeddhisme verspreidde zich over enorme delen van Azië zonder overal dezelfde culturele vorm aan te nemen. Lokale gemeenschappen namen de leer over en gaven daar vervolgens hun eigen architectuur, kunst, rituelen en gewoonten aan.

Wie een boeddhistische tempel binnenstapt, ziet daarom niet alleen een gebouw. Je ziet ook iets van de manier waarop een bepaalde gemeenschap het boeddhisme door de eeuwen heen heeft begrepen en geleefd.