Pali Canon

De Pali Canon, ook wel de Tipitaka of Tripitaka genoemd, is de grote verzameling teksten die binnen het Theravada-boeddhisme de belangrijkste schriftelijke basis van de leer vormt. De naam Tipitaka betekent letterlijk “drie manden” en verwijst naar de traditionele indeling van de verzameling in drie delen: de Vinaya Pitaka, de Sutta Pitaka en de Abhidhamma Pitaka.

Wie voor het eerst over de Pali Canon leest, kan gemakkelijk denken dat het om één boek gaat. Dat is het niet. Het is een enorm corpus van teksten dat over een lange periode is ontstaan, mondeling is doorgegeven en uiteindelijk op schrift is gesteld. Bovendien is de Pali Canon niet simpelweg een letterlijk opgeschreven verslag van alles wat de historische Boeddha ooit heeft gezegd.

Juist die geschiedenis maakt de canon interessant. Om te begrijpen wat de Pali Canon is, moet je namelijk ook kijken naar de manier waarop de teksten zijn ontstaan, bewaard en door verschillende boeddhistische tradities zijn geïnterpreteerd.

Wat is de Pali Canon?

De Pali Canon is de canonieke verzameling teksten van de Theravada-traditie. De teksten zijn bewaard in het Pali, een oude Indo-Arische taal die nauw verwant is aan verschillende talen en dialecten uit het oude India. De canon bevat onder meer toespraken van de Boeddha, regels voor monniken en nonnen, verhalen, verzen en systematische uiteenzettingen van de leer.

Het woord Pali betekent hier dus niet dat de Boeddha zelf zijn leer in precies deze taal heeft uitgesproken. Dat wordt soms wel zo voorgesteld, maar daar is geen goede historische basis voor. Pali was waarschijnlijk niet de oorspronkelijke moedertaal of het oorspronkelijke dialect van de historische Boeddha. De precieze relatie tussen de taal van de Boeddha en de taal waarin de canon uiteindelijk werd vastgelegd, is ingewikkelder.

De Pali Canon is bovendien niet hetzelfde als alle boeddhistische geschriften. Andere boeddhistische tradities hebben hun eigen canonieke tekstverzamelingen en belangrijke teksten.

Waarom heet het de “Drie Manden”?

De naam Tipitaka bestaat uit twee Pali-woorden: ti, “drie”, en piṭaka, “mand” of “korf”. De canon wordt traditioneel verdeeld in drie grote onderdelen.

1. Vinaya Pitaka

De Vinaya Pitaka bevat de regels en voorschriften voor de boeddhistische kloostergemeenschap, de Sangha.

Het gaat daarbij om regels voor zowel monniken als nonnen. Maar de Vinaya is veel meer dan een soort wetboek. Bij veel regels wordt ook verteld onder welke omstandigheden de regel ontstond en welk probleem ermee moest worden opgelost.

Daardoor geeft de Vinaya een bijzonder beeld van het leven binnen de vroege boeddhistische gemeenschap. Je komt er bijvoorbeeld kwesties tegen over conflicten tussen monniken, gedrag tegenover leken, bezit, kleding, reizen, voedsel en de organisatie van het kloosterleven.

Voor historici is dit interessant omdat de Vinaya niet alleen iets zegt over religieuze regels, maar ook een beeld geeft van de sociale wereld waarin de vroege boeddhistische gemeenschap functioneerde.

2. Sutta Pitaka

De Sutta Pitaka is de verzameling van boeddhistische toespraken en andere teksten die voornamelijk worden verbonden met de leer van de Boeddha.

Hier vinden we veel van de teksten die mensen bedoelen wanneer ze spreken over “de lessen van de Boeddha”.

De Sutta Pitaka bestaat uit vijf grote verzamelingen, de zogenaamde Nikaya's:

  • Digha Nikaya – de verzameling lange toespraken;
  • Majjhima Nikaya – de verzameling middellange toespraken;
  • Samyutta Nikaya – toespraken die rond bepaalde onderwerpen zijn gegroepeerd;
  • Anguttara Nikaya – teksten die onder andere volgens numerieke reeksen zijn geordend;
  • Khuddaka Nikaya – een verzameling kleinere werken van uiteenlopende aard.

De Khuddaka Nikaya bevat onder andere de bekende Dhammapada, maar ook de Udana, Itivuttaka, Sutta Nipata, Theragatha en Therigatha.

De Sutta Pitaka is daardoor niet één soort literatuur. Sommige teksten zijn lange gesprekken, andere bestaan uit korte uitspraken, verzen of verhalen.

3. Abhidhamma Pitaka

De Abhidhamma Pitaka probeert de leer systematischer te ordenen en analyseren.

Waar de sutta's vaak bestaan uit onderwijssituaties en gesprekken, houdt de Abhidhamma zich veel meer bezig met het classificeren en analyseren van mentale en fysieke verschijnselen en andere onderdelen van de leer.

Dit deel van de canon is ook historisch interessant omdat de Abhidhamma-literatuur duidelijk onderdeel is van de verdere ontwikkeling van het vroege boeddhisme. Verschillende vroege boeddhistische scholen ontwikkelden hun eigen Abhidharma- of Abhidhamma-verzamelingen. Van deze verschillende systemen zijn tegenwoordig slechts enkele volledige collecties bewaard gebleven.

Binnen de Theravada bestaat de Abhidhamma Pitaka uit zeven teksten.

Het is daarom goed om niet aan te nemen dat alle drie de “manden” op exact dezelfde manier zijn ontstaan. Vooral de Abhidhamma vertegenwoordigt een verder uitgewerkte systematisering van de leer.

Heeft de Boeddha de Pali Canon zelf geschreven?

Nee.

De historische Boeddha leefde eeuwen voordat de teksten van de Pali Canon op schrift werden gesteld. Zijn onderricht werd aanvankelijk mondeling doorgegeven.

Dat is belangrijk, want de Pali Canon is dus niet een verzameling originele manuscripten die rechtstreeks uit het leven van de Boeddha afkomstig zijn.

Volgens de overlevering werden de onderrichtingen na zijn dood door monniken gememoriseerd en gereciteerd. Groepen reciteerders konden teksten gezamenlijk uit het hoofd opzeggen. De herhaling en vaste formuleringen in de teksten hielpen bij het onthouden en doorgeven ervan.

Dat klinkt voor een moderne lezer misschien onbetrouwbaar. Toch was mondelinge overdracht in het oude India heel normaal. Ook andere grote religieuze teksttradities werden gedurende lange tijd mondeling doorgegeven.

Dat betekent overigens niet dat we ervan uit kunnen gaan dat ieder woord vanaf het begin onveranderd is gebleven. Moderne onderzoekers discussiëren juist over de vraag hoe de vroege boeddhistische teksten precies zijn samengesteld en in welke mate vroege reciteerders teksten konden aanpassen terwijl ze tegelijkertijd binnen vaste traditionele patronen bleven werken.

Wanneer werd de Pali Canon opgeschreven?

De teksten werden eeuwenlang mondeling overgeleverd. Volgens de Sri Lankaanse historische traditie werd de Pali Canon rond 29 v.Chr. op schrift gesteld in Sri Lanka, in het gebied van Aluvihara. De reden die in de traditie wordt genoemd, was onder meer de angst dat politieke en maatschappelijke onrust ertoe zou kunnen leiden dat de mondelinge traditie verloren ging.

Dat moment is belangrijk, maar het betekent niet dat de inhoud van de canon pas toen ontstond.

Het opschrijven was eerder een nieuwe fase in de overdracht van materiaal dat al lange tijd mondeling werd bewaard.

Van die eerste geschreven manuscripten zijn geen complete exemplaren overgebleven. Door het gebruik van kwetsbare materialen, zoals palmbladeren, en door het klimaat zijn de oudste manuscripten verloren gegaan. De teksten die we tegenwoordig als Pali Canon kennen, zijn gebaseerd op veel latere manuscripten en teksttradities.

Daarom is “de Pali Canon werd in 29 v.Chr. geschreven” eigenlijk een te simpele formulering. Het materiaal is veel ouder dan de oudste schriftelijke vastlegging, maar de exacte ontwikkeling van iedere afzonderlijke tekst is niet altijd meer te reconstrueren.

Is de Pali Canon letterlijk het woord van de Boeddha?

Binnen de Theravada-traditie heeft de Pali Canon een zeer hoge autoriteit en worden de sutta's traditioneel gezien als het onderricht van de Boeddha.

Historisch gezien ligt de vraag ingewikkelder.

De Boeddha schreef zelf niets op. Bovendien zijn de teksten pas lange tijd na zijn dood schriftelijk vastgelegd. Historici kunnen daarom niet simpelweg zeggen dat ieder woord in de huidige Pali Canon letterlijk door de historische Boeddha is uitgesproken.

Tegelijkertijd betekent dit niet dat de Pali Canon waardeloos is als historische bron. De vroege Pali-teksten behoren tot de belangrijkste bronnen die we hebben voor het bestuderen van het vroege boeddhisme. Er bestaan bovendien overeenkomsten tussen delen van de Pali-teksten en vroege boeddhistische teksten die in andere talen en tradities zijn overgeleverd.

Juist zulke overeenkomsten zijn voor onderzoekers interessant. Wanneer een bepaalde leer of passage in verschillende onafhankelijke teksttradities terugkomt, kan dat aanwijzingen geven dat het materiaal al relatief vroeg binnen het boeddhisme circuleerde.

Maar absolute zekerheid is meestal niet mogelijk.

Hoe betrouwbaar is de mondelinge overdracht?

Dit is een van de interessantste vragen rond de Pali Canon.

We zijn tegenwoordig gewend om kennis te bewaren in boeken, databases en digitale bestanden. Daardoor lijkt mondelinge overdracht al snel kwetsbaar. In het oude India werkte geheugen echter anders dan we ons misschien voorstellen.

Boeddhistische teksten bevatten veel herhaling, vaste formuleringen en gestandaardiseerde opsommingen. Dat maakte ze makkelijker om uit het hoofd te leren en gezamenlijk te reciteren. Reciteerders konden elkaar bovendien controleren.

Toch moet je hier niet de conclusie uit trekken dat de teksten daardoor gegarandeerd woord voor woord hetzelfde zijn gebleven.

Onderzoekers verschillen van mening over hoe de mondelinge overdracht precies heeft gewerkt. Sommige onderzoekers benadrukken de betrouwbaarheid van vaste recitatiepatronen, terwijl anderen erop wijzen dat mondelinge tradities ook ruimte bieden voor aanpassing en herformulering. De huidige wetenschappelijke discussie gaat daarom niet simpelweg over “wel of niet betrouwbaar”, maar over hoe teksten binnen zo'n traditie gevormd en doorgegeven werden.

Dat is een veel genuanceerder beeld dan de twee uitersten: “alles is letterlijk onveranderd gebleven” tegenover “we kunnen helemaal niets weten”.

Wat betekent “Pali” eigenlijk?

Een veelvoorkomend misverstand is dat Pali de taal van de Boeddha zou zijn.

Dat is waarschijnlijk niet juist.

De historische Boeddha leefde in Noord-India en sprak waarschijnlijk een of meer regionale talen of dialecten. Pali is een gestandaardiseerde literaire taal waarin de Theravada-teksten zijn overgeleverd. Er zijn aanwijzingen dat Pali niet simpelweg het oorspronkelijke dialect van de Boeddha was.

Dat maakt de Pali Canon niet minder belangrijk. Het laat vooral zien dat een religieuze teksttraditie in de loop van de tijd een bepaalde literaire taal kan gaan gebruiken.

Het is vergelijkbaar met het onderscheid tussen de taal waarin een historische leraar gesproken heeft en de taal waarin zijn onderricht later door een gemeenschap is vastgelegd en gestandaardiseerd.

Is de Pali Canon hetzelfde als de boeddhistische Bijbel?

Die vergelijking wordt soms gemaakt, maar ze kan misleidend zijn.

De Pali Canon is inderdaad een verzameling gezaghebbende religieuze teksten, maar hij lijkt niet precies op de Bijbel zoals die binnen het christendom functioneert.

De Pali Canon is bijvoorbeeld enorm omvangrijk en bestaat uit zeer verschillende soorten teksten. Daarnaast bestaan er binnen het boeddhisme meerdere canonieke teksttradities.

Ook is de Pali Canon specifiek verbonden met de Theravada-traditie. Het is dus niet correct om hem simpelweg te beschrijven als “de heilige tekst van alle boeddhisten”.

Hebben Mahayana-boeddhisten de Pali Canon?

Mahayana-boeddhisten kunnen grote waarde hechten aan teksten die ook in de vroege boeddhistische tradities voorkomen, maar de Pali Canon als geheel is niet hun volledige canon.

Toen het boeddhisme zich verder ontwikkelde, ontstonden verschillende boeddhistische scholen en teksttradities. In het Mahayana kwamen bijvoorbeeld nieuwe soetra's en andere teksten op die niet in de Pali Canon staan.

Bovendien bestaan er oude parallelle tekstverzamelingen in andere talen. Vooral Chinese vertalingen van teksten uit verschillende vroege boeddhistische scholen zijn belangrijk voor modern onderzoek naar het vroege boeddhisme.

Dat betekent ook dat je het boeddhisme niet kunt bestuderen door alleen naar de Pali Canon te kijken.

Voor iemand die vooral het vroege boeddhisme of Theravada wil begrijpen, is de Pali Canon wel een van de belangrijkste bronnen.

Wat is het verschil tussen de Pali Canon en de Mahayana-soetra's?

Het verschil zit niet alleen in de taal.

De Pali Canon bevat een verzameling teksten die binnen de Theravada-traditie als canoniek wordt beschouwd. Mahayana-tradities hebben daarnaast teksten die een andere ontwikkeling binnen het boeddhisme weerspiegelen, zoals de Prajnaparamita-soetra's, de Lotus-soetra en het Hartsoetra.

Veel van deze teksten zijn eeuwen na het leven van de historische Boeddha ontstaan.

Dat betekent niet automatisch dat Mahayana-boeddhisten deze teksten als “nep” beschouwen. Binnen Mahayana-tradities kunnen zulke teksten juist als diepere of aanvullende uitdrukkingen van de boeddhistische leer worden beschouwd.

Hier zie je een belangrijk verschil tussen een historische en een religieuze benadering. Historisch gezien kunnen we vragen wanneer een tekst is ontstaan. Religieus gezien kunnen gelovigen daarnaast vragen welke spirituele autoriteit die tekst heeft.

Waarom zijn er eigenlijk verschillende boeddhistische canons?

Na de dood van de Boeddha verspreidde het boeddhisme zich over grote delen van India en later over andere delen van Azië.

In de loop van de tijd ontstonden verschillende kloostergemeenschappen en scholen. Zij ontwikkelden eigen teksttradities, interpretaties en systematiseringen.

Van sommige van die oude tradities zijn teksten geheel of gedeeltelijk verloren gegaan. Andere zijn bewaard gebleven in vertalingen, bijvoorbeeld in het Chinees of Tibetaans. Daardoor kunnen onderzoekers verschillende teksttradities met elkaar vergelijken.

De Pali Canon is dus niet simpelweg “de ene originele boeddhistische verzameling”, terwijl alle andere teksten daar later van zouden zijn afgeleid. De geschiedenis is veel complexer.

De verschillende vroege scholen hadden hun eigen tekstverzamelingen. Van sommige daarvan kennen we delen dankzij oude vertalingen en manuscripten. De vergelijking tussen deze tradities helpt onderzoekers om beter te begrijpen hoe het vroege boeddhisme zich heeft ontwikkeld.

Wat zijn de belangrijkste teksten in de Pali Canon?

Voor veel lezers zijn vooral de sutta's interessant. Een paar bekende voorbeelden zijn:

Dhammacakkappavattana Sutta

Dit is de tekst die traditioneel wordt beschouwd als de eerste onderwijzing van de Boeddha na zijn ontwaken. Hierin worden onder meer de Vier Edele Waarheden en het Middenpad besproken.

De tekst staat in de Samyutta Nikaya.

Satipatthana Sutta

Deze tekst behandelt de ontwikkeling van opmerkzaamheid en wordt vaak verbonden met de beoefening van mindfulness en meditatie.

De tekst is bekend als de Satipatthana Sutta (MN 10), terwijl een langere versie voorkomt in de Digha Nikaya.

De moderne populariteit van deze tekst kan echter gemakkelijk een verkeerd beeld geven. De sutta staat binnen een veel bredere boeddhistische context van ethiek, concentratie en inzicht. Ook oude commentaren geven aanvullende uitleg over de omstandigheden en doelgroep van de tekst.

Dhammapada

De Dhammapada is een verzameling van 423 verzen binnen de Khuddaka Nikaya. Het is een van de bekendste teksten uit de Pali-traditie.

Veel verzen zijn kort en makkelijk te onthouden, waardoor de Dhammapada ook buiten traditionele Theravada-landen veel invloed heeft gekregen.

Mahaparinibbana Sutta

Deze lange tekst beschrijft de laatste periode van het leven van de Boeddha, zijn overlijden en gebeurtenissen rond de gemeenschap na zijn dood.

Het is een belangrijke bron voor zowel religieuze als historische studies van de Boeddha.

Wat staat er níét in de Pali Canon?

Ook dit is belangrijk om te begrijpen.

De Pali Canon bevat niet automatisch iedere tekst die in de geschiedenis van het Theravada-boeddhisme belangrijk is geworden.

Er bestaat een grote hoeveelheid commentaarliteratuur die buiten de canon valt. Een bekend voorbeeld is het werk van Buddhaghosa, een invloedrijke geleerde en monnik uit ongeveer de vijfde eeuw.

Zijn Visuddhimagga, of Het Pad van Zuivering, is zeer invloedrijk binnen het Theravada, maar staat niet in de Pali Canon zelf.

Ook de grote commentaren op de canon behoren tot de latere Theravada-literatuur. Sommige van deze commentaren bouwen voort op oudere Sinhala-commentaren die inmiddels grotendeels verloren zijn gegaan. Buddhaghosa speelde een belangrijke rol bij het samenbrengen en in het Pali toegankelijk maken van deze oudere commentaartradities.

Dit onderscheid is belangrijk:

Pali Canon ≠ alle boeddhistische teksten die in het Pali zijn geschreven.

Er bestaat een grote hoeveelheid Pali-literatuur buiten de canon.

Waarom is de Pali Canon zo belangrijk voor het boeddhisme?

De Pali Canon is belangrijk omdat hij een enorm venster biedt op het vroege boeddhisme en op de manier waarop de Theravada-traditie de leer heeft bewaard.

Je vindt er ideeën die centraal staan in het boeddhisme, zoals:

  • de Vier Edele Waarheden;
  • het Achtvoudige Pad;
  • karma;
  • wedergeboorte;
  • nirvana;
  • meditatie;
  • ethiek;
  • afhankelijk ontstaan;
  • niet-zelf;
  • de vijf aggregaten;
  • de ontwikkeling van wijsheid en bevrijding.

Maar de teksten zijn niet alleen een verzameling filosofische ideeën. Ze laten ook zien hoe de Boeddha en zijn volgelingen spraken over ziekte, ouderdom, dood, relaties, rijkdom, armoede, conflicten en het dagelijks leven.

Dat maakt de Pali Canon interessant voor iemand die niet alleen wil weten wat het boeddhisme leert, maar ook wil begrijpen hoe die leer in de vroegste boeddhistische gemeenschappen werd onderwezen.

De Pali Canon als historische bron

Er is een belangrijk onderscheid tussen de vraag:

“Wat zegt de Pali Canon?”

en:

“Wat heeft de historische Boeddha precies gezegd?”

De eerste vraag kunnen we relatief goed beantwoorden. We kunnen de teksten bestuderen, vertalen en vergelijken.

De tweede vraag is moeilijker.

De teksten zijn doorgegeven binnen een levende traditie, eerst mondeling en later schriftelijk. Bovendien zijn verschillende delen van de canon waarschijnlijk in verschillende perioden gevormd en ontwikkeld.

Toch zijn er sterke redenen om de vroege boeddhistische teksten serieus te nemen als historische bronnen. Overeenkomsten tussen verschillende vroege teksttradities kunnen aanwijzingen geven over leerstellingen en passages die al vroeg in het boeddhisme circuleerden.

Daarbij moet je altijd rekening houden met onzekerheid. Een moderne historicus kan niet simpelweg elk gesprek in de Pali Canon behandelen alsof er een stenograaf naast de Boeddha zat.

Een interessant verschil tussen de canon en de commentaren

Een minder bekend maar belangrijk punt is dat de canon en de latere commentaren niet altijd hetzelfde verhaal vertellen.

Commentaren voegen regelmatig verhalen, uitleg en achtergrondinformatie toe die niet in de canon zelf staan. Soms kunnen die verhalen zelfs verschillen van wat in een canonieke tekst wordt verteld.

Dat hoeft niet te betekenen dat latere monniken de canon bewust wilden veranderen. Het laat juist zien dat de canon en de commentaartraditie verschillende lagen van de Theravada-literatuur vormen.

Een voorbeeld is de manier waarop bepaalde verhalen rond vrouwelijke leerlingen in de commentaartraditie kunnen verschillen van de canonieke teksten. Zulke verschillen zijn voor onderzoekers interessant omdat ze laten zien hoe boeddhistische verhalen in de loop van de tijd verder werden verteld en geïnterpreteerd.

Moet je Pali leren om de Pali Canon te begrijpen?

Nee.

Er zijn inmiddels veel vertalingen van de Pali Canon beschikbaar. Voor een beginner is een goede Nederlandse of Engelse vertaling meestal een veel betere manier om kennis te maken met de teksten dan proberen om direct Pali te leren.

Toch kan enige kennis van Pali later interessant worden.

Een vertaling is namelijk altijd ook een interpretatie. Sommige Pali-woorden hebben geen perfecte Nederlandse tegenhanger. Een bekend voorbeeld is Dhamma, dat afhankelijk van de context kan verwijzen naar de leer, een verschijnsel, een werkelijkheid of een bepaald onderdeel van de leer.

Ook termen als dukkha, anatta, nibbana en sati hebben betekenislagen die in één Nederlands woord niet altijd volledig zijn weer te geven.

Daarom vergelijken onderzoekers en vertalers soms verschillende vertalingen en bekijken ze het oorspronkelijke Pali wanneer een bepaalde passage belangrijk is.

Wat kun je als beginner met de Pali Canon?

Je hoeft natuurlijk niet duizenden pagina's te lezen om iets aan de Pali Canon te hebben.

Voor iemand die het boeddhisme beter wil leren kennen, kan het juist goed zijn om met een beperkt aantal toegankelijke teksten te beginnen.

De Dhammapada is bijvoorbeeld relatief toegankelijk omdat veel passages kort zijn. Wie meer van de leer van de Boeddha wil begrijpen, kan vervolgens een selectie uit de langere sutta-verzamelingen lezen, zoals de Majjhima Nikaya of Samyutta Nikaya.

Daarbij helpt het om niet iedere passage los te zien.

Een uitspraak over meditatie krijgt bijvoorbeeld een andere betekenis wanneer je die leest naast de passages over ethiek, wijsheid en het Achtvoudige Pad.

De Pali Canon is uiteindelijk geen verzameling losse inspirerende quotes. Het is een omvangrijke tekstwereld waarin verschillende onderdelen van de boeddhistische weg met elkaar verbonden zijn.

Veelvoorkomende misverstanden over de Pali Canon

“De Pali Canon is het boek dat de Boeddha zelf heeft geschreven”

Nee. De Boeddha heeft geen bekende geschriften nagelaten. Zijn onderricht werd eerst mondeling doorgegeven.

“Pali was de taal die de Boeddha sprak”

Dat weten we niet, en Pali was waarschijnlijk niet simpelweg zijn oorspronkelijke dialect. De Pali Canon is een latere literaire vastlegging van de teksttraditie.

“De Pali Canon bevat alle boeddhistische geschriften”

Nee. Het is de canonieke tekstverzameling van de Theravada-traditie. Mahayana- en Vajrayana-tradities hebben daarnaast belangrijke eigen teksttradities.

“Alles in de Pali Canon is letterlijk door de Boeddha gezegd”

Dat kan historisch niet met zekerheid worden vastgesteld. De teksten zijn het resultaat van een lange mondelinge en later schriftelijke overdracht.

“De Pali Canon is alleen een verzameling religieuze regels”

Nee. De canon bevat onder andere toespraken, verhalen, verzen, kloosterregels en systematische analyses van de leer.

Waarom de Pali Canon vandaag nog relevant is

De Pali Canon is niet alleen een verzameling oude teksten die interessant is voor historici.

Voor Theravada-boeddhisten vormen de teksten nog altijd een belangrijke bron voor studie en beoefening. Maar ook buiten het Theravada is de canon belangrijk geworden voor iedereen die het vroege boeddhisme wil begrijpen.

Wie bijvoorbeeld wil weten waar ideeën over karma, meditatie, dukkha, niet-zelf, wedergeboorte of nirvana vandaan komen, komt vroeg of laat bij deze teksten uit.

Tegelijkertijd is het goed om de Pali Canon niet te behandelen alsof hij een tijdcapsule is die rechtstreeks uit het India van de Boeddha komt. De canon is het resultaat van eeuwen van mondelinge overdracht, tekstuele ontwikkeling, selectie en interpretatie.

En misschien is dat juist een van de interessantste dingen eraan.

De Pali Canon laat niet alleen zien wat boeddhisten over de Boeddha en zijn leer hebben bewaard. Hij laat ook zien hoe een religieuze traditie kennis probeert te bewaren over vele generaties heen.

Wie de Pali Canon serieus bestudeert, komt daardoor niet alleen dichter bij de vroegste boeddhistische leertradities, maar krijgt ook een beter beeld van hoe het boeddhisme zich door de geschiedenis heen heeft ontwikkeld.