Wat is Mahayana boeddhisme
Mahayana boeddhisme is een van de belangrijkste grote tradities binnen het boeddhisme. Het ontstond in India in de eerste eeuwen rond het begin van onze jaartelling en verspreidde zich later onder meer naar China, Korea, Japan, Vietnam en Tibet. Tegenwoordig behoren onder andere Zen en Pure Land tot de Mahayana-tradities.
Het woord Mahāyāna wordt meestal vertaald als “het grote voertuig”. Het verwijst naar een boeddhistisch pad dat sterk de nadruk legt op het ideaal van de bodhisattva: iemand die streeft naar volledige verlichting, niet alleen voor zichzelf, maar met het voornemen alle levende wezens te helpen bevrijden. Tegelijk is Mahayana veel meer dan alleen dit ene ideaal. Het ontwikkelde een groot aantal nieuwe teksten, filosofische ideeën en vormen van beoefening.
Om Mahayana goed te begrijpen, is het belangrijk om niet te denken aan een duidelijk afgescheiden “nieuwe religie” die op een bepaald moment ontstond. De historische ontwikkeling was veel geleidelijker en ingewikkelder.
Waar komt de naam Mahayana vandaan?
Mahayana bestaat uit twee Sanskrietwoorden: mahā, “groot”, en yāna, dat onder meer “voertuig” of “weg” kan betekenen. Het beeld van een voertuig verwijst naar iets dat iemand naar een ander doel brengt: in dit geval naar ontwaken.
Binnen Mahayana wordt het woord vooral verbonden met het bodhisattvayāna, het “voertuig van de bodhisattva”. Een bodhisattva is iemand die zich richt op het bereiken van boeddhaschap en zich daarbij inzet voor het welzijn en de bevrijding van alle levende wezens.
Dat betekent niet dat het woord “groot” simpelweg betekent dat Mahayana beter of hoger zou zijn dan andere vormen van boeddhisme. De naam komt uit de polemische en religieuze taal van Mahayana-teksten zelf. In die teksten werd het eigen pad voorgesteld als een groot of universeel voertuig, tegenover andere wegen die zij als beperkter beschreven.
Daarom is het verstandig om Mahāyāna niet te vertalen als “het betere voertuig”.
Hoe is Mahayana ontstaan?
Over het ontstaan van Mahayana weten we minder zeker dan de traditionele boeddhistische verhalen soms doen vermoeden.
Onderzoekers plaatsen de eerste ontwikkeling van Mahayana doorgaans ergens tussen de eerste eeuw voor en de eerste eeuw na Christus. De vroegste Mahayana-teksten verschenen vervolgens over een langere periode. Sommige van de vroegste teksten zijn alleen bekend via Chinese vertalingen, terwijl de oorspronkelijke Indiase manuscripten verloren zijn gegaan.
Mahayana had dus niet één oprichter en er is ook geen moment aan te wijzen waarop het boeddhisme officieel in “Theravada” en “Mahayana” werd verdeeld. Het lijkt eerder te zijn ontstaan uit verschillende ontwikkelingen binnen de bestaande boeddhistische wereld.
Dit is een belangrijk punt, omdat Mahayana vroeger vaak werd voorgesteld als een soort hervormingsbeweging die zich van een bestaand Theravada-boeddhisme afscheidde. Historisch gezien is dat beeld te simpel. Mahayana ontstond in een boeddhistische wereld waarin verschillende kloostertradities, scholen en opvattingen naast elkaar bestonden. Mahayana-boeddhisten konden zelfs in dezelfde kloostergemeenschappen leven als boeddhisten die geen Mahayana-aanhanger waren.
Ook het moderne onderscheid tussen Theravada en Mahayana moet daarom met enige voorzichtigheid worden gebruikt. De twee tradities verschillen duidelijk van elkaar, maar hun geschiedenis is niet die van twee volledig gescheiden religies.
Was Mahayana een reactie op Theravada?
Niet in de eenvoudige zin waarin dat soms wordt verteld.
Een veelvoorkomend verhaal is dat het vroege boeddhisme vooral gericht zou zijn geweest op persoonlijke verlichting, waarna Mahayana zou zijn ontstaan om daar een meer altruïstische vorm van boeddhisme tegenover te zetten. Ook dat beeld is te zwart-wit.
Het ideaal van de bodhisattva bestond namelijk al vóór de opkomst van Mahayana. In de vroege boeddhistische tradities wordt bodhisatta of bodhisattva vooral gebruikt voor Siddhartha Gautama voordat hij een boeddha werd. In latere Theravada-tradities bestaat bovendien nog steeds een bodhisattva-ideaal voor mensen die uiteindelijk zelf een boeddha willen worden.
Wat Mahayana bijzonder maakte, was dat het bodhisattva-pad steeds meer werd gepresenteerd als het algemene ideaal waarnaar boeddhistische beoefenaars zich konden richten. Daarmee werd het bereiken van volledig boeddhaschap voor het welzijn van alle wezens een centraal religieus ideaal.
Het verschil zit dus niet simpelweg in “egoïsme tegenover mededogen”. Zowel vroege boeddhistische als Mahayana-tradities kennen ethiek, mededogen, wijsheid en bevrijding. Mahayana gaf aan deze elementen wel een eigen samenhang en plaatste de bodhisattvaweg centraal.
Het bodhisattva-ideaal
De bodhisattva is waarschijnlijk het bekendste kenmerk van Mahayana.
Een bodhisattva streeft naar bodhi, ontwaken, en uiteindelijk naar volledig boeddhaschap. Dat streven wordt verbonden met het welzijn van alle levende wezens.
Daarbij gaat het niet alleen om aardig of behulpzaam zijn. De bodhisattvaweg vraagt volgens Mahayana-teksten om een diepgaande ontwikkeling van zowel wijsheid als mededogen.
Een belangrijke uitwerking hiervan zijn de pāramitā's, vaak vertaald als “volmaaktheden”. Traditioneel worden er zes genoemd:
-
vrijgevigheid (dāna);
-
ethisch gedrag (śīla);
-
geduld of verdraagzaamheid (kṣānti);
-
inspanning (vīrya);
-
meditatie (dhyāna);
-
wijsheid (prajñā).
In sommige Mahayana-tradities worden daar nog vier andere volmaaktheden aan toegevoegd, waardoor een lijst van tien ontstaat.
De gedachte achter deze beoefening is dat boeddhaschap niet alleen draait om inzicht. Een bodhisattva ontwikkelt wijsheid én een houding die gericht is op het welzijn van anderen.
Daarmee ontstaat een belangrijke Mahayana-gedachte: wijsheid en mededogen horen bij elkaar. Alleen inzicht zonder mededogen is niet het volledige ideaal van de bodhisattva, terwijl mededogen zonder wijsheid gemakkelijk kan blijven steken in gewone gehechtheid.
Moet een bodhisattva zijn eigen verlichting uitstellen?
Hier ontstaat een van de bekendste misverstanden over Mahayana.
Vaak wordt gezegd dat een bodhisattva zijn of haar eigen nirvana uitstelt om andere mensen eerst te redden. Dat beeld komt voor in populaire uitleg, maar het beschrijft niet alle Mahayana-tradities even goed.
In veel Mahayana-denken is het probleem juist dat deze tegenstelling tussen “mijn verlichting” en “de verlichting van anderen” uiteindelijk niet houdbaar is.
De bodhisattva ontwikkelt wijsheid door het inzicht dat er geen volledig onafhankelijk, vaststaand zelf bestaat. Tegelijk ontwikkelt hij of zij mededogen voor alle levende wezens. Naarmate het onderscheid tussen “ik” en “de ander” minder absoluut wordt, worden eigen bevrijding en het welzijn van anderen steeds meer met elkaar verbonden.
Het is daarom nauwkeuriger om te zeggen dat de bodhisattva zich niet tevreden stelt met een bevrijding die alleen vanuit het eigen belang wordt begrepen.
Wat betekent leegte in Mahayana?
Een van de belangrijkste filosofische ideeën van Mahayana is śūnyatā, meestal vertaald als “leegte” of “leegte van inherent bestaan”.
Dit betekent niet dat niets bestaat.
Met leegte wordt bedoeld dat dingen geen volledig onafhankelijke, onveranderlijke eigen-aard bezitten. Alles ontstaat in afhankelijkheid van oorzaken, voorwaarden, onderdelen en relaties. Dingen zijn daarom “leeg” van een zelfstandig en onveranderlijk zelfbestaan.
Een eenvoudig voorbeeld is een stoel. Je kunt de stoel aanwijzen en zeggen dat hij bestaat. Maar wat maakt hem precies tot een stoel? Het hout, de vorm, de onderdelen, het gebruik, de persoon die hem heeft gemaakt en allerlei andere omstandigheden spelen een rol. Er is nergens een afzonderlijke, onveranderlijke “stoelheid” te vinden die onafhankelijk van al deze voorwaarden bestaat.
Mahayana-filosofie trekt deze gedachte veel verder door.
Ook mensen hebben volgens de boeddhistische leer geen onafhankelijk, onveranderlijk zelf. Mahayana denkt vervolgens kritisch na over de vraag of ook alle andere verschijnselen een zelfstandige eigen-aard hebben.
Het antwoord van de Madhyamaka-filosofie is duidelijk: nee.
Nagarjuna en de Madhyamaka-filosofie
Een van de belangrijkste denkers in de ontwikkeling van Mahayana was Nāgārjuna, die waarschijnlijk in de tweede of vroege derde eeuw leefde.
Hij wordt vooral verbonden met de Madhyamaka, de “Middenweg”. Volgens deze filosofische traditie zijn verschijnselen leeg van een onafhankelijke eigen-aard. Dat betekent niet dat ze helemaal niet bestaan. Ze bestaan op conventioneel niveau, maar niet als volledig zelfstandige dingen.
Nāgārjuna probeerde hiermee twee uitersten te vermijden.
Aan de ene kant staat de gedachte dat dingen een eeuwige, onveranderlijke essentie hebben. Aan de andere kant staat het idee dat niets werkelijk bestaat en alles simpelweg niets is.
Madhyamaka probeert tussen deze uitersten door te gaan.
Juist daarom is “leegte” misschien een ongelukkige term voor iemand die het begrip voor het eerst hoort. Het gaat niet om een leeg universum en ook niet om nihilisme. Het gaat om het ontbreken van onafhankelijk bestaan.
Deze filosofie werd later enorm invloedrijk in Tibet, China en andere delen van Azië.
“Vorm is leegte, leegte is vorm”
Een van de bekendste zinnen uit het Mahayana-boeddhisme komt uit de Prajñāpāramitāhṛdaya, beter bekend als de Hartsoetra.
Daarin wordt de bekende formulering gegeven dat vorm leegte is en leegte vorm. De tekst verbindt dit vervolgens met de vijf skandha's, de verschillende aspecten waarmee menselijke ervaring wordt beschreven.
De zin wordt soms opgevat alsof Mahayana beweert dat de wereld niet bestaat. Dat is niet de bedoeling.
De gedachte is juist dat vorm en leegte niet twee afzonderlijke werkelijkheden zijn. Dingen bestaan wel, maar ze bestaan niet onafhankelijk van oorzaken en voorwaarden.
Een bloem is bijvoorbeeld niet “niets”. Je kunt haar zien, ruiken en aanraken. Maar haar bestaan hangt samen met zaad, aarde, water, zonlicht, tijd en talloze andere omstandigheden. De bloem heeft geen volledig onafhankelijke essentie die los van die omstandigheden bestaat.
Dat is de betekenis van leegte in deze context.
De Prajnaparamita-teksten
De leer van leegte is sterk verbonden met de Prajñāpāramitā-literatuur, de “Perfectie van Wijsheid”.
Dit is geen enkel boek, maar een omvangrijke verzameling Mahayana-soetra's die over meerdere eeuwen ontstond. Tot deze literatuur behoren onder andere de Prajñāpāramitā in Achtduizend Regels, de veel langere versies en de korte Hartsoetra.
De Prajñāpāramitā in Achtduizend Regels geldt als een van de belangrijkste teksten uit deze literatuur. De tekst werkt uitgebreid uit hoe een bodhisattva wijsheid moet beoefenen zonder zich vast te klampen aan ideeën als “ik ben een bodhisattva”, “ik help anderen” of “ik bereik verlichting”.
Dat lijkt op het eerste gezicht tegenstrijdig. Hoe kun je je inzetten voor alle levende wezens als je zelfs het idee van een bodhisattva niet absoluut mag maken?
Precies daarin zit een belangrijk onderdeel van Mahayana-filosofie: zelfs goede daden kunnen een vorm van gehechtheid worden wanneer iemand zich eraan vastklampt als bewijs van een zelfstandig “ik” dat goed bezig is.
Wijsheid en mededogen moeten daarom samen worden beoefend.
Andere belangrijke Mahayana-teksten
Mahayana heeft geen enkele centrale heilige tekst die voor alle Mahayana-boeddhisten dezelfde rol speelt. In de loop van de eeuwen ontstond een zeer grote verzameling soetra's en filosofische werken.
Naast de Prajnaparamita-teksten zijn onder andere belangrijk:
De Lotussoetra
De Lotussoetra is een van de invloedrijkste Mahayana-soetra's. De tekst benadrukt onder meer dat verschillende boeddhistische wegen uiteindelijk kunnen worden begrepen binnen een groter pad naar boeddhaschap.
De Lotussoetra werd vooral invloedrijk in Oost-Azië en kreeg daar een belangrijke plaats binnen tradities zoals Tiantai en Nichiren.
De Vimalakirtisoetra
De Vimalakīrtinirdeśa, meestal Vimalakirtisoetra genoemd, draait om Vimalakirti, een leek die volgens het verhaal een buitengewoon diep inzicht in de Dharma heeft.
Daarmee wordt een belangrijk Mahayana-thema zichtbaar: diepgaande boeddhistische beoefening is niet noodzakelijk beperkt tot monniken. Ook een leek kan een hoog niveau van inzicht en beoefening vertegenwoordigen. De tekst wordt al lange tijd gerekend tot de belangrijke Mahayana-klassiekers.
De Avatamsaka-soetra
De Avataṃsaka Sūtra, de “Bloemkranssoetra”, ontwikkelde een zeer uitgebreide visie op de onderlinge verbondenheid van alle verschijnselen.
De tekst werd bijzonder belangrijk voor de Chinese Huayan-traditie. Huayan staat onder andere bekend om de gedachte dat alles op complexe manieren met alles samenhangt.
De Lankavatara-soetra
De Laṅkāvatāra Sūtra werd later belangrijk voor onder meer de Yogacara-traditie en had ook invloed op het Chinese Chan-boeddhisme.
De tekst behandelt onder andere bewustzijn, de aard van werkelijkheid en boeddhanatuur.
Wat is boeddhanatuur?
Een ander invloedrijk Mahayana-concept is tathāgatagarbha, vaak vertaald als “boeddhanatuur”, “boeddha-embryo” of “boeddha-potentieel”.
Het idee komt in verschillende Mahayana-teksten voor, maar wordt niet overal op precies dezelfde manier geïnterpreteerd.
In sommige tradities betekent het dat alle levende wezens het potentieel hebben om een boeddha te worden. Het kan ook worden beschreven als een fundamentele mogelijkheid tot ontwaken die door onwetendheid en andere mentale obstakels wordt verhuld.
Dit begrip kan gemakkelijk verkeerd worden begrepen als de bewering dat ieder mens een soort eeuwige, goddelijke ziel heeft.
Dat zou echter botsen met het boeddhistische anātman, het idee van niet-zelf. Daarom hebben Mahayana-denkers door de eeuwen heen uitgebreid nagedacht over hoe boeddhanatuur moet worden begrepen.
Sommige tradities leggen de nadruk op het potentieel voor ontwaken, terwijl andere het begrip op een meer metaforische of filosofische manier uitleggen.
Verschillende vormen van Mahayana
Mahayana is geen uniforme school.
Toen Mahayana zich door Azië verspreidde, ontstonden verschillende tradities die hun eigen teksten, filosofieën, rituelen en vormen van beoefening ontwikkelden.
Zen
Zen ontstond in China als Chan en verspreidde zich later naar onder andere Japan, Korea en Vietnam.
Zen legt sterk de nadruk op meditatie en directe beoefening. Tegelijk is Zen diep geworteld in Mahayana-ideeën zoals leegte, boeddhanatuur en het bodhisattva-ideaal.
Pure Land
Pure Land-boeddhisme richt zich op het vertrouwen in en de beoefening rond Amitabha, een boeddha die verbonden wordt met het Zuivere Land.
Binnen deze tradities speelt de wedergeboorte in het Zuivere Land een belangrijke rol, omdat dit volgens de traditie een gunstige omgeving biedt voor verdere beoefening en uiteindelijk ontwaken.
Pure Land is daarmee geen alternatief dat losstaat van Mahayana, maar een Mahayana-vorm die het bodhisattva-pad op een eigen manier uitwerkt.
Tiantai
Tiantai ontstond in China en ontwikkelde een uitgebreide filosofische interpretatie van verschillende boeddhistische leerstellingen en soetra's. De Lotussoetra kreeg hierin een bijzonder belangrijke plaats.
Vajrayana
Vajrayana wordt vaak als een afzonderlijke “derde grote stroming” naast Theravada en Mahayana genoemd. Historisch gezien is die indeling echter niet helemaal eenvoudig.
Vajrayana ontwikkelde zich binnen de bredere Mahayana-wereld en bouwde voort op Mahayana-filosofie en het bodhisattva-ideaal. Het voegde daar onder andere tantra, mantra's, mandala's en specifieke meditatieve technieken aan toe.
Daarom wordt Vajrayana vaak gezien als een esoterische of tantrische vorm van Mahayana.
Wat is het verschil tussen Mahayana en Theravada?
Het verschil is groter dan één simpele tegenstelling, maar er zijn wel een aantal duidelijke accenten.
In veel Mahayana-tradities staat het bereiken van boeddhaschap door het bodhisattva-pad centraal. De beoefenaar neemt zich voor te ontwaken ten bate van alle levende wezens.
Binnen Theravada ligt de nadruk traditioneel op het bereiken van arahantschap: bevrijding door het volgen van het pad dat door de Boeddha is onderwezen. Tegelijk kent ook Theravada het ideaal van de bodhisattva en bestaat binnen de traditie de mogelijkheid om naar volledig boeddhaschap te streven.
Het is daarom onjuist om te zeggen dat Theravada alleen om persoonlijke verlichting draait en Mahayana alleen om de verlichting van anderen.
Ook de leer van mededogen, ethiek, meditatie, karma, wedergeboorte en bevrijding komt in beide tradities voor. De manier waarop deze onderwerpen worden geïnterpreteerd en met elkaar worden verbonden kan echter sterk verschillen.
En nog een belangrijk punt: de term Hinayana, die in sommige Mahayana-teksten wordt gebruikt voor andere boeddhistische wegen, moet niet als synoniem voor Theravada worden gebruikt. De historische relatie tussen de verschillende boeddhistische scholen was veel ingewikkelder.
Is Mahayana “moderner” dan Theravada?
Nee.
Mahayana ontstond later dan de vroegste boeddhistische teksten, maar “later” betekent niet automatisch “moderner” of “verder ontwikkeld”.
Mahayana-teksten ontstonden in verschillende perioden en werden vervolgens eeuwenlang uitgebreid, vertaald en geïnterpreteerd. Sommige ideeën die tegenwoordig typisch Mahayana worden genoemd, hebben bovendien wortels in eerdere boeddhistische tradities.
Het is daarom beter om Mahayana te zien als een historische ontwikkeling binnen het boeddhisme waarin bestaande ideeën opnieuw werden geïnterpreteerd en nieuwe ideeën en teksten ontstonden.
Zijn de Mahayana-soetra's door de historische Boeddha uitgesproken?
Dit is een interessante vraag, omdat Mahayana-soetra's zichzelf doorgaans presenteren als woorden van de Boeddha.
Historisch gezien ligt dat ingewikkelder.
De Mahayana-soetra's werden eeuwen na het leven van Siddhartha Gautama op schrift gesteld en sommige ervan lijken over lange perioden te zijn gegroeid. Wetenschappers kunnen daarom niet zonder meer aannemen dat deze teksten letterlijke verslagen zijn van toespraken die de historische Boeddha heeft gehouden.
Binnen boeddhistische tradities wordt boeddhavacana, “het woord van de Boeddha”, echter niet altijd uitsluitend opgevat als een letterlijk stenografisch verslag van historische uitspraken. Een tekst kan binnen een traditie als authentieke Dharma worden beschouwd vanwege de inhoud en het religieuze gezag ervan, ook wanneer de tekst historisch veel later is ontstaan.
Dat betekent dat er twee verschillende vragen door elkaar kunnen lopen:
Is deze tekst historisch aantoonbaar door Gautama Boeddha uitgesproken?
Daarvoor is bij de Mahayana-soetra's doorgaans geen historisch bewijs.
Beschouwt een Mahayana-traditie deze tekst als authentieke boeddhistische leer?
Ja, voor veel Mahayana-tradities hebben deze teksten een zeer hoog religieus gezag.
Het is belangrijk om die twee manieren van kijken niet met elkaar te verwarren.
Een belangrijk misverstand: Mahayana is niet alleen “boeddhisme met meer goden”
In Mahayana kom je veel boeddha's en bodhisattva's tegen die in populaire afbeeldingen bijna goddelijk kunnen lijken. Denk bijvoorbeeld aan Avalokiteśvara, Mañjuśrī, Kṣitigarbha en Amitabha.
Toch is het misleidend om deze figuren simpelweg als goden te beschrijven.
Hun betekenis verschilt bovendien per traditie. Sommige worden vooral gezien als verlichte wezens die anderen helpen. Andere krijgen in bepaalde vormen van boeddhistische beoefening een sterk devotionele betekenis.
Mahayana ontwikkelde daarnaast uitgebreide kosmologieën met talloze boeddha-velden en werelden. Dit maakt de religieuze verbeelding van Mahayana vaak veel uitgebreider dan iemand die alleen met de vroegste boeddhistische teksten bekend is zou verwachten.
Dat betekent niet dat Mahayana het idee van een almachtige scheppergod heeft overgenomen. Het boeddhistische kader blijft gebaseerd op karma, afhankelijk ontstaan, beoefening en ontwaken.
Waarom is Mahayana zo belangrijk geworden?
Een groot deel van het huidige Aziatische boeddhisme is Mahayana of heeft sterke Mahayana-invloeden.
Vanuit India verspreidden Mahayana-ideeën zich naar Centraal- en Oost-Azië. In China ontstonden verschillende nieuwe scholen, waarna het boeddhisme zich verder verspreidde naar Korea, Japan en Vietnam.
In Tibet ontstond vervolgens een sterk met tantra verbonden vorm van boeddhisme waarin Mahayana-filosofie en het bodhisattva-ideaal een centrale plaats innemen.
Daardoor is “Mahayana” tegenwoordig niet één specifieke manier van boeddhist zijn. Een Japanse Zenbeoefenaar, een Chinese Pure Land-boeddhist en een Tibetaanse boeddhist kunnen allemaal binnen de brede Mahayana-traditie vallen, terwijl hun dagelijkse beoefening er behoorlijk verschillend uitziet.
Wat betekent Mahayana voor iemand die vandaag boeddhist wil worden?
Voor iemand die zich vandaag in het Mahayana wil verdiepen, is het waarschijnlijk minder nuttig om meteen te proberen alle verschillende scholen en filosofische termen te leren.
Een goed begin is het begrijpen van drie met elkaar verbonden ideeën.
Ten eerste het bodhisattva-ideaal: streven naar ontwaken met het welzijn van alle levende wezens in gedachten.
Ten tweede wijsheid: leren zien dat we onszelf en de wereld vaak behandelen alsof alles een vaststaande, onafhankelijke aard heeft, terwijl alles afhankelijk ontstaat en voortdurend verandert.
En ten derde mededogen: het verminderen van gehechtheid aan het eigen belang en het ontwikkelen van een oprechte betrokkenheid bij het lijden van anderen.
In Mahayana zijn deze drie niet bedoeld als losse onderdelen. De beoefening van wijsheid moet mededogen verdiepen, en mededogen wordt door wijsheid bevrijd van gehechtheid.
Mahayana in één geheel begrijpen
Mahayana boeddhisme is uiteindelijk moeilijk terug te brengen tot één leerstelling.
Het is een brede historische en religieuze ontwikkeling die in India ontstond en zich over grote delen van Azië verspreidde. Binnen die ontwikkeling kwamen nieuwe soetra's en filosofische tradities op, werd het bodhisattva-ideaal steeds belangrijker en ontstonden diepgaande ideeën over leegte, boeddhanatuur, wijsheid en mededogen.
Een van de opvallendste kenmerken van Mahayana is dat het niet alleen vraagt hoe een individu van lijden kan worden bevrijd. Het stelt ook de vraag wat verlichting betekent wanneer je het onderscheid tussen jezelf en anderen minder absoluut gaat zien.
Daarom horen in Mahayana wijsheid en mededogen zo sterk bij elkaar. De bodhisattva probeert niet simpelweg “een goed mens” te worden, maar onderzoekt de aard van werkelijkheid en het eigen zelf, terwijl die beoefening tegelijk gericht blijft op de bevrijding van alle levende wezens.
En misschien is dat wel de beste manier om Mahayana te begrijpen: niet als een losstaande vorm van boeddhisme die op een bepaald moment werd uitgevonden, maar als een brede verzameling boeddhistische tradities die het ideaal van ontwaken voor het welzijn van alle wezens op verschillende manieren hebben uitgewerkt.