Boeddhabeelden
Wie aan het boeddhisme denkt, ziet waarschijnlijk al snel een beeld voor zich van een zittende Boeddha met gesloten ogen, een rustige glimlach en zijn handen in een bepaalde houding. Zulke beelden zijn tegenwoordig bijna overal te vinden: in tempels en kloosters, maar ook in tuinen, woningen en meditatiecentra.
Toch is een Boeddhabeeld veel meer dan een decoratief beeld van een mediterende man. De houding, handgebaren, kleding en zelfs de vorm van het hoofd hebben binnen de boeddhistische kunst vaak een betekenis. Bovendien zijn Boeddhabeelden niet vanaf het begin onderdeel geweest van het boeddhisme. In de oudste bewaard gebleven boeddhistische kunst werd de Boeddha juist vaak helemaal niet als mens afgebeeld.
Dat maakt de geschiedenis van Boeddhabeelden interessant. Ze laten niet alleen zien hoe kunstenaars de Boeddha door de eeuwen heen hebben voorgesteld, maar ook hoe het boeddhisme zich in verschillende delen van Azië heeft ontwikkeld.
Wat is een Boeddhabeeld?
Een Boeddhabeeld is een afbeelding of sculptuur van een boeddha, meestal in menselijke vorm. Het bekendste voorbeeld is Siddhartha Gautama, de historische Boeddha die in het boeddhisme ook Shakyamuni wordt genoemd.
Een belangrijk onderscheid is dat Boeddha niet simpelweg de naam van een god is. Het woord boeddha betekent in de kern iemand die “ontwaakt” is. Siddhartha Gautama wordt de Boeddha genoemd omdat hij volgens de boeddhistische traditie volledig ontwaakte tot de aard van de werkelijkheid.
In latere boeddhistische tradities ontstonden bovendien ideeën over meerdere boeddha's. Zo kennen verschillende Mahayana-tradities onder andere Amitabha en Vairocana. Een beeld dat eruitziet als een Boeddha hoeft daarom niet altijd Siddhartha Gautama voor te stellen.
Ook kunnen beelden van bodhisattva's op Boeddhabeelden lijken. Een bodhisattva is echter iets anders dan een boeddha. In veel Mahayana-tradities zijn bodhisattva's verlichte of bijna volledig ontwaakte wezens die zich inzetten voor het welzijn van andere levende wezens.
Waarom zien veel Boeddhabeelden er hetzelfde uit?
Boeddhabeelden zijn niet zomaar realistische portretten. Door de eeuwen heen ontstond een soort beeldtaal waarmee kunstenaars konden laten zien dat een figuur een Boeddha was.
Daarbij spelen verschillende kenmerken een rol. Veel beelden hebben bijvoorbeeld een verhoging boven op het hoofd, de ushnisha, en een kenmerk op het voorhoofd dat de urna wordt genoemd. Ook lange oorlellen komen vaak voor. De Boeddha draagt meestal monnikskleding en wordt vaak afgebeeld met een rustige, geconcentreerde uitstraling.
Deze kenmerken behoren tot de zogenoemde lakshana's, de gunstige of bijzondere kenmerken van een groot persoon. Ze moeten dus niet worden gezien als een poging om precies weer te geven hoe Siddhartha Gautama er historisch uitzag.
De lange oorlellen worden bijvoorbeeld traditioneel verbonden met zijn vroegere leven als prins, toen hij zware sieraden droeg. De ushnisha werd in de boeddhistische kunst een herkenbaar teken van zijn uitzonderlijke wijsheid en ontwaken.
De ushnisha
De ushnisha is de verhoging boven op het hoofd van de Boeddha. In afbeeldingen kan deze eruitzien als een knot, een ronde uitstulping of een andere duidelijke verhoging.
De precieze artistieke vorm verschilt per periode en regio. In de boeddhistische beeldtaal verwijst de ushnisha naar de bijzondere staat van de Boeddha en zijn wijsheid.
De urna
Tussen de wenkbrauwen is bij veel Boeddhabeelden een klein rond teken of een krul te zien. Dit wordt de urna genoemd.
In de kunstgeschiedenis wordt de urna meestal beschouwd als een van de herkenningstekens van een boeddha. De betekenis ervan wordt onder andere verbonden met spiritueel inzicht en wijsheid. Het is niet noodzakelijk letterlijk een stip op het voorhoofd; in oudere afbeeldingen kon het bijvoorbeeld als een haarlok of met een ingelegd materiaal worden weergegeven.
De lange oorlellen
De lange oorlellen zijn een van de opvallendste kenmerken.
Volgens de traditionele uitleg herinneren ze aan Siddhartha's leven als prins. Zijn zware sieraden zouden zijn oorlellen hebben uitgerekt. Wanneer hij zijn luxueuze leven achter zich laat, verdwijnen de sieraden, maar blijven de lange oorlellen in de beeldtraditie zichtbaar.
Het beeld vertelt daarmee in één detail iets over de overgang van een leven van rijkdom naar een leven van zoeken, verzaking en uiteindelijk ontwaken.
Wat betekenen de handen van een Boeddhabeeld?
Misschien wel het meest herkenbare onderdeel van een Boeddhabeeld zijn de handen. De verschillende handhoudingen worden mudra's genoemd.
Een mudra is een symbolisch handgebaar. Bij Boeddhabeelden kan het gebaar verwijzen naar een gebeurtenis uit het leven van de Boeddha of naar een bepaalde kwaliteit of leer.
De aarde aanraken: bhumisparsha mudra
Een van de bekendste houdingen is de Boeddha die met zijn rechterhand naar de grond wijst of de aarde aanraakt, terwijl de linkerhand op zijn schoot rust.
Dit is de bhumisparsha mudra, de “aarderakingsmudra”. Het beeld verwijst naar het moment waarop Siddhartha onder de bodhiboom tot ontwaken kwam.
Volgens de bekende boeddhistische overlevering werd hij op dat moment geconfronteerd met Mara, die zijn recht op ontwaken betwijfelde. Siddhartha raakte de aarde aan als getuige. In de kunst is dit verhaal samengevat in één eenvoudig gebaar.
De meditatiehouding
Bij de dhyana mudra rusten de handen doorgaans in de schoot, met de handpalmen naar boven.
Deze houding wordt sterk geassocieerd met meditatie en innerlijke concentratie. Een zittende Boeddha in deze houding hoeft daardoor niet naar één specifieke gebeurtenis te verwijzen; het beeld kan vooral de meditatieve en ontwaakte staat van de Boeddha benadrukken.
De beschermende hand
Bij de abhaya mudra is één hand opgeheven, met de handpalm naar voren. Het gebaar wordt vaak verbonden met bescherming, geruststelling en het wegnemen van angst.
In verschillende boeddhistische kunsttradities komt deze houding veel voor. De betekenis is niet altijd volledig identiek, maar het gebaar wordt vaak geïnterpreteerd als een geruststellende boodschap: wees niet bang.
Het wiel van de dharma in beweging zetten
Sommige Boeddhabeelden houden beide handen voor de borst in een ingewikkelder gebaar. Dit wordt vaak verbonden met de dharmachakra mudra, het gebaar van het in beweging zetten van het wiel van de dharma.
Het verwijst naar de eerste onderrichtingen van de Boeddha. Het “wiel van de dharma” staat daarbij voor het verspreiden van zijn leer.
De verschillende mudra's zijn dus geen willekeurige poses. Voor iemand die bekend is met de beeldtaal kunnen ze vertellen welk aspect van de Boeddha of welk moment uit zijn leven wordt bedoeld.
Waarom heeft een Boeddha vaak gesloten of neergeslagen ogen?
De ogen van een Boeddhabeeld zijn meestal niet wijd geopend zoals bij een realistisch portret. Vaak kijkt de Boeddha naar beneden of zijn de ogen half gesloten.
Dat past bij de voorstelling van meditatie, concentratie en innerlijke rust. Het is ook onderdeel geworden van de manier waarop kunstenaars de ideale staat van een ontwaakte persoon verbeelden.
Toch betekent dit niet dat ieder Boeddhabeeld simpelweg “een man die mediteert” voorstelt. De houding, de handen, de attributen en de omgeving kunnen samen een veel specifieker verhaal vertellen.
Wanneer begonnen mensen Boeddha's als mens af te beelden?
Dit is een van de interessantste vragen over Boeddhabeelden.
In de vroegste bekende monumentale boeddhistische kunst uit India, bijvoorbeeld bij Sanchi en Bharhut, wordt de Boeddha vaak niet als menselijke figuur weergegeven. Zijn aanwezigheid wordt daar gesuggereerd door symbolen.
Een lege troon kon bijvoorbeeld naar de Boeddha verwijzen. Ook voetafdrukken, een dharmawiel, een bodhiboom of een stupa konden zijn aanwezigheid aanduiden.
Dit wordt vaak aangeduid als aniconische kunst: de Boeddha wordt niet rechtstreeks in menselijke vorm afgebeeld.
Waarom dat zo was, is niet helemaal duidelijk. Er is geen eenvoudige regel uit de vroegste bronnen die zegt: “Boeddha mag niet worden afgebeeld.” Wetenschappers hebben verschillende verklaringen voorgesteld en het onderwerp blijft onderwerp van discussie.
Bovendien moeten we oppassen met de gedachte dat vroege boeddhisten simpelweg “tegen beelden” waren. De oudste boeddhistische kunst maakte al uitgebreid gebruik van symbolen, reliëfs, stupas en afbeeldingen die naar de Boeddha en zijn leven verwezen.
De eerste menselijke Boeddhabeelden
Rond het begin van onze jaartelling verschijnen steeds duidelijker afbeeldingen van de Boeddha in menselijke vorm. Vooral Gandhara in het huidige Pakistan en Mathura in Noord-India werden belangrijke centra voor de ontwikkeling van Boeddhabeelden.
Een vroeg Gandharan beeld in het Metropolitan Museum of Art wordt gedateerd op de eerste tot het midden van de tweede eeuw. Het laat al verschillende kenmerken zien die later zeer herkenbaar zouden worden: de zittende houding, de monniksgewaden en de opgeheven hand.
In Mathura ontwikkelde zich tegelijkertijd een andere beeldtraditie. De Boeddha werd daar bijvoorbeeld afgebeeld in rood gespikkeld zandsteen, met een eigen artistieke stijl. Sommige beelden kunnen worden gedateerd dankzij inscripties uit de periode van de Kushan-heersers.
Er is lange tijd veel discussie geweest over de vraag waar het eerste menselijke Boeddhabeeld precies ontstond. Tegenwoordig wordt het minder zinvol gevonden om het ontstaan aan één plaats of één oorzaak toe te schrijven. Gandhara en Mathura lijken onafhankelijk van elkaar een belangrijke rol te hebben gespeeld in de ontwikkeling van de vroegste iconische Boeddhabeelden.
Waarom ziet een Gandharan Boeddha er anders uit dan een Indiase Boeddha?
Gandharan kunst is bijzonder omdat de regio op het kruispunt lag van verschillende culturen. De kunstenaars gebruikten elementen die verwant zijn aan de klassieke kunst van de mediterrane wereld, naast Zuid-Aziatische boeddhistische beeldtradities.
Bij sommige Gandharan Boeddha's zijn bijvoorbeeld de plooien van het gewaad opvallend realistisch uitgewerkt. Een vroeg bronzen beeld in het Metropolitan Museum vertoont zelfs duidelijke stilistische overeenkomsten met Romeinse beeldhouwkunst.
Dat betekent overigens niet dat iemand uit Griekenland of Rome simpelweg de Boeddha “heeft uitgevonden”. De ontwikkeling van de Boeddhabeeldkunst was complex en vond plaats in een gebied waar verschillende artistieke tradities elkaar beïnvloedden.
In Mathura ontwikkelde zich juist een meer uitgesproken Zuid-Aziatische beeldtaal. Beide regio's droegen vervolgens bij aan de enorme ontwikkeling van de boeddhistische kunst.
Werden Boeddhabeelden altijd vereerd?
Nee. Het is belangrijk om onderscheid te maken tussen een Boeddhabeeld als kunstwerk, als hulpmiddel voor meditatie, als religieus object en als voorwerp van verering.
In de loop van de geschiedenis werden Boeddhabeelden daadwerkelijk onderdeel van religieuze praktijken. Mensen konden bijvoorbeeld bloemen, licht, wierook of andere offers bij een beeld plaatsen. In sommige tradities werden beelden onderdeel van uitgebreide rituelen.
Historisch gezien verliep deze ontwikkeling geleidelijk. Het Metropolitan Museum beschrijft bijvoorbeeld hoe vanaf ongeveer de late tweede of vroege derde eeuw na Christus devotionele afbeeldingen van de Boeddha steeds duidelijker als religieuze objecten werden gebruikt. Tegelijkertijd waren in sommige vroege Gandharan heiligdommen de relieken van de Boeddha nog het belangrijkste middelpunt van verering.
Daarom is het te simpel om te zeggen dat boeddhisten “beelden aanbidden”.
Aanbidden boeddhisten een beeld alsof het een god is?
Dat hangt af van wat precies met “aanbidden” wordt bedoeld en van de boeddhistische traditie.
Binnen veel vormen van boeddhisme worden beelden gebruikt bij eerbetoon, offers, gebed, meditatie en andere vormen van religieuze praktijk. Een buiging voor een Boeddhabeeld kan bijvoorbeeld worden opgevat als eerbetoon aan de Boeddha, zijn ontwaken en zijn leer.
Dat hoeft niet te betekenen dat iemand gelooft dat het stenen of bronzen beeld zelf een scheppende god is.
Tegelijkertijd moet je ook oppassen om boeddhistische praktijk te simpelweg te rationaliseren. In verschillende Aziatische boeddhistische tradities kunnen beelden een veel directere religieuze betekenis krijgen dan de moderne westerse uitleg “het is slechts een symbool” doet vermoeden. Onderzoek naar bijvoorbeeld Sri Lankaanse en Zuidoost-Aziatische tradities laat zien dat mensen daadwerkelijk rituelen uitvoeren rond Boeddhabeelden en zich daarin tot de Boeddha kunnen richten alsof zijn aanwezigheid religieus betekenisvol is.
Er is dus geen universeel antwoord dat voor alle boeddhisten geldt.
Wat is het verschil tussen een Boeddhabeeld en een beeld van een bodhisattva?
Dit onderscheid is vooral belangrijk binnen het Mahayana-boeddhisme.
Een Boeddha wordt doorgaans voorgesteld als iemand die volledig ontwaakt is. Siddhartha Gautama is daarvan het bekendste voorbeeld.
Een bodhisattva wordt daarentegen vaak voorgesteld als een figuur die zich richt op het bereiken van boeddhaschap en tegelijkertijd het welzijn van andere levende wezens centraal stelt. Bekende voorbeelden zijn Avalokiteshvara, Manjushri en Maitreya.
Bodhisattva's worden in de kunst vaak rijker aangekleed dan de Boeddha. Waar een Boeddha meestal eenvoudige monnikskleding draagt, kan een bodhisattva sieraden, een kroon en andere attributen dragen.
Dat verschil is niet alleen artistiek. Het vertelt iets over de verschillende rollen die deze figuren binnen de boeddhistische tradities hebben.
Waarom is een Boeddha soms dik en soms heel slank?
Niet ieder beeld met een grote buik is eigenlijk een afbeelding van Siddhartha Gautama.
Een bekend voorbeeld is de zogenaamde lachende Boeddha, die vaak wordt afgebeeld als een vrolijke, dikke man. Deze figuur wordt in het Westen regelmatig “Boeddha” genoemd, maar is meestal gebaseerd op Budai, een Chinese monnik die in de populaire religieuze cultuur met geluk, overvloed en vrijgevigheid werd verbonden.
Budai is dus niet hetzelfde als de historische Boeddha Siddhartha Gautama.
De verwarring is begrijpelijk, omdat beide figuren in het Westen vaak simpelweg “Boeddha” worden genoemd. Maar wie een traditioneel Boeddhabeeld probeert te herkennen, doet er goed aan eerst te kijken naar de kenmerken, houding en context.
Waarom zit de Boeddha zo vaak?
De zittende houding is sterk verbonden met meditatie en ontwaken. De Boeddha wordt regelmatig afgebeeld met gekruiste benen, vaak in een houding die verwant is aan de lotushouding.
Maar ook hier geldt dat de precieze houding betekenis kan hebben.
Een zittende Boeddha met de handen in meditatiehouding legt een ander accent dan een Boeddha die de aarde aanraakt. Een staande Boeddha kan bijvoorbeeld een beschermend of onderwijzend aspect benadrukken.
De houding van het lichaam vormt samen met de handgebaren een soort visuele taal.
Waarom zit een Boeddha soms op een lotusbloem?
De lotus is een belangrijk symbool in veel boeddhistische kunsttradities.
Een lotus groeit vanuit modderig water en komt uiteindelijk boven het wateroppervlak tevoorschijn. Daardoor is de bloem in veel boeddhistische contexten verbonden geraakt met zuiverheid en het overstijgen van de omstandigheden waarin iemand leeft.
Een Boeddha die op een lotus zit, moet daarom niet worden opgevat als iemand die letterlijk op een bloem heeft gezeten. Het is symbolische beeldtaal.
De lotus komt bovendien niet uitsluitend voor bij Boeddha's. Ook bodhisattva's en andere figuren kunnen op een lotus worden afgebeeld.
Waarom zijn Boeddhabeelden niet overal hetzelfde?
Toen het boeddhisme zich vanuit India verspreidde naar onder andere Sri Lanka, Centraal-Azië, China, Korea, Japan, Tibet en Zuidoost-Azië, ontstonden nieuwe regionale kunsttradities.
Daardoor kreeg de Boeddha in verschillende landen een eigen uiterlijk.
Een Thaise Boeddha kan bijvoorbeeld een heel andere lichaamsvorm en haarstijl hebben dan een vroeg Indiaas beeld. Chinese, Japanse, Tibetaanse en Sri Lankaanse kunstenaars ontwikkelden ieder hun eigen manieren om dezelfde religieuze ideeën zichtbaar te maken.
Toch blijven bepaalde elementen herkenbaar. De ushnisha, de monnikskleding, de lange oorlellen en de mudra's vormen bijvoorbeeld een beeldtaal die in veel verschillende gebieden terugkomt.
Dit is ook de reden dat je voorzichtig moet zijn met de gedachte dat één specifieke houding of lichaamsvorm overal exact dezelfde betekenis heeft. De details kunnen per traditie verschillen.
Zijn alle Boeddhabeelden afbeeldingen van Siddhartha Gautama?
Nee.
Siddhartha Gautama, oftewel Shakyamuni, is de historische Boeddha en veruit de bekendste figuur in de boeddhistische kunst. Maar vooral binnen Mahayana- en Vajrayana-tradities ontstond een veel uitgebreider beeld van boeddhaschap.
Er zijn bijvoorbeeld afbeeldingen van Amitabha, de Boeddha die centraal staat in veel Pure Land-tradities, en van Vairocana, die in bepaalde Mahayana-tradities een belangrijke kosmische betekenis heeft.
Een beeld van een Boeddha moet daarom altijd worden bekeken in zijn context. De houding, handgebaren, attributen, begeleidende figuren en plaats waar het beeld staat kunnen helpen bepalen wie er wordt voorgesteld.
Kun je een Boeddhabeeld thuis neerzetten?
Daar bestaat geen universeel boeddhistisch verbod of gebod voor.
Voor veel mensen kan een Boeddhabeeld thuis een herinnering zijn aan meditatie, opmerkzaamheid, compassie of het boeddhistische pad. Het kan een plek markeren waar iemand mediteert of tot rust komt.
Wanneer iemand een beeld als religieus object gebruikt, ligt het wel voor de hand om er respectvol mee om te gaan. In verschillende Aziatische culturen worden Boeddhabeelden bijvoorbeeld niet zomaar op de grond geplaatst of behandeld als gewone decoratie.
Wat als respectvol wordt gezien, verschilt echter per cultuur en traditie.
Een Boeddhabeeld hoeft dus niet per se religieus gebruikt te worden. Voor de ene persoon is het een kunstwerk, voor de andere een meditatieobject en voor weer iemand anders een voorwerp van devotie.
Een Boeddhabeeld is meer dan een afbeelding
De geschiedenis van het Boeddhabeeld laat iets opvallends zien. Het boeddhisme begon niet met een vaststaand beeld van hoe de Boeddha eruit moest zien. In de vroegste bewaard gebleven kunst werd zijn aanwezigheid juist vaak aangeduid met een lege troon, voetafdrukken, een wiel, een boom of een stupa.
Later werd de menselijke afbeelding van de Boeddha steeds belangrijker. Kunstenaars ontwikkelden een herkenbare beeldtaal waarin houding, handen, kleding en lichamelijke kenmerken samen een verhaal vertellen. Vanuit India verspreidde deze beeldtaal zich vervolgens over grote delen van Azië en kreeg ze overal nieuwe vormen.
Daarom is een Boeddhabeeld niet simpelweg een portret van een historische persoon. Het is een manier om iets zichtbaar te maken dat volgens de boeddhistische traditie eigenlijk moeilijk in woorden of beelden te vangen is: ontwaken.
Wie de volgende keer naar een Boeddhabeeld kijkt, kan daarom verder kijken dan de rustige glimlach. Welke houding heeft het lichaam? Wat doen de handen? Draagt de figuur monnikskleding of juist sieraden? Zie je een ushnisha of urna? En gaat het misschien helemaal niet om Siddhartha Gautama, maar om een andere boeddha of een bodhisattva?
Zodra je die beeldtaal leert herkennen, vertellen Boeddhabeelden ineens veel meer dan op het eerste gezicht zichtbaar is.