Wat geloven boeddhisten?
Wat geloven boeddhisten eigenlijk? Dat is moeilijker te beantwoorden dan bijvoorbeeld de vraag wat christenen of moslims geloven. Het boeddhisme kent geen centrale geloofsbelijdenis die door iedere boeddhist op dezelfde manier wordt gevolgd. Bovendien bestaan er grote verschillen tussen boeddhistische tradities.
Toch zijn er ideeën die een groot deel van het boeddhisme met elkaar verbinden. Zo spelen het inzicht in dukkha (lijden en onbevredigdheid), karma, wedergeboorte, het loslaten van gehechtheid en het bereiken van bevrijding een belangrijke rol. Ook de Vier Edele Waarheden en het Edele Achtvoudige Pad vormen een fundament van de boeddhistische leer.
Maar wat betekent dat in de praktijk? En geloven boeddhisten in God, in een ziel of in een leven na de dood? Om dat goed te begrijpen, moeten we iets verder kijken dan een lijstje met “boeddhistische regels”.
Geloven boeddhisten in God?
Een van de eerste vragen die mensen hebben is of boeddhisten in God geloven.
Het korte antwoord is: niet in een almachtige scheppergod zoals die voorkomt in bijvoorbeeld het christendom, jodendom en de islam.
In de vroege boeddhistische teksten staat niet het geloof in een schepper centraal. De Boeddha richtte zijn leer vooral op de oorzaken van lijden en op de manier waarop mensen daarvan bevrijd kunnen worden.
Dat betekent overigens niet dat het boeddhisme helemaal geen goden kent.
In de boeddhistische teksten komen allerlei goddelijke wezens voor. Deze deva’s leven volgens de traditionele boeddhistische kosmologie in verschillende bestaanswerelden. Ook Brahma, een belangrijk goddelijk wezen uit de Indiase religieuze wereld waarin het boeddhisme ontstond, komt regelmatig voor.
Het verschil is dat deze goden niet almachtig en eeuwig zijn. Ook zij bevinden zich binnen samsara, de voortdurende kringloop van geboorte en dood. Een goddelijke wedergeboorte kan zeer lang duren en bijzonder aangenaam zijn, maar ook die toestand is uiteindelijk vergankelijk.
Daarom is “boeddhisme gelooft niet in goden” eigenlijk te simpel. Een betere omschrijving is dat een scheppergod geen centrale plaats heeft in de boeddhistische leer.
Wat geloven boeddhisten dan wel?
De boeddhistische leer begint niet met de vraag wie de wereld heeft geschapen, maar met een ander probleem: waarom ervaren levende wezens lijden en onbevredigdheid, en hoe kan dat worden beëindigd?
De Boeddha’s antwoord hierop wordt samengevat in de Vier Edele Waarheden.
1. Er is dukkha
De eerste waarheid wordt vaak vertaald als “de waarheid van het lijden”. Dat is begrijpelijk, maar dukkha heeft een bredere betekenis.
Het gaat niet alleen om duidelijk lijden, zoals ziekte, verdriet en pijn. Het verwijst ook naar de onbevredigende kant van het bestaan: dingen veranderen, aangename ervaringen verdwijnen en zelfs wanneer het goed gaat, kunnen we merken dat we het niet volledig kunnen vasthouden.
2. Dukkha heeft oorzaken
Volgens de tweede edele waarheid hangt dukkha samen met begeerte en gehechtheid. In de vroege boeddhistische leer wordt hierbij vooral taṇhā, letterlijk “dorst” of “verlangen”, genoemd.
We willen dat prettige ervaringen blijven bestaan, willen onaangename ervaringen kwijt en proberen voortdurend grip te krijgen op een wereld die uiteindelijk niet volledig onder onze controle staat.
3. Dukkha kan eindigen
De derde waarheid stelt dat het mogelijk is om aan deze voortdurende onbevredigdheid te ontsnappen.
Het beëindigen van de onderliggende begeerte, gehechtheid en onwetendheid wordt verbonden met nirvana.
4. Er is een weg naar het einde van dukkha
Die weg is het Edele Achtvoudige Pad.
Dat bestaat uit:
- juist inzicht;
- juiste intentie;
- juist spreken;
- juist handelen;
- juist levensonderhoud;
- juiste inspanning;
- juiste opmerkzaamheid;
- juiste concentratie.
Het gaat daarbij niet om acht losse regels die je één voor één afvinkt. Ze vormen samen een manier van leven en beoefening die gericht is op inzicht en bevrijding.
Geloven boeddhisten in karma?
Ja. Karma is een belangrijk begrip binnen vrijwel alle historische boeddhistische tradities, maar het wordt in het Westen nogal eens verkeerd begrepen.
Karma betekent in de boeddhistische context in de eerste plaats intentionele handeling. Het gaat dus niet simpelweg om een soort kosmische puntenadministratie waarbij goede daden automatisch worden beloond en slechte daden worden bestraft.
De bedoeling achter een handeling speelt een belangrijke rol.
Hebzucht, haat en onwetendheid worden in de vroege boeddhistische teksten bijvoorbeeld gezien als bronnen van schadelijke handelingen. Vrijgevigheid, mededogen en andere heilzame eigenschappen hebben juist een positieve betekenis.
Karma wordt bovendien verbonden met wedergeboorte. Handelingen en mentale gewoonten hebben gevolgen die niet noodzakelijk binnen dit ene leven zichtbaar worden.
Dat leidt tot een belangrijk verschil met de populaire uitspraak:
“Alles wat je overkomt, heb je zelf veroorzaakt.”
Dat is geen goede samenvatting van het boeddhistische karma-begrip. Niet iedere gebeurtenis die iemand overkomt wordt in de boeddhistische leer simpelweg verklaard als een straf of beloning voor iets wat die persoon in het verleden heeft gedaan.
Geloven boeddhisten in wedergeboorte?
Traditioneel gezien: ja.
Wedergeboorte is geen randidee dat pas veel later aan het boeddhisme werd toegevoegd. Het komt al voor in de vroege boeddhistische teksten en hangt nauw samen met karma en samsara.
Volgens de traditionele boeddhistische voorstelling kan een bewust wezen opnieuw geboren worden in verschillende bestaansvormen. De goddelijke werelden vormen daar slechts één mogelijkheid naast bijvoorbeeld menselijke en andere bestaansvormen.
Daarbij is wedergeboorte niet hetzelfde als het voortbestaan van een onveranderlijke ziel.
Dat brengt ons bij een van de meest opvallende ideeën uit het boeddhisme.
Geloven boeddhisten in een ziel?
De vroege boeddhistische leer verwerpt het idee van een blijvende, onveranderlijke ātman of zelf.
Dit wordt vaak aangeduid met anattā in het Pali en anātman in het Sanskriet.
Dat betekent niet dat boeddhisten zeggen dat mensen helemaal niet bestaan. Het betekent dat wat wij “ik” noemen volgens de leer niet terug te brengen is tot een eeuwige kern die altijd hetzelfde blijft.
Lichaam, gevoelens, waarnemingen, mentale processen en bewustzijn veranderen voortdurend. De Boeddha moedigt in verschillende vroege teksten aan om zulke verschijnselen niet te beschouwen als iets wat werkelijk en blijvend “van mij” of “mijzelf” is.
Hier ontstaat een interessante vraag:
Als er geen blijvende ziel is, wat wordt er dan wedergeboren?
Dat is een van de lastigste vragen binnen het boeddhistische denken. Het boeddhistische antwoord is niet dat een ziel van het ene lichaam naar het andere verhuist. In plaats daarvan wordt wedergeboorte verklaard aan de hand van oorzakelijke verbondenheid.
Een bekende vergelijking is die van een vlam die een andere vlam aansteekt. De tweede vlam is niet letterlijk dezelfde vlam, maar ook niet volledig los daarvan.
Precies hoe deze continuïteit filosofisch moet worden begrepen, is door verschillende boeddhistische denkers verschillend uitgewerkt.
Geloven boeddhisten in een leven na de dood?
Het antwoord hangt samen met wat we met “leven na de dood” bedoelen.
Binnen traditionele boeddhistische leer bestaat er geen simpel model waarbij iemand na zijn dood naar één eeuwige hemel of hel gaat. Er is sprake van wedergeboorte binnen samsara, waarbij karma invloed heeft op de omstandigheden van een volgend bestaan.
Ook hemelse en helse bestaanswerelden komen in boeddhistische teksten voor. Maar ze zijn niet eeuwig.
Een wezen kan volgens de traditionele leer bijvoorbeeld door goed karma in een hemelse bestaanswereld worden geboren en daar uiteindelijk weer uit verdwijnen. Zelfs een god is daarmee nog niet bevrijd.
Het uiteindelijke doel is daarom niet om een betere wedergeboorte te krijgen, maar om samsara helemaal te overstijgen.
Dat is de betekenis van nirvana.
Wat is nirvana?
Nirvana is een van de bekendste, maar ook een van de vaakst verkeerd uitgelegde boeddhistische begrippen.
Het wordt soms omschreven als een soort hemel of paradijs. Dat is niet juist.
Nirvana is binnen de boeddhistische leer verbonden met het beëindigen van de oorzaken van lijden en wedergeboorte. Het gaat om het uitdoven van begeerte, haat en onwetendheid.
De term wordt in verschillende tradities bovendien op verschillende manieren filosofisch uitgewerkt.
In de vroege boeddhistische traditie wordt nirvana sterk verbonden met bevrijding uit samsara. Latere Mahayana-tradities ontwikkelen daarnaast ideeën over de relatie tussen nirvana en samsara die veel verder gaan dan de formuleringen uit de vroegste teksten. In de Madhyamaka-filosofie wordt bijvoorbeeld sterk benadrukt dat nirvana niet als een losstaand, zelfstandig “ding” moet worden opgevat.
Geloven boeddhisten in Boeddha?
Hier is het woord “geloven” opnieuw wat misleidend.
De historische Boeddha, Siddhartha Gautama, wordt binnen het boeddhisme niet gezien als een scheppergod. Boeddha betekent “de ontwaakte” of “de verlichte”. Het verwijst dus oorspronkelijk naar iemand die volledige ontwaking heeft bereikt.
De historische Boeddha presenteerde zichzelf volgens de vroege teksten als iemand die een waarheid had ontdekt en een weg naar bevrijding onderwees.
Later ontwikkelden verschillende boeddhistische tradities uitgebreidere opvattingen over Boeddhas.
Binnen Mahayana kunnen er bijvoorbeeld meerdere Boeddha’s worden onderscheiden, waaronder Amitabha en Vairocana. Ook bodhisattva’s kregen in verschillende tradities een belangrijke religieuze rol.
Daarom kan een boeddhist Boeddha heel verschillend benaderen. Voor iemand kan hij vooral de historische leraar zijn die de weg naar ontwaking wees. Voor iemand anders kan Boeddha ook een object van devotie zijn.
Geloven boeddhisten in reïncarnatie?
Hier is een belangrijk verschil in woordgebruik.
In het Nederlands worden wedergeboorte en reïncarnatie vaak door elkaar gebruikt, maar binnen het boeddhisme is wedergeboorte meestal de betere term.
Reïncarnatie suggereert namelijk dat een bepaalde ziel of persoonlijkheid opnieuw in een ander lichaam terechtkomt. Dat past slecht bij anattā, de leer van het niet-zelf.
Bij boeddhistische wedergeboorte gaat het juist om een proces van oorzakelijke continuïteit zonder een onveranderlijk zelf dat van lichaam naar lichaam verhuist.
Dit is meer dan een woordkeuze. Het verschil raakt aan een van de fundamentele vragen van het boeddhisme: hoe kan er continuïteit bestaan zonder een blijvende ziel?
Wat geloven boeddhisten over goed en kwaad?
Boeddhisme kent een duidelijke ethische leer.
De vijf leefregels voor leken zijn bijvoorbeeld:
- niet doden;
- niet nemen wat niet gegeven is;
- geen seksueel wangedrag;
- niet liegen;
- geen middelen gebruiken die leiden tot onoplettendheid en verlies van helderheid.
De precieze formulering en interpretatie kunnen per traditie verschillen, maar het uitgangspunt is breed herkenbaar.
Opvallend is dat boeddhistische ethiek niet alleen draait om het volgen van regels omdat een god dat heeft opgedragen. De nadruk ligt sterk op de gevolgen van handelen en op de mentale eigenschappen die aan handelen ten grondslag liggen.
Wie bijvoorbeeld vanuit woede handelt, versterkt volgens de boeddhistische visie niet alleen de schade voor anderen, maar ook bepaalde patronen in de eigen geest.
Ethiek en meditatie zijn daarom nauw met elkaar verbonden.
Geloven boeddhisten dat iedereen mededogen moet hebben?
Mededogen is binnen veel boeddhistische tradities een belangrijke waarde.
In het vroege boeddhisme worden onder andere mettā (liefdevolle vriendelijkheid) en karuṇā (mededogen) als belangrijke kwaliteiten van de geest beschreven. Het ontwikkelen van zulke eigenschappen hoort bij de weg naar een heilzame en bevrijde geest.
Binnen Mahayana krijgt dit nog een bredere betekenis.
Daar staat het ideaal van de bodhisattva centraal: iemand die streeft naar volledige boeddhaschap met het welzijn en de bevrijding van alle levende wezens als doel. De zes volmaaktheden, waaronder vrijgevigheid, ethisch gedrag, geduld, inspanning, meditatie en wijsheid, vormen belangrijke onderdelen van deze weg.
Het beeld dat Theravada alleen gericht zou zijn op “eigen verlichting” en Mahayana alleen op het helpen van anderen is daarom te simpel. Ook in Theravada zijn mededogen en liefdevolle vriendelijkheid belangrijke onderdelen van de beoefening.
Geloven alle boeddhisten hetzelfde?
Nee.
Dat is misschien wel het belangrijkste om te onthouden wanneer je vraagt wat boeddhisten geloven.
Er bestaan verschillende grote tradities met hun eigen teksten, ideeën en praktijken. De drie grote hedendaagse categorieën zijn Theravada, Mahayana en Vajrayana. Zen en Pure Land worden doorgaans binnen het bredere Mahayana geplaatst. Vajrayana wordt vaak als een afzonderlijke traditie genoemd, maar kan ook als een vorm of ontwikkeling binnen Mahayana worden beschouwd.
Theravada
Theravada is sterk verbonden met de Pali Canon en legt grote nadruk op de leer van de historische Boeddha, ethiek, meditatie en inzicht.
Een belangrijk ideaal is de arahant: iemand die door het volgen van de leer bevrijding bereikt.
Mahayana
Mahayana ontstond later binnen de ontwikkeling van het Indiase boeddhisme en bracht nieuwe teksten en filosofische ideeën voort.
Het bodhisattva-ideaal speelt hier een belangrijke rol. Ook ontstonden uitgebreide filosofische tradities, zoals Madhyamaka en Yogacara.
Vajrayana
Vajrayana ontwikkelde zich uit Mahayana en voegde onder andere tantrische methoden toe. Mantra’s, visualisaties, rituelen en specifieke meditatietechnieken spelen hierin een belangrijke rol.
Het boeddhistische doel blijft daarbij bevrijding en ontwaking, maar de gebruikte methoden kunnen sterk verschillen van die binnen andere tradities.
Zen
Zen ontstond uit de Chinese Chan-traditie en kreeg later grote invloed in Japan. Het wordt in het Westen vaak vooral geassocieerd met zazen, of zittende meditatie.
Historisch gezien is Zen echter veel meer dan meditatie alleen. Ook teksten, rituelen, kloosterregels en religieuze gebruiken maken deel uit van verschillende Zen-tradities.
Wat is de rol van meditatie?
Meditatie is belangrijk in het boeddhisme, maar niet iedere boeddhist mediteert op dezelfde manier en meditatie is niet het enige onderdeel van de boeddhistische weg.
In de vroege boeddhistische teksten worden verschillende vormen van concentratie en meditatie beschreven. De jhāna’s zijn bijvoorbeeld diepe meditatieve toestanden die in de teksten uitgebreid worden besproken.
Daarnaast bestaan er oefeningen gericht op opmerkzaamheid, inzicht, liefdevolle vriendelijkheid en andere kwaliteiten.
In sommige moderne westerse vormen van mindfulness is een deel van deze context verdwenen. Daardoor kan de indruk ontstaan dat boeddhisme in wezen een soort meditatiemethode is.
Historisch gezien is dat veel te beperkt.
Meditatie maakt deel uit van een bredere weg waarin ook ethiek, wijsheid en inzicht een plaats hebben.
Geloven boeddhisten dat je alles moet loslaten?
Dit is een veelvoorkomend misverstand.
Boeddhisme zegt niet simpelweg dat je niets meer mag willen, nergens meer van mag genieten of afstand moet doen van de mensen van wie je houdt.
Het probleem is volgens de leer eerder gehechtheid.
Je kunt van iemand houden zonder te denken dat die persoon voor altijd bij je zal blijven. Je kunt genieten van iets moois zonder te verwachten dat het nooit zal veranderen. Je kunt doelen hebben zonder je hele gevoel van eigenwaarde ervan afhankelijk te maken.
Dat verschil tussen verlangen en gehechtheid is belangrijk.
Het boeddhisme probeert niet noodzakelijk alle menselijke ervaring weg te nemen. Het probeert ons anders te leren omgaan met die ervaring.
Is boeddhisme vooral een geloof of juist een manier van leven?
Eigenlijk zijn beide omschrijvingen te beperkt.
Het boeddhisme bevat overtuigingen over karma, wedergeboorte, samsara en bevrijding. Daarmee heeft het duidelijk een religieuze en wereldbeschouwelijke kant.
Maar het bevat ook een praktische weg: hoe je spreekt, handelt, leeft, mediteert en met je eigen geest omgaat.
Daarom kun je niet goed zeggen dat boeddhisten alleen bepaalde dingen “geloven”. De boeddhistische traditie draait juist sterk om zien, begrijpen en beoefenen.
Dat zie je al terug in de Vier Edele Waarheden. Ze zijn niet alleen bedoeld als theorie over het bestaan. Ze beschrijven een probleem, de oorzaak ervan, de mogelijkheid dat het probleem eindigt en een concrete weg daar naartoe.
Een minder bekende kant: niet alles draait om geloof
Een interessant verschil met sommige andere religieuze tradities is de manier waarop kennis en ervaring in het boeddhisme worden behandeld.
In verschillende vroege teksten wordt de beoefenaar niet simpelweg aangespoord om bepaalde uitspraken blind te accepteren. In plaats daarvan krijgt persoonlijke beoefening en inzicht een belangrijke plaats.
Dat betekent echter niet dat het boeddhisme vanaf het begin een moderne, volledig rationele levensfilosofie was waarin bovennatuurlijke overtuigingen geen rol speelden. De vroege teksten bevatten juist ook leerstellingen over wedergeboorte, karma, goddelijke wezens en verschillende bestaanswerelden.
Dit is een belangrijk onderscheid. Het moderne beeld van boeddhisme als een soort “wetenschap van de geest” is niet hetzelfde als het boeddhisme zoals het historisch in Aziatische gemeenschappen werd en wordt beoefend.
Wat geloven boeddhisten uiteindelijk?
Als je het boeddhisme tot een paar kernpunten wilt terugbrengen, kom je ongeveer hierop uit:
- Het bestaan wordt gekenmerkt door dukkha, lijden en onbevredigdheid.
- Dingen zijn vergankelijk en veranderen voortdurend.
- Er bestaat volgens de leer geen onveranderlijk, zelfstandig zelf.
- Handelingen, vooral intentionele handelingen, hebben gevolgen: karma.
- Traditioneel wordt karma verbonden met wedergeboorte en samsara.
- Begeerte, gehechtheid en onwetendheid houden het lijden in stand.
- Het is mogelijk om daarvan bevrijd te worden.
- De weg naar bevrijding wordt onder andere beschreven in het Edele Achtvoudige Pad.
- Nirvana staat voor bevrijding uit de oorzaken van lijden en wedergeboorte.
- Mededogen, liefdevolle vriendelijkheid, ethisch handelen, meditatie en wijsheid spelen een belangrijke rol.
- Er is geen almachtige scheppergod die centraal staat in de boeddhistische leer.
Maar zelfs dit lijstje vertelt nog niet het hele verhaal.
Het boeddhisme heeft zich gedurende ongeveer 2.500 jaar ontwikkeld in verschillende delen van Azië. Daardoor bestaan er grote verschillen in filosofie, rituelen, meditatie, devotie en de manier waarop Boeddha’s, bodhisattva’s, karma en wedergeboorte worden begrepen.
De vraag “Wat geloven boeddhisten?” heeft daarom geen antwoord dat voor iedere boeddhist precies hetzelfde is.
Wat veel tradities wel met elkaar delen, is de overtuiging dat menselijk lijden niet zomaar een gegeven is waar we ons bij moeten neerleggen. Door anders te leren kijken, handelen en leven kan inzicht ontstaan. En dat inzicht moet uiteindelijk niet alleen iets zijn wat je gelooft, maar iets wat je zelf leert zien.