Boeddhistische feestdagen
Boeddhistische feestdagen: welke zijn er en wat vieren boeddhisten?
Boeddhistische feestdagen zien er niet overal hetzelfde uit. In Thailand kan een belangrijke dag draaien om een bezoek aan de tempel, meditatie en het brengen van offers aan monniken, terwijl in Japan juist de geboorte van de Boeddha of het herdenken van overleden familieleden centraal kan staan.
Dat verschil is niet vreemd. Het boeddhisme heeft zich in de loop van ruim twee millennia verspreid over grote delen van Azië en heeft daarbij verschillende lokale culturen en kalenders opgenomen. Er bestaat daarom geen universele boeddhistische feestdagenkalender die door alle boeddhisten wordt gevolgd. Sommige dagen komen in veel tradities voor, terwijl andere vooral verbonden zijn met een bepaald land, een bepaalde school of een specifieke boeddhistische gemeenschap.
Veel belangrijke dagen zijn bovendien gebaseerd op de maan. Daardoor verschuiven ze ieder jaar ten opzichte van de gregoriaanse kalender die in Nederland wordt gebruikt. Zelfs binnen één traditie kunnen de precieze data verschillen.
Waarom hebben boeddhisten eigenlijk feestdagen?
Het woord feestdag kan bij het boeddhisme wat misleidend zijn. Sommige boeddhistische dagen hebben inderdaad een feestelijk karakter, met versieringen, processies, eten en bijeenkomsten. Andere zijn eerder dagen van bezinning, meditatie en religieuze oefening.
Een belangrijk doel is het opnieuw onder de aandacht brengen van de boeddhistische leer. Een dag waarop de eerste leerrede van de Boeddha wordt herdacht, kan bijvoorbeeld een aanleiding zijn om opnieuw na te denken over de Vier Edele Waarheden. Een dag die verbonden is met de monastieke gemeenschap kan juist in het teken staan van vrijgevigheid en de relatie tussen leken en monniken.
In veel gemeenschappen horen daarom activiteiten bij een feestdag zoals het bezoeken van een tempel, het geven van voedsel of andere benodigdheden, meditatie, het luisteren naar een onderricht en het reciteren van teksten. Rituelen zijn in het boeddhisme bovendien geen latere toevoeging die losstaat van de oorspronkelijke traditie; historische bronnen laten zien dat rituele praktijken al vroeg onderdeel waren van het boeddhistische leven.
De belangrijkste boeddhistische feestdagen
Er zijn verschillende manieren om de boeddhistische kalender in te delen. De bekendste dagen zijn Vesak, Magha Puja en Asalha Puja. Daarnaast zijn er onder meer Uposatha-dagen, het einde van de regenretraite en de Kathina-periode.
In Oost-Aziatische tradities komen daar weer andere belangrijke dagen bij, zoals de verjaardag van de Boeddha, Bodhi Day en herdenkingen rond zijn parinirvana.
Vesak: de belangrijkste boeddhistische feestdag
Vesak is waarschijnlijk de bekendste boeddhistische feestdag. De naam is verbonden met Vesākha, de naam van een maand in oude Indiase kalenders. In het Theravada wordt de dag doorgaans gevierd bij volle maan in de maand Vesakha, meestal ergens in april of mei.
Opmerkelijk is wat er op deze dag wordt herdacht. In veel Theravada-tradities worden drie gebeurtenissen uit het leven van Gautama Boeddha met dezelfde volle maan verbonden:
- zijn geboorte;
- zijn ontwaken;
- zijn overlijden en parinibbana.
Dat betekent niet dat iedere boeddhistische traditie deze gebeurtenissen op één dag herdenkt. Vooral in Oost-Azië worden de geboorte, het ontwaken en het overlijden van de Boeddha doorgaans op verschillende dagen gevierd.
Tijdens Vesak kunnen boeddhisten naar een tempel gaan, mediteren, naar onderricht luisteren, bloemen en andere offers brengen en zich extra richten op het naleven van de voorschriften. Ook vrijgevigheid speelt vaak een belangrijke rol.
Vesak is daarmee meer dan een verjaardag van de Boeddha. Het is ook een moment om stil te staan bij het pad dat hij volgens de boeddhistische traditie heeft afgelegd: van geboorte, via ontwaken, naar het uiteindelijke overlijden.
In 1999 erkende de Verenigde Naties Vesak als een internationale dag van observantie.
Magha Puja: de dag van de Sangha
Magha Puja, ook wel Magha Puja Day genoemd, wordt vooral binnen het Theravada gevierd. De dag valt rond februari of maart, afhankelijk van de maankalender.
De dag herinnert volgens de boeddhistische overlevering aan een bijzondere bijeenkomst van 1.250 monniken die zich spontaan bij de Boeddha zouden hebben verzameld. De traditie verbindt deze bijeenkomst met de onderwijzing van de Ovāda Pātimokkha, een korte samenvatting van belangrijke aspecten van de boeddhistische beoefening.
Magha Puja wordt daarom soms de Dag van de Sangha genoemd. De Sangha is de boeddhistische gemeenschap en kan, afhankelijk van de context, in het bijzonder naar de monastieke gemeenschap verwijzen.
In Thailand wordt de dag onder andere gevierd met meditatie, het luisteren naar de Dhamma en processies waarbij men met kaarsen rond een tempel loopt.
De precieze historische details van de gebeurtenis moeten daarbij niet zonder meer worden behandeld als een moderne historische reconstructie. Het verhaal behoort tot de boeddhistische traditie zoals die in bronnen en latere religieuze praktijk is overgeleverd.
Asalha Puja: de dag van de Dhamma
Asalha Puja valt rond juli en is vooral belangrijk binnen het Theravada.
De dag herdenkt de eerste leerrede van de Boeddha, die volgens de boeddhistische traditie werd uitgesproken in het Hertenkamp bij Sarnath. Deze leerrede staat bekend als de Dhammacakkappavattana Sutta, vaak vertaald als de leerrede over het in beweging zetten van het wiel van de Dhamma.
Hierin worden onder andere de Vier Edele Waarheden uiteengezet. Volgens de traditie kreeg de monnik Kondañña tijdens het horen van deze leerrede het eerste inzicht in de Dhamma. Daarmee wordt de gebeurtenis ook verbonden met het ontstaan van de Ariya Sangha, de gemeenschap van degenen die een bovennatuurlijk of bevrijdend inzicht hebben verworven.
Asalha Puja heeft daardoor een bijzondere plaats in de boeddhistische kalender. Waar Vesak vooral met de Boeddha wordt verbonden en Magha Puja met de Sangha, staat Asalha Puja sterk in het teken van de Dhamma, de leer.
De dag na Asalha Puja begint traditioneel de Vassa, de jaarlijkse regenretraite van monniken en nonnen in de Theravada-traditie.
Uposatha: terugkerende dagen van beoefening
Niet iedere belangrijke boeddhistische dag is een jaarlijks festival. Een goed voorbeeld is Uposatha.
Uposatha-dagen keren meerdere keren per maand terug en zijn verbonden met de fasen van de maan. In veel Theravada-gemeenschappen gaat het om de nieuwe maan, volle maan en de twee kwartierdagen daartussen. De precieze berekening kan per traditie verschillen.
Voor monniken hebben deze dagen onder meer een belangrijke plaats omdat de monastieke gedragsregels, de Pātimokkha, worden gereciteerd.
Voor leken kunnen Uposatha-dagen een gelegenheid zijn om de beoefening te verdiepen. Sommigen bezoeken een tempel, mediteren langer, luisteren naar de Dhamma of nemen voor die dag de acht voorschriften op zich in plaats van de vijf voorschriften die voor veel leken de gebruikelijke basis vormen.
Dat maakt Uposatha interessant voor het begrijpen van de boeddhistische kalender. Een boeddhistische "feestdag" hoeft namelijk niet in de eerste plaats een feest te zijn. Het kan ook een terugkerend moment zijn om het dagelijks leven tijdelijk anders in te richten.
Vassa: de regenretraite
De Vassa wordt ook wel de regenretraite genoemd. Het is geen feestdag in de gewone betekenis van het woord, maar vormt wel een belangrijk onderdeel van het jaarlijkse religieuze ritme binnen het Theravada.
De retraite duurt ongeveer drie maanden en valt traditioneel samen met het regenseizoen in Zuid- en Zuidoost-Azië. Monniken blijven gedurende deze periode doorgaans op één plaats en besteden extra tijd aan studie, meditatie en religieuze beoefening.
De oorsprong van deze gewoonte hangt samen met de omstandigheden waarin de vroege monastieke gemeenschap leefde. Tijdens het regenseizoen kon reizen schade veroorzaken aan gewassen en kleine levende wezens. De periode waarin monniken op één plaats verbleven kreeg daardoor een vaste plaats in het monastieke leven.
Het einde van Vassa wordt gevierd met Pavarana.
Pavarana en Kathina
Pavarana markeert het einde van de regenretraite. Binnen de monastieke gemeenschap is het een moment waarop monniken elkaar uitnodigen om kritiek te geven op gedrag dat mogelijk niet in overeenstemming was met de regels. Het heeft daarmee een duidelijke functie van zelfonderzoek en onderlinge correctie.
Daarna begint in veel Theravada-landen de periode waarin Kathina wordt gevierd.
Kathina is vooral bekend als een gelegenheid waarbij leken kleding, voedsel en andere benodigdheden aan monniken geven. De nadruk ligt daarbij op dāna, vrijgevigheid. Het is dus niet alleen een ceremonie voor monniken; juist de samenwerking tussen de leken en de Sangha staat centraal.
Boeddhistische feestdagen in Mahayana en Vajrayana
Wie alleen naar de bekendste Theravada-feestdagen kijkt, krijgt maar een deel van het verhaal.
In Mahayana-boeddhistische tradities bestaan andere belangrijke herdenkingsdagen. In Oost-Azië worden bijvoorbeeld verschillende gebeurtenissen uit het leven van de Boeddha afzonderlijk gevierd.
De geboorte van de Boeddha
In veel Oost-Aziatische landen wordt de geboorte van de Boeddha gevierd op een aparte dag, vaak op 8 april.
Een bekend ritueel is het overgieten of wassen van een klein beeld van de pasgeboren Boeddha. In Japan staat deze viering bekend als Hana Matsuri, het bloemenfeest. De ceremonie rond het wassen van het beeld is al in oude Chinese bronnen terug te vinden en kreeg in Oost-Azië verschillende lokale vormen.
Dit laat meteen zien waarom het lastig is om over "de boeddhistische feestdag" te spreken. Dezelfde Boeddha kan in verschillende landen en tradities op verschillende momenten en met verschillende rituelen worden herdacht.
Bodhi Day
In verschillende Oost-Aziatische boeddhistische tradities wordt het ontwaken van de Boeddha afzonderlijk herdacht.
In Japan staat deze dag bekend als Jōdō-e en wordt hij op 8 december gevierd. De nadruk ligt op het ontwaken van Siddhartha Gautama onder de bodhiboom. Binnen sommige Zen-tradities wordt de periode voorafgaand aan deze dag gebruikt voor intensieve meditatie.
Dit verschilt dus van de Theravada-traditie, waarin het ontwaken van de Boeddha onderdeel is van de viering van Vesak.
Parinirvana Day
Ook het overlijden van de Boeddha wordt in verschillende Mahayana-tradities afzonderlijk herdacht.
In Japan heet deze dag Nehan-e en wordt hij meestal rond 15 februari gevierd. De Boeddha wordt hierbij voorgesteld op het moment van zijn overlijden en parinirvana. Tempels kunnen grote schilderingen van de stervende Boeddha tonen en diensten organiseren ter gelegenheid van deze herdenking.
Het begrip parinirvana verwijst naar het definitieve nirvana van een Boeddha bij zijn overlijden. Binnen boeddhistische tradities heeft dit een andere betekenis dan simpelweg "doodgaan".
Obon en het herdenken van overledenen
Een van de bekendste boeddhistische festivals in Japan is Obon. Het wordt vaak omschreven als een festival voor de overledenen en vindt afhankelijk van de plaats en kalender in juli of augustus plaats.
Tijdens Obon worden voorouders herdacht. Families bezoeken graven, brengen offers en voeren rituelen uit bij huisaltaren. In veel plaatsen worden ook de bekende Bon odori-dansen gehouden.
De boeddhistische achtergrond van Obon is verbonden met het verhaal van Maudgalyāyana, een belangrijke leerling van de Boeddha. Volgens de Ullambana Sutra zag Maudgalyāyana dat zijn overleden moeder in een toestand van groot lijden verkeerde. De Boeddha vertelde hem dat hij door offers aan de monastieke gemeenschap iets voor haar kon doen.
Daaruit ontwikkelde zich een rijke traditie rond het doen van verdienstelijke daden voor overledenen.
Interessant is dat Obon niet simpelweg kan worden gezien als een onveranderd ritueel dat rechtstreeks uit het India van de Boeddha afkomstig is. De huidige vorm ontstond door een langdurige wisselwerking tussen boeddhistische ideeën en Oost-Aziatische tradities rond voorouders en de doden. Onderzoekers beschrijven juist die vermenging als een belangrijk onderdeel van de ontwikkeling van het festival.
Waarom verschillen boeddhistische feestdagen zo sterk per land?
Toen het boeddhisme zich vanuit India verspreidde, kwam het terecht in samenlevingen met hun eigen kalenders, religieuze gebruiken en ideeën over familie, voorouders en de jaarlijkse cyclus.
Boeddhistische gemeenschappen namen sommige lokale gebruiken over, gaven er een boeddhistische betekenis aan of combineerden ze met bestaande boeddhistische rituelen. Daardoor ontstonden regionale feestdagen die soms nauwelijks voorkomen buiten één bepaald land.
Dat betekent ook dat je voorzichtig moet zijn met uitspraken als "boeddhisten vieren altijd..." of "de boeddhistische feestdag is...".
Een feestdag kan bijvoorbeeld in Thailand een sterke nadruk leggen op de Sangha en het geven van voedsel aan monniken, terwijl een vergelijkbare periode in Japan veel meer verbonden kan zijn met familie en het herdenken van overledenen.
Dat is geen teken dat één traditie "echter" is dan de andere. Het laat vooral zien hoe het boeddhisme zich in verschillende culturele omgevingen heeft ontwikkeld.
De rol van de maan in de boeddhistische kalender
Een groot deel van de traditionele boeddhistische kalender is gebaseerd op maancycli. Daarom vallen belangrijke dagen vaak samen met volle maan, nieuwe maan of een andere maanfase.
De term uposatha is hier een goed voorbeeld van. Onderzoek naar de geschiedenis van het begrip laat zien dat het verwant is aan oudere Indiase gebruiken rond nieuwe maan en volle maan. Het boeddhisme nam deze kalendergebonden praktijk over, maar gaf er een eigen religieuze invulling aan.
De datum van een boeddhistische feestdag kan daardoor per jaar verschillen. Bovendien gebruiken verschillende landen en tradities niet altijd exact dezelfde kalenderberekening.
Wie in Nederland een boeddhistische feestdag wil vieren, doet er daarom goed aan de kalender van de eigen traditie of gemeenschap te volgen in plaats van alleen een algemene datum op internet te gebruiken.
Vieren alle boeddhisten dezelfde feestdagen?
Nee.
Er bestaat geen centraal boeddhistisch gezag dat één wereldwijde feestdagenkalender vaststelt. Theravada-, Mahayana- en Vajrayana-gemeenschappen hebben verschillende tradities ontwikkeld.
Zelfs binnen één stroming kunnen landen en tempels verschillende gebruiken hebben. Sommige feestdagen zijn bijvoorbeeld sterk verbonden met de lokale geschiedenis of cultuur.
Ook zijn er boeddhistische gemeenschappen waarin feestdagen minder nadruk krijgen. De mate waarin iemand aan rituelen en festivals deelneemt, kan bovendien verschillen tussen leken, monniken en individuele beoefenaars.
Het is daarom beter om te spreken over boeddhistische feestdagen en observantiedagen dan over één vaste boeddhistische kalender.
Zijn boeddhistische feestdagen vooral religieuze feesten?
Niet altijd.
Een belangrijke overeenkomst tussen veel boeddhistische feestdagen is dat ze de aandacht opnieuw richten op beoefening. Vrijgevigheid, meditatie, het volgen van voorschriften, het luisteren naar de Dhamma en het ondersteunen van de Sangha komen regelmatig terug.
Daarbij speelt puñña, verdienste of een heilzame religieuze daad, vaak een rol. Het geven van voedsel aan monniken is bijvoorbeeld niet alleen een sociale activiteit. Binnen veel boeddhistische tradities wordt vrijgevigheid gezien als een beoefening die de geest vormt en positieve gevolgen heeft.
Een festival kan dus tegelijkertijd sociaal, religieus en cultureel zijn.
Dat is misschien wel een van de belangrijkste dingen om te begrijpen wanneer je naar boeddhistische feestdagen kijkt: het doel is niet alleen om een gebeurtenis uit het verleden te herinneren. De herinnering wordt vaak gebruikt als aanleiding om nu iets te beoefenen.
Welke boeddhistische feestdagen zijn het belangrijkst?
Als je vooral geïnteresseerd bent in de grote feestdagen die je in veel beschrijvingen van het boeddhisme tegenkomt, zijn dit goede namen om te onthouden:
Vesak — herdenkt in veel Theravada-tradities de geboorte, het ontwaken en het parinibbana van de Boeddha.
Magha Puja — herdenkt in het Theravada de bijzondere bijeenkomst van monniken rond de Boeddha en wordt vaak verbonden met de Sangha.
Asalha Puja — herdenkt de eerste leerrede van de Boeddha en wordt verbonden met de Dhamma.
Uposatha — terugkerende dagen van intensievere beoefening, gekoppeld aan de maancyclus.
Vassa — de jaarlijkse regenretraite van Theravada-monniken; geen feestdag op zichzelf, maar wel een belangrijk onderdeel van het religieuze jaar.
Kathina — een periode waarin leken de monastieke gemeenschap onder meer van nieuwe gewaden en andere benodigdheden voorzien.
Bodhi Day — in verschillende Oost-Aziatische tradities de afzonderlijke herdenking van het ontwaken van de Boeddha.
Nehan-e / Parinirvana Day — de herdenking van het overlijden en parinirvana van de Boeddha.
Obon / Ullambana — festivals rond overledenen en voorouders, vooral belangrijk in Oost-Aziatische boeddhistische culturen.
Welke van deze dagen het belangrijkst is, hangt uiteindelijk af van de boeddhistische traditie waar iemand deel van uitmaakt.
Een feestdag als moment van beoefening
Boeddhistische feestdagen vertellen iets over wat een gemeenschap belangrijk vindt. Ze herinneren aan de Boeddha, de Dhamma en de Sangha, maar ook aan thema's als vrijgevigheid, vergankelijkheid, discipline, mededogen en bevrijding.
Daarom hoeft een boeddhistische feestdag niet te betekenen dat iemand een dag vrij neemt van het gewone leven om alleen maar feest te vieren. Het kan juist een dag zijn waarop iemand bewuster leeft: naar een tempel gaat, mediteert, een gift doet, een voorschrift opnieuw serieus neemt of stilstaat bij de vergankelijkheid van het leven.
En misschien is dat de beste manier om naar de boeddhistische kalender te kijken. Niet als een lijst met verplichte feestdagen die iedere boeddhist op dezelfde manier moet vieren, maar als een verzameling momenten waarop verschillende boeddhistische gemeenschappen hun aandacht opnieuw richten op de leer en de beoefening.
De kalender verschilt per land en traditie. De achterliggende gedachte komt echter vaak terug: wat ooit door de Boeddha en zijn leerlingen werd onderwezen, krijgt door een jaarlijks ritueel opnieuw betekenis in het leven van mensen die het boeddhisme vandaag beoefenen.