Hoe wordt je Boeddhist?

Je hoeft niet in een boeddhistisch gezin geboren te zijn, een speciale kledingstijl aan te nemen of monnik te worden om boeddhist te worden. Ook bestaat er geen wereldwijd vaststaande procedure waarmee iemand officieel boeddhist wordt.

In veel boeddhistische tradities begint het met een bewuste keuze om je te richten op de Boeddha, de Dharma en de Sangha. Dit wordt het nemen van toevlucht genoemd. Voor leken worden daar vaak de vijf leefregels aan verbonden. Hoe dit precies gebeurt, verschilt echter per boeddhistische traditie en soms ook per gemeenschap. 

Daarmee is boeddhist worden minder een kwestie van een formulier invullen en meer een proces. Je leert de leer kennen, onderzoekt of die bij je past en probeert haar vervolgens in je eigen leven toe te passen.

Wat betekent het om boeddhist te zijn?

Het woord boeddhist kan in de praktijk verschillende dingen betekenen. Iemand kan zich bijvoorbeeld sterk aangetrokken voelen tot de leer van de Boeddha en regelmatig mediteren, zonder ooit een formele ceremonie te hebben bijgewoond. Een ander kan in een tempel officieel toevlucht hebben genomen tot de Drie Juwelen en zich als boeddhist beschouwen.

In de vroege boeddhistische teksten wordt het nemen van toevlucht gebruikt om iemand als lekenvolgeling te beschrijven. In de Jīvaka Sutta (AN 8.26) vraagt Jīvaka aan de Boeddha wanneer iemand als lekenvolgeling kan worden beschouwd. Het antwoord is dat iemand die zijn toevlucht neemt tot de Boeddha, de Dharma en de Sangha in die zin een lekenvolgeling is. De tekst maakt vervolgens onderscheid tussen een gewone lekenvolgeling en iemand die daarnaast de leefregels naleeft. 

Dat is een belangrijk onderscheid. De vijf leefregels horen sterk bij het boeddhistische leven, maar volgens deze vroege tekst zijn ze niet wat iemand in de eerste plaats tot een lekenvolgeling maakt. Het nemen van toevlucht staat voorop.

De eerste stap: kennismaken met het boeddhisme

Voordat je een formele stap zet, is het verstandig om eerst te onderzoeken wat het boeddhisme eigenlijk leert.

Je kunt bijvoorbeeld beginnen met de belangrijkste leerstellingen:

  • de vier edele waarheden;
  • het achtvoudige pad;
  • karma;
  • wedergeboorte;
  • anicca, vergankelijkheid;
  • dukkha, het onbevredigende of lijden;
  • anatta, het ontbreken van een blijvend zelf;
  • meditatie en opmerkzaamheid;
  • nirvana.

Daarbij is het goed om niet te verwachten dat je alles meteen moet begrijpen. Het boeddhisme heeft een omvangrijke geschiedenis en bestaat uit verschillende tradities. Sommige ideeën krijgen in het Theravada bijvoorbeeld een andere nadruk dan in het Mahayana of Vajrayana.

Boeddhist worden betekent daarom niet dat je eerst een soort examen over het boeddhisme moet halen.

De Boeddha wordt in verschillende vroege teksten juist voorgesteld als iemand die zijn toehoorders aanspoort om de Dharma te onderzoeken en haar vervolgens in de praktijk te brengen. De leer is niet alleen bedoeld als een verzameling ideeën waar je het theoretisch mee eens bent.

De Drie Juwelen: Boeddha, Dharma en Sangha

Wanneer iemand in het boeddhisme toevlucht neemt, gaat het om de zogenaamde Drie Juwelen:

  1. de Boeddha;
  2. de Dharma;
  3. de Sangha.

De bekende formule luidt in het Pali:

Buddhaṃ saraṇaṃ gacchāmi
Dhammaṃ saraṇaṃ gacchāmi
Saṅghaṃ saraṇaṃ gacchāmi

In het Nederlands betekent dit ongeveer:

Ik neem mijn toevlucht tot de Boeddha.
Ik neem mijn toevlucht tot de Dharma.
Ik neem mijn toevlucht tot de Sangha.

Deze regels worden in traditionele ceremonies meestal meerdere keren uitgesproken. Een dergelijke ceremonie is in verschillende boeddhistische gemeenschappen een manier om je bewust aan de boeddhistische weg te verbinden. 

Wat betekent ‘toevlucht nemen’?

Het woord toevlucht kan in eerste instantie wat vreemd klinken. Het betekent hier niet dat je de Boeddha vraagt om je tegen ongeluk te beschermen.

De Boeddha wordt binnen het boeddhisme niet gezien als een god die je gebeden verhoort. Toevlucht nemen betekent eerder dat je de Boeddha, zijn leer en de gemeenschap van beoefenaars als richtinggevende voorbeelden voor je leven gaat zien. 

De Boeddha staat daarbij voor de ontwaakte persoon en voor het ideaal van ontwaken.

De Dharma verwijst naar de leer en de weg van beoefening die naar bevrijding moet leiden.

De Sangha betekent letterlijk de gemeenschap. Het woord kan afhankelijk van de context verwijzen naar de monastieke gemeenschap, naar de gemeenschap van edele leerlingen of breder naar de boeddhistische gemeenschap.

Dat laatste is belangrijk, omdat Sangha niet altijd simpelweg “alle mensen die boeddhist zijn” betekent. In bepaalde traditionele contexten wordt er bijvoorbeeld specifiek de monastieke gemeenschap mee bedoeld. 

Moet je officieel toevlucht nemen?

Niet noodzakelijk.

Er bestaat geen centrale instantie die bepaalt wie wereldwijd wel of geen boeddhist is. De manier waarop iemand formeel boeddhist wordt, verschilt per traditie.

Binnen sommige Theravada-gemeenschappen nemen leken tijdens een ceremonie toevlucht tot de Drie Juwelen en spreken zij de vijf leefregels uit. In andere tradities bestaan weer andere ceremonies en vormen van geloften.

De precieze betekenis van een formele ceremonie kan dus verschillen.

Er is bovendien een interessant onderscheid tussen een innerlijke keuze en een formele ceremonie. Bhikkhu Bodhi schrijft dat iemand die de Boeddha, Dharma en Sangha werkelijk als leidende idealen voor zijn leven aanneemt, in strikte zin al toevlucht heeft genomen. Tegelijkertijd is binnen veel traditionele boeddhistische gemeenschappen een formele uitdrukking daarvan gebruikelijk. 

Je kunt dus al beginnen met het beoefenen van het boeddhisme voordat je naar een tempel gaat.

De vijf leefregels

Bij het nemen van toevlucht worden voor leken vaak de vijf leefregels (pañca sīla) aangenomen.

Het zijn geen geboden in precies dezelfde betekenis als bijvoorbeeld de geboden binnen sommige andere religies. Ze worden doorgaans opgevat als trainingen: richtlijnen waarmee je probeert je handelen te veranderen.

De vijf zijn:

  1. niet doden of bewust levende wezens van het leven beroven;
  2. niet nemen wat niet gegeven is;
  3. zich onthouden van seksueel wangedrag;
  4. niet liegen;
  5. zich onthouden van bedwelmende middelen die tot onachtzaamheid leiden.

De formulering kan per vertaling en traditie enigszins verschillen. In de vroege boeddhistische teksten worden deze regels onder meer genoemd als de gedragsregels van een deugdzame lekenvolgeling. 

Het woord training is hier belangrijk. De regels zijn niet bedoeld als een lijst waarmee je kunt bewijzen dat je een goed mens bent. Ze vormen eerder een oefening in opmerkzaamheid en ethisch handelen.

Je kunt bijvoorbeeld merken dat je snel boos wordt. De boeddhistische vraag is dan niet alleen: “Heb ik iets fout gedaan?” maar ook: wat gebeurt er in mijn geest voordat ik iets zeg of doe?

Daarmee worden de leefregels onderdeel van de beoefening.

Moet je de vijf leefregels perfect naleven?

Nee. Het nemen van de leefregels betekent niet dat je vanaf dat moment nooit meer een fout mag maken.

Dat zou ook niet goed passen bij het idee van een training. Je neemt je voor om op een bepaalde manier te leven en probeert dat steeds beter te doen.

In de traditionele formulering wordt dan ook gesproken over het op je nemen van een trainingsregel. 

Dat betekent overigens niet dat de regels vrijblijvend zijn. Ze vragen wel degelijk iets van je. Het verschil zit vooral in de manier waarop ernaar wordt gekeken: niet als een goddelijk bevel waarvoor je gestraft wordt, maar als onderdeel van een pad dat bedoeld is om schadelijk handelen, onrust en onwetendheid te verminderen.

Moet je boeddhist worden door een ceremonie?

Dat kan, maar het hoeft niet overal op dezelfde manier.

In veel traditionele gemeenschappen bestaat er een ceremonie waarbij een monnik, non of andere bevoegde leraar iemand begeleidt bij het nemen van toevlucht. De deelnemer spreekt de toevluchtsformules uit en kan daarnaast bepaalde leefregels of geloften aannemen.

In een Theravada-context worden bijvoorbeeld vaak de Drie Juwelen en de vijf leefregels samen genomen. 

In andere tradities ziet de ceremonie er anders uit. Binnen het Mahayana kunnen aanvullende bodhisattva-geloften een belangrijke rol spelen. Binnen het Vajrayana bestaan weer eigen vormen van toevlucht en geloften, vaak in combinatie met verdere inwijdingen.

Er is dus geen universele “boeddhist worden”-ceremonie die voor iedere boeddhist hetzelfde is.

Verschilt dit tussen Theravada, Mahayana en Vajrayana?

Ja.

Dat verschil is belangrijk omdat het boeddhisme zich in de loop van zijn geschiedenis over grote delen van Azië heeft verspreid. Daardoor zijn verschillende manieren ontstaan om de leer te beoefenen en om je formeel met een boeddhistische traditie te verbinden.

Theravada

Binnen veel Theravada-gemeenschappen vormt het nemen van toevlucht tot de Boeddha, Dharma en Sangha samen met de vijf leefregels een belangrijke basis voor het leven van een lekenboeddhist.

De term upāsaka wordt gebruikt voor een mannelijke lekenvolgeling en upāsikā voor een vrouwelijke lekenvolgeling. De formele praktijk kan per land en gemeenschap verschillen.

Mahayana

Binnen het Mahayana is toevlucht eveneens fundamenteel, maar kunnen aanvullende geloften belangrijk zijn. Een bekend voorbeeld zijn de bodhisattva-geloften, waarmee iemand zich verbindt aan het ideaal om niet alleen zelf bevrijding te zoeken, maar zich ook in te zetten voor het ontwaken van alle levende wezens.

De precieze vorm daarvan verschilt tussen Mahayana-tradities.

Vajrayana

Het Vajrayana wordt meestal gezien als een vorm van Mahayana waarin aanvullende methoden en vormen van beoefening een belangrijke rol spelen.

Ook hier begint de boeddhistische weg met toevlucht, maar iemand kan daarnaast verschillende geloften en inwijdingen ontvangen. Een dergelijke inwijding is iets anders dan simpelweg besluiten dat je boeddhist bent.

Je hoeft dus niet meteen alle rituelen, meditaties en termen van een traditie te kennen wanneer je net begint.

Moet je naar een boeddhistische tempel?

Nee, maar het kan wel erg waardevol zijn.

Je kunt thuis boeken lezen, mediteren en de Dharma bestuderen. Toch is het contact met andere beoefenaars vaak een belangrijk onderdeel van het boeddhistische pad.

Een tempel of meditatiecentrum geeft je bovendien de mogelijkheid om te ontdekken hoe een bepaalde traditie er in de praktijk uitziet. Dat kan behoorlijk verschillen van wat je online over “het boeddhisme” leest.

Het is daarom verstandig om niet meteen de eerste gemeenschap die je tegenkomt als vertegenwoordiger van het hele boeddhisme te zien.

Je kunt verschillende centra bezoeken, vragen stellen en rustig kijken welke manier van beoefenen bij je past.

Moet je mediteren om boeddhist te zijn?

Meditatie is een belangrijk onderdeel van veel boeddhistische tradities, maar boeddhist zijn betekent niet dat je iedere dag een bepaalde tijd moet mediteren.

De rol van meditatie verschilt bovendien sterk per traditie.

Sommige vormen van boeddhisme leggen veel nadruk op meditatie. Andere leggen relatief meer nadruk op recitatie, devotie, studie, rituelen, ethiek of het ontwikkelen van wijsheid.

Ook in de vroege boeddhistische leer is meditatie niet los te zien van ethiek en inzicht. Het boeddhistische pad bestaat uit meerdere onderdelen die elkaar beïnvloeden.

Wie alleen mediteert maar zich verder niets aantrekt van zijn gedrag, mist daarmee een belangrijk deel van de boeddhistische beoefening.

Moet je in karma en wedergeboorte geloven?

Dit is een ingewikkelder vraag.

In de historische boeddhistische tradities spelen karma en wedergeboorte een belangrijke rol. Ze zijn dus niet zomaar moderne toevoegingen die je uit het boeddhisme kunt verwijderen zonder dat er iets verandert aan de rest van de leer.

Tegelijkertijd verschillen moderne boeddhisten sterk in hoe zij deze ideeën begrijpen. Sommige mensen nemen wedergeboorte letterlijk en religieus op. Anderen zijn er onzeker over of interpreteren bepaalde begrippen anders.

Dat betekent niet dat je eerst een perfecte overtuiging over ieder boeddhistisch onderwerp moet hebben voordat je kunt beginnen.

Je kunt je verdiepen, vragen stellen en je eigen aannames onderzoeken. Dat past beter bij de onderzoekende kant van de boeddhistische beoefening dan doen alsof je al overal een antwoord op hebt.

Moet je afstand doen van je huidige religie?

Ook dat verschilt.

Het boeddhisme kent tradities waarin het nemen van toevlucht wordt gezien als een duidelijke religieuze toewijding. Tegelijkertijd hebben boeddhistische gemeenschappen in verschillende culturen historische vormen van religieuze vermenging gekend.

Daarom is het verstandig om niet te snel te zeggen dat er één universeel antwoord bestaat op de vraag of je bijvoorbeeld tegelijkertijd christen, hindoe en boeddhist kunt zijn.

Dat hangt af van wat je met die identiteiten bedoelt, welke traditie je volgt en wat je precies gelooft en beoefent.

Kun je boeddhist worden zonder monnik te worden?

Ja.

Het overgrote deel van de mensen die het boeddhisme volgen, leeft als leek. Het monastieke leven is een specifieke vorm van beoefening met veel verdergaande regels en verplichtingen.

De Boeddha maakte al onderscheid tussen verschillende groepen volgelingen. In de vroege boeddhistische traditie bestond de gemeenschap uit monniken, nonnen, mannelijke lekenvolgelingen en vrouwelijke lekenvolgelingen.

Een lekenboeddhist kan dus gewoon werken, een gezin hebben, een huis kopen en een normaal dagelijks leven leiden.

De manier waarop iemand het boeddhisme beoefent, kan daarbinnen wel veranderen.

Kun je jezelf boeddhist noemen zonder een ceremonie?

Ja, hoewel verschillende boeddhistische gemeenschappen daar anders tegenaan kunnen kijken.

Als je de leer van de Boeddha serieus bestudeert, haar probeert toe te passen en de Boeddha, Dharma en Sangha als richting voor je leven neemt, is er een duidelijke basis om jezelf boeddhist te noemen.

Vanuit een meer formeel perspectief kan een gemeenschap verwachten dat je daadwerkelijk toevlucht hebt genomen en bepaalde geloften hebt aangenomen.

Daarom is het handig om onderscheid te maken tussen boeddhistische beoefening, boeddhistische identiteit en formeel lidmaatschap van een specifieke gemeenschap. Die drie vallen niet altijd samen.

Een minder bekende kant van het nemen van toevlucht

Het woord “toevlucht” kan de indruk wekken dat je je afhankelijk maakt van iets buiten jezelf. Dat is niet helemaal de bedoeling.

In veel boeddhistische uitleg staat juist centraal dat de Boeddha niet iemand is die je problemen voor je oplost. Hij is de leraar die de weg heeft ontdekt en die weg heeft onderwezen.

Dat zie je al terug in vroege boeddhistische bronnen waarin iemand na het horen van de Dharma zegt dat hij toevlucht neemt tot de Boeddha, de Dharma en de Sangha. Het is een uitdrukking van vertrouwen en verbondenheid met de weg, niet simpelweg een verzoek om bescherming. 

Dat maakt het nemen van toevlucht uiteindelijk minder vergelijkbaar met het “aannemen van een nieuw geloof” en meer met het bewust kiezen van een bepaalde manier van kijken, leven en oefenen.

Hoe kun je vandaag beginnen?

Als je serieus wilt onderzoeken of het boeddhisme bij je past, hoef je niet meteen een formele ceremonie te plannen.

Je kunt bijvoorbeeld beginnen met:

  1. Leer de basis van het boeddhisme kennen.
    Begin bij de vier edele waarheden en het achtvoudige pad.
  2. Lees boeddhistische teksten zelf.
    Kijk niet alleen naar moderne samenvattingen, maar probeer ook eens een vertaling van een vroege boeddhistische tekst te lezen.
  3. Begin met een eenvoudige meditatie.
    Bijvoorbeeld dagelijks tien minuten aandacht voor de ademhaling.
  4. Kijk naar je eigen handelen.
    De vijf leefregels kunnen daarbij als praktische richtlijnen dienen.
  5. Bezoek een boeddhistische gemeenschap.
    Ga eventueel bij meerdere tradities kijken voordat je een keuze maakt.
  6. Stel vragen.
    Je hoeft niet te doen alsof je alles al begrijpt.
  7. Neem pas formeel toevlucht als je daar zelf achter staat.
    Als je eenmaal weet welke traditie bij je past, kun je informeren naar een toevluchtsceremonie.

Dus: hoe word je boeddhist?

Er is geen universele checklist die je moet afvinken.

In de vroege boeddhistische traditie is het nemen van toevlucht tot de Boeddha, Dharma en Sangha een duidelijke manier waarop iemand zich als boeddhistische lekenvolgeling verbindt aan de leer. De vijf leefregels vormen vervolgens een belangrijke basis voor het dagelijkse gedrag. 

In de praktijk kun je echter al veel eerder beginnen. Je kunt de leer bestuderen, mediteren, nadenken over je eigen handelen en proberen de inzichten van het boeddhisme toe te passen zonder dat je daarvoor eerst een ceremonie hoeft te hebben bijgewoond.

Een formele toevluchtsceremonie kan daarna een bewuste stap zijn om die keuze officieel binnen een bepaalde boeddhistische gemeenschap te bevestigen.

Misschien is dat uiteindelijk ook de beste manier om naar boeddhist worden te kijken: niet als het moment waarop je plotseling een nieuw label krijgt, maar als het begin van een weg waarop je steeds beter probeert te begrijpen wat de Boeddha onderwees en wat die leer betekent voor de manier waarop je leeft.