Hoe begin je met mediteren?

Hoe begin je met mediteren? Een eenvoudige introductie vanuit het boeddhisme

Mediteren klinkt soms alsof je eerst moet leren om je hoofd helemaal stil te krijgen. Dat is voor de meeste beginners juist een van de eerste misverstanden. Als je gaat zitten en merkt dat je gedachten alle kanten op gaan, ben je niet slecht aan het mediteren. Je merkt juist op wat er in je geest gebeurt.

Binnen het boeddhisme is meditatie bovendien veel meer dan een techniek om te ontspannen. Meditatie is een manier om aandacht, concentratie en inzicht te ontwikkelen. Hoe dat precies gebeurt, verschilt behoorlijk tussen boeddhistische tradities.

Voor iemand die vandaag wil beginnen, hoeft dat gelukkig niet ingewikkeld te zijn. Je kunt beginnen met een stoel, een rustige plek en vijf minuten tijd.

Wat is mediteren eigenlijk?

Het woord meditatie verwijst niet naar één enkele boeddhistische oefening. Het is een verzamelnaam voor verschillende manieren waarop aandacht en de geest worden getraind.

In het vroege boeddhisme vinden we bijvoorbeeld oefeningen waarbij iemand de ademhaling aandachtig volgt. In de Satipaṭṭhāna Sutta wordt beschreven hoe een monnik gaat zitten, het lichaam recht houdt en bewust in- en uitademt. Daarbij merkt hij bijvoorbeeld op of de ademhaling lang of kort is. 

Andere oefeningen richten zich op gevoelens, gedachten, lichaamshoudingen of mentale toestanden. In dezelfde tekst worden vier gebieden van aandacht onderscheiden: het lichaam, gevoelens, de geest en verschillende verschijnselen of patronen van de leer. 

Dat betekent ook dat er niet één juiste manier bestaat om te mediteren.

Een beginner kan daarom beter niet beginnen met de vraag: Hoe moet ik mijn gedachten uitschakelen? Een betere vraag is: Waar richt ik mijn aandacht op, en wat doe ik wanneer mijn aandacht daarvan afdwaalt?

Waarom mediteren boeddhisten?

In het moderne Westen wordt meditatie vaak vooral gekoppeld aan ontspanning, stressvermindering of een betere nachtrust. Dat kan een reden zijn om ermee te beginnen, maar het is niet de oorspronkelijke bedoeling van boeddhistische meditatie.

Binnen het boeddhisme maakt meditatie deel uit van een veel groter pad. Het gaat uiteindelijk om het ontwikkelen van inzicht in de werking van de geest en in de aard van het bestaan, met bevrijding van lijden als religieus doel.

Dat zie je duidelijk terug in de Satipaṭṭhāna Sutta. Daar wordt mindfulness niet beschreven als een losse ontspanningsoefening, maar als onderdeel van een weg die volgens de tekst leidt tot inzicht en uiteindelijk tot het realiseren van nibbāna. 

Voor iemand die net begint, betekent dat niet dat je meteen grote religieuze inzichten hoeft te verwachten. Je kunt beginnen met iets veel eenvoudigers: leren om aanwezig te zijn bij wat er op dit moment gebeurt.

Hoe begin je met mediteren?

Je hebt in principe niet veel nodig.

Zoek een plek waar je een paar minuten niet gestoord wordt. Je kunt op een meditatiekussen zitten, maar dat hoeft niet. Een gewone stoel is prima.

Ga zo zitten dat je redelijk ontspannen en tegelijkertijd wakker bent. Je rug mag recht zijn zonder dat je jezelf stijf maakt. Je handen kunnen gewoon op je benen liggen.

Sluit je ogen als dat prettig voelt, of houd ze half geopend. Kies vervolgens de ademhaling als aandachtspunt.

Je hoeft je ademhaling niet dieper of langzamer te maken. Laat de ademhaling gewoon komen en gaan zoals die vanzelf gebeurt.

Een eenvoudige oefening van vijf minuten

1. Ga zitten

Neem een houding aan die je enkele minuten kunt volhouden zonder voortdurend te moeten verzitten.

2. Merk je lichaam op

Voel dat je zit. Merk bijvoorbeeld het contact tussen je voeten en de vloer of tussen je lichaam en de stoel.

3. Breng je aandacht naar de ademhaling

Voel waar je de ademhaling het duidelijkst merkt. Dat kan bij de neus zijn, in de borst of in de buik.

4. Volg één ademhaling

Merk op wanneer je inademt. Merk op wanneer de inademing eindigt en de uitademing begint.

Je hoeft niets te bedenken over de ademhaling. Probeer haar alleen te ervaren.

5. Merk op wanneer je afdwaalt

Na een paar seconden of minuten kan je aandacht ergens anders zijn. Misschien denk je aan werk, een gesprek van gisteren of wat je straks nog moet doen.

Dat is normaal.

Zodra je merkt dat je bent afgedwaald, breng je je aandacht rustig terug naar de ademhaling.

6. Begin opnieuw

Elke keer dat je aandacht afdwaalt, begint de oefening als het ware opnieuw.

Dat is geen mislukking. Juist het opmerken van het afdwalen en terugbrengen van de aandacht is onderdeel van de oefening.

Begin bijvoorbeeld met vijf minuten per dag. Als dat na verloop van tijd prettig en haalbaar voelt, kun je er tien of vijftien minuten van maken.

Het is meestal verstandiger om regelmatig kort te oefenen dan af en toe heel lang.

Wat moet je doen met je gedachten?

Dit is waarschijnlijk de meest voorkomende vraag van iemand die begint met mediteren.

Het korte antwoord is: niets bijzonders.

Je hoeft gedachten niet weg te duwen. Je hoeft ze ook niet uitgebreid te analyseren.

Stel dat je tijdens het mediteren ineens denkt:

Ik moet morgen nog boodschappen doen.

Merk dan simpelweg op dat je aan boodschappen denkt en breng je aandacht terug naar de ademhaling.

Een paar seconden later komt misschien:

Ben ik eigenlijk wel goed aan het mediteren?

Ook dat is gewoon een gedachte.

Je hoeft er niet boos om te worden en jezelf ook niet te vertellen dat je “beter moet opletten”. Je merkt het op en begint opnieuw.

Dat lijkt eenvoudig, maar daar zit een belangrijk onderdeel van meditatie in. Je leert niet alleen om aandacht ergens op te richten. Je begint ook te zien hoe snel de geest van het ene onderwerp naar het andere springt.

Moet je je hoofd helemaal leegmaken?

Nee.

Het idee dat meditatie betekent dat je helemaal niets meer mag denken, is een hardnekkig misverstand.

In de boeddhistische meditatiepraktijk gaat het vaak niet om het vernietigen van gedachten, maar om het ontwikkelen van een andere verhouding tot wat er in de geest verschijnt.

Een gedachte kan opkomen zonder dat je er meteen in meegaat.

Je kunt bijvoorbeeld merken dat je boos bent zonder onmiddellijk verder te gaan met het verhaal over waarom iemand anders ongelijk heeft. Je kunt verlangen opmerken zonder er direct naar te handelen. Je kunt zorgen opmerken zonder ze minutenlang verder uit te werken.

Dat soort opmerkzaamheid sluit aan bij de bredere beoefening van sati, een Pali-term die in moderne context meestal met “mindfulness” of “aandachtigheid” wordt vertaald. In de vroege teksten wordt sati niet alleen verbonden met het volgen van de adem, maar met het bewust opmerken van lichaam, gevoelens, geest en andere mentale verschijnselen. 

Wat is het verschil tussen concentratie en mindfulness?

Hier raken twee aspecten van boeddhistische meditatie elkaar.

Bij concentratie wordt de geest steeds meer verzameld en gericht op een gekozen object. De ademhaling kan zo’n object zijn.

Bij mindfulness gaat het er meer om dat je helder opmerkt wat er gebeurt. Dat kan de ademhaling zijn, maar ook een gevoel, een gedachte of een verandering in je mentale toestand.

In de boeddhistische traditie staan deze twee niet noodzakelijk tegenover elkaar. In verschillende vroegboeddhistische teksten worden mindfulness en concentratie juist met elkaar verbonden. De Satipaṭṭhāna Sutta beschrijft bijvoorbeeld niet alleen het opmerken van de adem, maar ook het ontwikkelen van een steeds verfijndere opmerkzaamheid voor lichaam en geest. 

Daarom is “ik probeer mijn gedachten niet te hebben” een nogal beperkte manier om naar meditatie te kijken.

Je probeert eerder helder te zien wat er gebeurt, zonder automatisch iedere gedachte of impuls te volgen.

Welke meditatie is geschikt voor een beginner?

Dat hangt deels af van wat je wilt leren en vanuit welke boeddhistische traditie je wilt oefenen.

Ademmeditatie

Aandacht voor de adem is waarschijnlijk een van de meest toegankelijke manieren om te beginnen. De adem is er altijd en je hoeft er niets voor te gebruiken.

In vroege boeddhistische teksten wordt ānāpānasati, mindfulness van de ademhaling, uitvoerig beschreven. De Satipaṭṭhāna Sutta beschrijft onder meer het bewust opmerken van lange en korte ademhalingen en het geleidelijk verfijnen van de aandacht voor het ademhalingsproces. 

Voor een beginner kun je het veel eenvoudiger houden: voel de ademhaling en merk steeds opnieuw op wanneer je aandacht afdwaalt.

Metta-meditatie

Een andere bekende vorm is mettā, vaak vertaald als liefdevolle vriendelijkheid.

Hier richt je de meditatie niet primair op de ademhaling, maar op het ontwikkelen van een houding van welwillendheid tegenover jezelf en anderen.

Je kunt bijvoorbeeld rustig zinnen in gedachten herhalen zoals:

“Moge ik veilig zijn.”

“Moge ik gezond zijn.”

“Moge ik vrede ervaren.”

Vervolgens kun je die wens uitbreiden naar andere mensen.

Mettā is vooral interessant wanneer je merkt dat je meditatie snel verandert in een harde beoordeling van jezelf. Mediteren is niet bedoeld als een nieuwe manier om jezelf voortdurend te vertellen dat je het niet goed genoeg doet.

Loopmeditatie

Je hoeft ook niet stil te zitten.

In de boeddhistische traditie bestaat loopmeditatie al lange tijd. In de Satipaṭṭhāna Sutta wordt opmerkzaamheid niet beperkt tot zitten. Ook lopen, staan, zitten en liggen kunnen bewust worden waargenomen. 

Bij loopmeditatie kun je bijvoorbeeld langzaam lopen en aandacht geven aan het optillen, bewegen en neerzetten van je voeten.

Dit kan een goede keuze zijn als stilzitten lastig voor je is.

En wat zijn vipassana en samatha?

Twee termen die je waarschijnlijk tegenkomt wanneer je meer over boeddhistische meditatie gaat lezen zijn samatha en vipassanā.

Samatha wordt meestal vertaald als kalmte of verstilling. Het verwijst naar praktijken die gericht zijn op het kalmeren en verzamelen van de geest.

Vipassanā wordt vaak vertaald als inzicht. Daarbij gaat het om het ontwikkelen van inzicht in de manier waarop ervaringen ontstaan en verdwijnen en in de kenmerken van de werkelijkheid zoals die binnen de boeddhistische leer worden beschreven.

De moderne voorstelling dat samatha simpelweg “concentratie” is en vipassanā simpelweg “mindfulness” is, is overigens wat te simpel. De historische ontwikkeling van deze termen en meditatiepraktijken is ingewikkelder. Ook binnen verschillende boeddhistische tradities zijn de precieze betekenissen en manieren van beoefenen niet hetzelfde.

Voor een beginner hoef je deze begrippen daarom niet eerst volledig te beheersen. Je kunt beginnen met een eenvoudige oefening en je later verdiepen in de verschillende vormen.

Moet je op de grond zitten?

Nee.

In veel afbeeldingen zie je mensen in de lotushouding zitten. Dat heeft ervoor gezorgd dat sommige beginners denken dat je alleen goed kunt mediteren wanneer je je benen op een bepaalde manier kunt vouwen.

Dat klopt niet.

Je kunt op een stoel zitten, op een meditatiekussen of in een andere stabiele houding. In moderne uitleg van bijvoorbeeld Zen-meditatie worden verschillende houdingen beschreven, waaronder zitten op een stoel, verschillende gekruiste beenhoudingen en knielen. 

Een goede houding helpt je vooral om wakker en ontspannen te blijven. Pijn verdragen omdat je denkt dat dit “hoort” bij mediteren is geen doel op zichzelf.

Hoe lang moet je mediteren?

Er bestaat geen magisch aantal minuten waarna meditatie opeens begint te werken.

Als je nog nooit hebt gemediteerd, is vijf minuten een prima begin. Tien minuten kan ook. Het belangrijkste is dat de duur haalbaar is.

Je kunt bijvoorbeeld iedere ochtend vijf minuten zitten. Na een week of twee kun je kijken of tien minuten prettig voelt.

Wanneer je meteen probeert om iedere dag een half uur stil te zitten, kan de drempel zo hoog worden dat je na een paar dagen helemaal stopt.

Regelmaat is vaak waardevoller dan jezelf één keer per week een lange sessie opleggen.

Wanneer kun je het beste mediteren?

Het beste moment is meestal een moment waarop je het daadwerkelijk kunt volhouden.

Veel mensen vinden de ochtend prettig omdat de dag dan nog niet volledig op gang is gekomen. Anderen vinden de avond fijner.

Je kunt ook een vast moment koppelen aan iets wat je toch al doet. Bijvoorbeeld na het tandenpoetsen of voordat je naar bed gaat.

Probeer alleen te voorkomen dat je tijdens een lange meditatie direct in slaap valt als je doel juist aandacht en helderheid is. Voor sommige mensen werkt zitten daarom beter dan liggend mediteren.

Wat als je tijdens het mediteren heel onrustig wordt?

Ook onrust is iets wat je kunt leren waarnemen.

Misschien merk je dat je steeds wilt bewegen. Misschien ben je geïrriteerd omdat je nog twaalf dingen moet doen. Misschien lijkt vijf minuten ineens ontzettend lang.

Je hoeft die ervaring niet meteen op te lossen.

Je kunt eerst onderzoeken wat “onrust” eigenlijk betekent. Voel je spanning in je lichaam? Zijn er snelle gedachten? Is er verveling? Ongeduld?

In de Satipaṭṭhāna Sutta wordt aandacht niet alleen gericht op prettige ervaringen. Ook pijnlijke en neutrale gevoelens en verschillende toestanden van de geest worden onderwerp van opmerkzaamheid. 

Dat is een belangrijk verschil met het idee dat meditatie alleen bedoeld is om je prettig te voelen.

Mediteren is niet altijd hetzelfde als ontspannen

Meditatie kan ontspannend zijn, maar dat is niet gegarandeerd en het is ook niet het volledige doel van boeddhistische meditatie.

Wanneer je stil gaat zitten, kan het juist gebeuren dat je merkt hoeveel onrust, spanning of gedachten er normaal gesproken op de achtergrond aanwezig zijn.

Dat betekent niet automatisch dat je iets verkeerd doet.

Tegelijkertijd is het goed om meditatie niet als volkomen risicoloos voor te stellen. Onderzoek naar meditatie heeft ook ongewenste ervaringen beschreven, waaronder angst, somberheid en cognitieve veranderingen. De frequentie verschilt sterk tussen onderzoeken en verschillende vormen van meditatie. 

Als een meditatiepraktijk je duidelijk ontregelt of ernstige klachten oproept, is het verstandig om niet simpelweg steeds langer door te zetten. Zoek in zo’n geval begeleiding van een gekwalificeerde leraar en, wanneer dat nodig is, professionele hulp.

Hoe ziet meditatie eruit binnen verschillende boeddhistische tradities?

Het is belangrijk om hier niet te doen alsof alle boeddhisten precies hetzelfde mediteren.

Theravada

Binnen Theravada zijn onder andere ademmeditatie, samatha, vipassanā en de vier vormen van satipaṭṭhāna belangrijke onderdelen van de meditatiepraktijk.

De vroegboeddhistische teksten waarop veel van deze praktijken zijn gebaseerd, leggen grote nadruk op opmerkzaamheid van lichaam, gevoelens, geest en verschijnselen. 

Zen

In Zen staat zazen, letterlijk zittende meditatie, centraal in veel tradities.

De precieze praktijk verschilt per Zen-school, maar kan onder meer bestaan uit aandacht voor houding en ademhaling, het tellen van ademhalingen of een vorm van stille observatie. Loopmeditatie, kinhin, kan eveneens onderdeel zijn van de beoefening. 

Vajrayana

Binnen het Vajrayana-boeddhisme bestaan weer andere vormen van meditatie, waaronder visualisaties, mantra’s en praktijken die verbonden zijn met specifieke tantrische tradities en leraren.

Dat zijn niet noodzakelijk oefeningen waarmee je als beginner zelfstandig moet beginnen. In veel Vajrayana-contexten spelen overdracht, begeleiding en de relatie met een leraar een belangrijke rol.

Pure Land

Ook binnen Pure Land bestaan meditatiepraktijken, maar de traditie laat goed zien waarom “boeddhistische meditatie” niet gelijkgesteld kan worden aan één universele methode. Pure Land is historisch gezien een zeer brede verzameling tradities waarin onder meer vertrouwen, devotie, recitatie en gerichtheid op Amitābha een belangrijke rol kunnen spelen. 

Meditatie is dus belangrijk binnen het boeddhisme, maar niet iedere boeddhistische traditie legt precies hetzelfde accent op meditatie.

Is mindfulness hetzelfde als boeddhistische meditatie?

Niet helemaal.

Mindfulness zoals het tegenwoordig in de westerse samenleving wordt gebruikt, heeft duidelijke historische relaties met boeddhistische meditatie, maar is in de afgelopen decennia ook veranderd.

Een bekend voorbeeld is Mindfulness-Based Stress Reduction (MBSR), het programma dat Jon Kabat-Zinn vanaf het einde van de jaren zeventig ontwikkelde binnen een medische context. Moderne mindfulnessprogramma’s werden mede beïnvloed door boeddhistische meditatie, maar zijn aangepast aan seculiere en therapeutische omgevingen. 

Ook de invloed is breder dan alleen Theravada. Onderzoek naar de ontwikkeling van MBSR wijst bijvoorbeeld op invloeden uit zowel Theravada-gebaseerde vipassanā als Mahayana- en Zen-tradities. 

Daarom is het te simpel om te zeggen dat moderne mindfulness gewoon “boeddhistische meditatie zonder religie” is. De moderne praktijk heeft een eigen geschiedenis en betekenis gekregen.

Een interessante ontwikkeling: meditatie was niet altijd voor iedereen

Een beeld dat we tegenwoordig gemakkelijk krijgen, is dat boeddhistische meditatie altijd al een dagelijkse praktijk voor iedere leek in Azië was.

De werkelijkheid is ingewikkelder.

In verschillende historische boeddhistische samenlevingen was intensieve meditatie lange tijd sterk verbonden met monastieke en gespecialiseerde beoefening. In de negentiende en twintigste eeuw veranderde dat op verschillende plaatsen. In Birma bijvoorbeeld droegen vernieuwingsbewegingen eraan bij dat meditatie veel toegankelijker werd voor leken. Daardoor ontstonden vormen van meditatie die geschikt waren voor mensen met een normaal gezins- en beroepsleven. 

Daarna veranderden boeddhistische meditatiepraktijken opnieuw toen ze naar Europa en Noord-Amerika werden gebracht en in seculiere omgevingen terechtkwamen. Onderzoekers spreken daarom over moderne transformaties van boeddhistische meditatie: de praktijk bleef herkenbaar, maar kreeg in nieuwe omstandigheden ook nieuwe betekenissen. 

Dat helpt verklaren waarom de eenvoudige tienminutenmeditatie die je tegenwoordig in Nederland kunt doen, niet zomaar een onveranderde oefening uit het oude India is. Ze staat aan het einde van een lange geschiedenis van aanpassingen, interpretaties en overdrachten.

Wat moet je vooral niet doen als beginner?

Je hoeft meditatie niet ingewikkelder te maken dan nodig.

Probeer niet voortdurend te controleren of je “goed” zit te mediteren. Probeer ook niet koste wat kost iedere gedachte weg te krijgen.

En maak van meditatie geen wedstrijd.

Tien minuten rustig zitten terwijl je honderd keer merkt dat je bent afgeleid, kan een heel normale meditatie zijn. Het doel is niet om te kunnen zeggen dat je die tien minuten geen gedachten hebt gehad.

Een veel nuttigere houding is:

Ik merk op wat er gebeurt, en wanneer ik afdwaal, begin ik opnieuw.

Dat klinkt eenvoudig. De oefening zit juist in het steeds opnieuw doen.

Een eenvoudig schema voor je eerste week

Je kunt het de eerste week heel klein houden.

Dag 1 en 2: vijf minuten aandacht voor de ademhaling.

Dag 3 en 4: vijf minuten ademmeditatie. Merk daarnaast op wanneer je gedachten afdwalen.

Dag 5: vijf tot tien minuten zitten en aandacht geven aan de ademhaling én aan lichamelijke sensaties.

Dag 6: probeer vijf minuten loopmeditatie.

Dag 7: kies de oefening die je het prettigst en meest zinvol vond en doe die tien minuten.

Daarna kun je beslissen of je zelfstandig verder wilt gaan of dat je een bepaalde boeddhistische traditie beter wilt leren kennen.

Wanneer ben je eigenlijk aan het mediteren?

Misschien is dit uiteindelijk de belangrijkste vraag.

Je hoeft niet in een bepaalde houding te zitten, je hoeft geen bijzondere ervaring te hebben en je hoeft je gedachten niet stil te krijgen.

Je bent aan het mediteren wanneer je bewust aandacht geeft aan wat er gebeurt en leert om die aandacht steeds opnieuw te richten.

Binnen het boeddhisme gaat dat uiteindelijk verder dan alleen een paar minuten rustig zitten. De oefening is verbonden met een bredere manier van kijken naar lichaam, gevoelens, gedachten, verlangens en de veranderlijkheid van ervaringen. De Satipaṭṭhāna Sutta beschrijft mindfulness dan ook niet als iets wat alleen tijdens een formele zitsessie gebeurt: bewustzijn wordt verbonden met lopen, staan, zitten, liggen en allerlei dagelijkse handelingen. 

Daarom kun je vandaag al beginnen. Ga ergens rustig zitten, zet geen ingewikkelde doelen en blijf vijf minuten bij je ademhaling. Wanneer je afdwaalt, merk je dat op. En wanneer je het merkt, begin je gewoon opnieuw.

Dat opnieuw beginnen is geen onderbreking van de meditatie. Het is een groot deel van de oefening.