Wat betekent Karma?

Karma is een van de bekendste begrippen uit het boeddhisme. In het dagelijks taalgebruik wordt het vaak eenvoudig uitgelegd als: wat je doet, krijg je terug. Wie iets goeds doet, zou iets goeds terugkrijgen. Wie iets slechts doet, zou vroeg of laat worden gestraft.

Die uitleg komt in de buurt van een deel van het boeddhistische idee, maar is te simpel. Karma gaat binnen het boeddhisme niet alleen over wat iemand overkomt. Het gaat vooral over handelingen die voortkomen uit intentie en de gevolgen die zulke handelingen kunnen hebben.

In de vroege boeddhistische teksten wordt karma, in het Pali kamma, zelfs rechtstreeks verbonden met intentie. In de Aṅguttara Nikāya zegt de Boeddha: “Het is intentie die ik karma noem.” Daarmee wordt bedoeld dat vooral de bewuste wil achter een handeling van belang is. 

Dat maakt karma binnen het boeddhisme een veel interessanter begrip dan het populaire idee van een soort kosmische straf- en beloningsmachine.

Wat betekent het woord karma?

Het woord karma komt uit het Sanskriet karman, dat letterlijk zoiets betekent als “handeling” of “daad”. Het Pali, de taal waarin veel vroege boeddhistische teksten zijn overgeleverd, gebruikt de vorm kamma.

Het begrip bestond al vóór het boeddhisme in de Indiase religieuze wereld. In oudere Vedische contexten verwees karma onder andere naar rituele handelingen die volgens bepaalde regels bepaalde resultaten konden voortbrengen. De Boeddha nam het begrip over, maar gaf er een belangrijke nieuwe nadruk aan: niet het ritueel op zichzelf, maar de intentie achter handelen werd centraal gesteld. 

Dat is een belangrijke verandering. Karma werd daarmee niet simpelweg een kwestie van wat je doet, maar van hoe en waarom je handelt.

Karma gaat vooral over intentie

Een van de belangrijkste passages over karma vinden we in de Nibbedhika Sutta (AN 6.63). Daar wordt karma gekoppeld aan cetanā, een Pali-term die vaak wordt vertaald als intentie, wilsactiviteit of volition.

De gedachte is dat iemand door lichaam, spraak en geest handelt op basis van een bepaalde intentie. Een handeling die voortkomt uit hebzucht, haat of onwetendheid heeft daarom een andere karmische betekenis dan een handeling die voortkomt uit vrijgevigheid, mededogen of wijsheid. 

Stel bijvoorbeeld dat twee mensen allebei geld aan iemand geven.

De eerste geeft omdat hij werkelijk wil helpen. De tweede geeft alleen omdat hij bewonderd wil worden.

Aan de buitenkant lijkt de handeling hetzelfde. Vanuit het boeddhistische perspectief is de mentale houding echter relevant voor de karmische betekenis van de handeling.

Dat betekent overigens niet dat intentie het enige is wat telt. In de boeddhistische ethiek spelen ook de aard van de handeling, de omstandigheden, de gevolgen en verschillende andere factoren een rol. Het is daarom te simpel om te zeggen dat een goede bedoeling automatisch van iedere handeling een goede handeling maakt. 

Goede en slechte karma

Binnen het boeddhisme wordt vaak onderscheid gemaakt tussen heilzame en onheilzame karma.

Handelingen die voortkomen uit hebzucht, haat en onwetendheid worden gezien als onheilzaam. Handelingen die juist verbonden zijn met vrijgevigheid, welwillendheid en inzicht worden als heilzaam beschouwd.

Het gaat daarbij niet alleen om lichamelijk gedrag. Ook spraak en de geest spelen een rol.

Je kunt bijvoorbeeld karma creëren door:

  • iemand bewust pijn te doen;
  • te liegen om er zelf beter van te worden;
  • vanuit woede iemand te vernederen;
  • bewust gul te zijn;
  • iemand te helpen zonder daar iets voor terug te verwachten;
  • mededogen te ontwikkelen;
  • of voortdurend gedachten van haat en hebzucht te voeden.

In de vroege boeddhistische leer is karma dus sterk verbonden met de manier waarop iemand zijn lichaam, spraak en geest gebruikt. 

Wat zijn de gevolgen van karma?

Karma wordt vaak beschreven in relatie tot vipāka, meestal vertaald als “resultaat” of “vrucht”.

Een handeling kan volgens de vroege boeddhistische teksten op verschillende momenten resultaat hebben. In AN 6.63 worden drie mogelijkheden genoemd: een resultaat dat in dit leven ontstaat, een resultaat dat later in dit leven ontstaat en een resultaat dat in een later bestaan ontstaat. 

Dat laatste is belangrijk, omdat karma in het traditionele boeddhisme nauw verbonden is met wedergeboorte.

Volgens de klassieke boeddhistische leer stopt het proces van karma niet simpelweg bij de dood. Handelingen en mentale neigingen hebben gevolgen binnen saṃsāra, de cyclus van geboorte, dood en wedergeboorte. Karma is daarmee een van de factoren die bepalen onder welke omstandigheden een nieuw bestaan ontstaat. 

Dit betekent niet dat er volgens het boeddhisme een onveranderlijke ziel van het ene lichaam naar het volgende verhuist. Dat zou juist botsen met de boeddhistische leer van anattā, het ontbreken van een blijvend zelf.

De vraag wordt daardoor ingewikkelder: als er geen onveranderlijk zelf is, wie ontvangt dan het resultaat van karma?

Het boeddhistische antwoord is niet dat er helemaal niemand is. Op het alledaagse niveau spreken boeddhistische teksten gewoon over mensen die handelen en de gevolgen daarvan ervaren. Maar uiteindelijk bestaat een persoon volgens de boeddhistische analyse niet uit een onveranderlijke kern die van leven naar leven hetzelfde blijft. Er is eerder sprake van een voortdurende causale samenhang. 

Karma is geen lot

Een van de grootste misverstanden over karma is dat het hetzelfde zou zijn als voorbestemming.

Dat is niet wat karma betekent.

Als alles wat iemand overkomt al volledig door karma uit vorige levens vastligt, zou er weinig ruimte zijn voor verandering. Maar juist verandering is een belangrijk onderdeel van de boeddhistische weg.

De Boeddha beschreef karma bovendien niet als de enige oorzaak van alles wat iemand ervaart. In de Sivaka Sutta (SN 36.21) wordt expliciet een opvatting afgewezen waarin iedere prettige of pijnlijke ervaring uitsluitend het gevolg zou zijn van handelingen uit het verleden. De tekst noemt verschillende mogelijke oorzaken, waaronder lichamelijke processen, klimaat, verwondingen en karma. 

Dat is een belangrijk detail. Als iemand ziek wordt, betekent dit vanuit het boeddhistische perspectief dus niet automatisch: dit is karma, dus je hebt dit verdiend.

Karma is ook geen simpel systeem waarbij iedere afzonderlijke gebeurtenis een directe reactie is op één specifieke handeling.

Is karma een soort kosmische rechtvaardigheid?

In moderne uitleg wordt karma soms voorgesteld als een soort universeel rechtssysteem. Je doet iets slechts en het universum zorgt ervoor dat je daarvoor wordt gestraft.

Dat beeld past niet goed bij de boeddhistische leer.

Er is geen goddelijke rechter die bepaalt wie een beloning of straf verdient. Karma wordt eerder beschreven als een causale samenhang tussen intentioneel handelen en de resultaten daarvan. Oxford-onderzoek naar karma benadrukt daarom ook dat karma niet moet worden opgevat als een door een wetgever afgedwongen “wet” en evenmin simpelweg als een vorm van kosmische rechtvaardigheid. 

Dat maakt het begrip subtieler.

Een boeddhist hoeft bijvoorbeeld niet te denken: die persoon lijdt, dus die persoon moet in een vorig leven iets slechts hebben gedaan.

Zo’n conclusie gaat veel verder dan wat uit de leer volgt.

Betekent karma dat je krijgt wat je verdient?

Niet op de simpele manier waarop het woord tegenwoordig vaak wordt gebruikt.

De gedachte dat iemand die iets slechts overkomt dat kennelijk “verdient”, kan zelfs behoorlijk hard uitpakken. Het kan ertoe leiden dat het lijden van anderen wordt gezien als hun eigen schuld.

Binnen de boeddhistische leer ligt het ingewikkelder. Karma is één onderdeel van een groot netwerk van oorzaken en voorwaarden. Bovendien zijn karmische resultaten niet altijd direct zichtbaar of gemakkelijk aan een specifieke handeling te koppelen.

De Cūḷakammavibhaṅga Sutta (MN 135) beschrijft wel verbanden tussen bepaalde vormen van handelen en bepaalde resultaten, waaronder gevolgen voor wedergeboorte. Maar de tekst maakt daarmee geen eenvoudig systeem waarin je ieder voorval in iemands leven kunt terugrekenen naar één daad uit het verleden. 

Dat verschil is belangrijk wanneer je karma wilt begrijpen zonder het te veranderen in een vorm van slachtofferdenken.

Karma en wedergeboorte

Karma krijgt zijn volledige betekenis binnen het traditionele boeddhisme wanneer het wordt verbonden met saṃsāra.

Saṃsāra is de voortdurende cyclus van geboorte, ouder worden, ziekte, dood en wedergeboorte. Zolang onwetendheid, verlangen en andere oorzaken van gebondenheid blijven bestaan, blijft dit proces doorgaan.

Karma draagt bij aan die voortzetting. In de vroege boeddhistische teksten worden intentionele handelingen gekoppeld aan toekomstige resultaten en verschillende vormen van wedergeboorte. 

Daarmee heeft karma uiteindelijk ook een andere functie dan alleen uitleggen waarom goede en slechte dingen gebeuren. Het helpt verklaren waarom saṃsāra blijft voortduren.

En dat leidt tot een interessante vraag: als karma tot wedergeboorte leidt, is het doel van het boeddhisme dan om zoveel mogelijk goed karma te verzamelen?

Niet helemaal.

Is goed karma het doel van het boeddhisme?

Goed karma heeft binnen het boeddhisme zeker waarde. Vrijgevigheid, mededogen, ethisch gedrag en andere heilzame handelingen kunnen leiden tot gunstige resultaten.

Maar het uiteindelijke doel van de boeddhistische weg is niet simpelweg een voorraad goed karma opbouwen.

Ook goede karma houdt iemand binnen saṃsāra zolang het verbonden blijft met de oorzaken van wedergeboorte. Daarom gaat de boeddhistische weg uiteindelijk verder dan de tegenstelling tussen goed en slecht karma.

In AN 6.63 wordt niet alleen gesproken over karma en de resultaten ervan, maar ook over het ophouden van karma en het pad dat daartoe leidt. Dat pad wordt daar verbonden met het Edele Achtvoudige Pad. 

Het doel is dus niet om voor altijd een perfecte karmische balans te bereiken. Het gaat uiteindelijk om het beëindigen van de processen die iemand aan saṃsāra gebonden houden.

Hoe kijken verschillende boeddhistische tradities naar karma?

Karma is belangrijk in vrijwel alle grote boeddhistische tradities, maar de manier waarop het begrip wordt uitgewerkt verschilt.

Theravada

Binnen het Theravada ligt een sterke nadruk op intentioneel handelen, de mentale factoren die daarmee samenhangen en de gevolgen daarvan voor het individu en toekomstige wedergeboorte.

Latere Theravada-denkers werkten het begrip karma verder uit. Vooral de Abhidhamma en commentaren, waaronder het werk van Buddhaghosa, ontwikkelden een uitgebreide analyse van intentie, mentale processen en karmische gevolgen. 

Mahayana

Het Mahayana deelt de basisgedachte dat intentioneel handelen karmische gevolgen heeft, maar ontwikkelde daarnaast eigen ideeën rond bijvoorbeeld bodhicitta, de intentie om verlichting te bereiken ten bate van alle levende wezens.

Daardoor krijgt karma binnen Mahayana-contexten ook een sterke verbinding met het ideaal van de bodhisattva en het ontwikkelen van mededogen. De nadruk binnen de boeddhistische ethiek verschoof in Mahayana-literatuur mede naar deze altruïstische motivatie. 

Mahayana-tradities kennen bovendien uitgebreide discussies over verdienste (puṇya), het opdragen of delen van verdienste en de manier waarop handelingen van bodhisattva’s moeten worden begrepen.

Vajrayana

Vajrayana bouwt voort op de Mahayana en behoudt daarmee de basis van de karmische leer, maar plaatst karma binnen een uitgebreider systeem van meditatie, tantra, rituelen en ethische voorschriften. 

Dat betekent niet dat karma in Vajrayana wordt vervangen door een compleet ander idee. De basisgedachte van intentioneel handelen en de gevolgen daarvan blijft aanwezig, maar wordt opgenomen in een andere manier van kijken naar het pad naar verlichting.

Karma is meer dan wat je doet

Een interessante kant van karma die in populaire uitleg vaak verloren gaat, is dat karma niet alleen draait om zichtbare handelingen.

In de boeddhistische analyse kan ook een mentale handeling karmisch relevant zijn. Gedachten, verlangens en intenties kunnen onderdeel zijn van het proces voordat er überhaupt iets wordt gezegd of gedaan. De rol van cetanā in de boeddhistische psychologie laat zien hoe sterk karma verbonden is met de werking van de geest. 

Dat geeft karma ook een praktische betekenis.

Wanneer iemand bijvoorbeeld steeds opnieuw vanuit jaloezie reageert, is het niet alleen de ene jaloerse opmerking die van belang is. Het steeds opnieuw voeden van die mentale houding kan de geest verder in dezelfde richting vormen.

Andersom kan iemand door vrijgevigheid, geduld en mededogen te oefenen andere gewoonten ontwikkelen.

Karma gaat daarmee niet alleen over een toekomstige beloning of straf. Het heeft ook te maken met wat voor soort mens je door je handelen aan het worden bent.

Een minder bekende kant: karma is niet alleen iets uit het verleden

Wanneer mensen vandaag over karma praten, gaat het vaak over gebeurtenissen die iemand overkomen en de vraag welke eerdere daden daarvoor verantwoordelijk zouden zijn.

Maar in de boeddhistische leer ligt de nadruk ook op wat je nu doet.

Dat is belangrijk omdat het voorkomt dat karma verandert in fatalisme. Je verleden heeft invloed, maar het is niet het enige wat ertoe doet. Iedere nieuwe intentionele handeling maakt deel uit van het causale proces.

De boeddhistische praktijk draait daarom niet om eindeloos proberen te ontdekken welk oud karma achter ieder probleem zit. De vraag is eerder: wat gebeurt er nu in mijn geest, welke intentie ontstaat hieruit en waar leidt mijn handelen toe?

Daarmee wordt karma uiteindelijk een leer over verantwoordelijkheid én verandering.

Kan karma wetenschappelijk worden bewezen?

De traditionele leer van karma omvat onder meer wedergeboorte en karmische gevolgen die over meerdere levens heen kunnen werken. Dat zijn religieuze en filosofische claims die niet op dezelfde manier kunnen worden vastgesteld als bijvoorbeeld een natuurkundig verschijnsel.

Er is daarom geen wetenschappelijke methode waarmee het traditionele karmische systeem als geheel is aangetoond.

Dat betekent niet dat iedere vorm van karma-interpretatie onzinnig is. Je kunt bijvoorbeeld goed onderzoeken hoe gedrag, gewoonten en mentale patronen elkaar beïnvloeden. Maar dat is iets anders dan wetenschappelijk aantonen dat een bepaalde gebeurtenis in dit leven het gevolg is van een handeling uit een vorig leven.

Vooral in moderne westerse vormen van boeddhisme wordt karma daarom soms psychologisch geïnterpreteerd. Historisch gezien is het echter belangrijk om te erkennen dat de traditionele boeddhistische leer karma doorgaans ook verbond met wedergeboorte en verschillende bestaansvormen. 

Veelvoorkomende misverstanden over karma

“Karma betekent dat je altijd terugkrijgt wat je anderen aandoet.”
Dat is een moderne versimpeling. Karma gaat over intentioneel handelen en de resultaten daarvan, maar die resultaten zijn complexer dan een directe één-op-één-terugbetaling.

“Karma is hetzelfde als lot.”
Nee. Karma betekent niet dat alles vooraf vastligt. De boeddhistische leer benadrukt juist het belang van huidig handelen en beoefening.

“Alles wat iemand overkomt is karma.”
Nee. In SN 36.21 wordt juist afstand genomen van het idee dat alle ervaringen uitsluitend door eerder karma worden veroorzaakt. 

“Als iemand lijdt, heeft die persoon dat verdiend.”
Dat is een te simpele conclusie. Het boeddhisme beschrijft karma als één onderdeel van een complex geheel van oorzaken en voorwaarden.

“Het doel van boeddhisme is zoveel mogelijk goed karma verzamelen.”
Goed karma heeft waarde, maar het uiteindelijke doel is bevrijding uit saṃsāra. Zelfs heilzame karmische handelingen zijn niet hetzelfde als nirvana.

Wat kun je vandaag met het begrip karma?

Je hoeft het begrip karma niet te zien als een soort onzichtbare score die bijhoudt hoeveel goede en slechte punten je hebt verzameld.

De praktische vraag is eenvoudiger.

Waar komt mijn handelen vandaan?

Als je vanuit woede spreekt, wat gebeurt er dan met jezelf en met de ander? Als je vanuit hebzucht handelt, waar leidt dat toe? En wat verandert er wanneer je bewust probeert te handelen vanuit geduld, vrijgevigheid en mededogen?

Dat sluit nauw aan bij de manier waarop karma in de boeddhistische leer verbonden wordt met intentie, ethiek en de ontwikkeling van de geest.

Daarbij gaat het niet alleen om een verre toekomst of een mogelijk volgend leven. Je handelen heeft ook nu al gevolgen. Een bepaalde manier van denken kan steeds vertrouwder worden. Een bepaalde reactie kan een gewoonte worden. En een andere manier van reageren kan juist steeds makkelijker worden wanneer je die oefent.

In die zin is karma niet alleen een theorie over wat er na de dood gebeurt. Het is ook een manier om aandachtig te kijken naar de relatie tussen intentie, handelen en gevolg.

Wat betekent karma uiteindelijk?

Karma betekent binnen het boeddhisme in de eerste plaats intentioneel handelen en de gevolgen daarvan. Het begrip is nauw verbonden met ethiek, de werking van de geest en, in de traditionele leer, met wedergeboorte en saṃsāra.

Het is dus geen simpel systeem van “goed doen = geluk krijgen” en “slecht doen = straf krijgen”. Er is geen kosmische rechter die de balans bijhoudt en niet alles wat iemand overkomt kan aan karma uit het verleden worden toegeschreven.

De diepere betekenis van karma ligt in het inzicht dat onze intenties en handelingen gevolgen hebben. Ze beïnvloeden niet alleen wat er om ons heen gebeurt, maar ook de manier waarop onze geest zich ontwikkelt.

Daarom is de karmische vraag binnen het boeddhisme uiteindelijk niet alleen: “Wat zal ik hiervoor terugkrijgen?”

Een belangrijkere vraag is:

“Wat voor gevolgen heeft deze manier van denken en handelen, en waar brengt zij mij naartoe?”

Dat maakt karma tot een onderdeel van een veel groter boeddhistisch onderzoek naar lijden, gehechtheid, wedergeboorte en uiteindelijk bevrijding.